Spreek niet met de politieagent

Nicolai Lilin: Siberische opvoeding. Vertaald uit het Italiaans door Jan van der Haar. Lebowski, 349 blz. € 19,90.

In de Amerikaanse televisieserie The Sopranos wordt de gewelddadige wereld van de maffia neergezet als een literaire soap, vliedend rond de psychotherapie van hoofdpersonage Tony. Geweldscènes worden afgewisseld door therapiesessies, die zijn kwetsbare kant laten zien. Door de humor waarmee zijn leven wordt gepresenteerd, breng je zo sympathie op voor een enorme klootzak.

De Russische schrijver Nicolai Lilin (1980) schetst in zijn debuut Siberische opvoeding net zo’n gewelddadig gangstermilieu, maar dan een waarin de humor ontbreekt en het geweld van de bladzijden springt. Het is een gruwelwereld waarover hij vertelt, een grauwe hel die zich bevindt in Transdnistrië, aan de uiterste westrand van de vroegere Sovjet-Unie, tegen de Moldavische grens.

Lilin komt uit een familie van Siberische gangsters, Urka’s, die onder Stalin naar dit gebied zijn verbannen en nog altijd volgens hun archaïsche tradities leven. Zelf was hij ook als jeugdige bandiet actief, tot aan zijn militaire-diensttijd in Tsjetsjenië. Daarna trok hij naar Italië, waar hij als tatoeëerder werkte en zijn relaas in het Italiaans schreef.

Lilin heeft een voortreffelijke stijl, waarmee hij je al van de allereerste bladzijden zijn onderwereld binnentrekt. Om je te laten voelen waar het allemaal eindigt, begint hij met Tsjetsjenië, het ware inferno, die het moord- en doodslagbestaan in Transdnistrië in zijn gruwelijkheid bagatelliseert. Maar dan schakelt hij terug naar zijn eerste levensjaren. Meteen rijst een kind op voor wie pistolen belangrijker zijn dan speelgoed. Wapens zijn intieme bezittingen, met bijnamen als ‘de minnares’, ‘tante’, met als hoogtepunt ‘de piek’, het traditionele mes. En met die piek wordt in Siberische opvoeding wat afgestoken. De moorden vliegen je om de oren en zijn onderdeel van het alledaagse leven.

De Urka’s hebben hun jachtterrein in heel Rusland, waar ze overvallen plegen. Als indianen keren ze met hun buit terug naar hun basiskamp. Als indianen hebben ze ook hun ‘criminele gedragsregels’, waarbij geld niet belangrijk is en alles lijkt te draaien om een anarchistische strijd tegen de Russische overheid. Een andere regel is het verbod om rechtstreeks met politieagenten te spreken. Tijdens een arrestatie levert dat komische taferelen op, want de verdachte schakelt zijn vrouw of buurvrouw in als tussenpersoon om, terwijl hij wordt gekneveld, met de politie te communiceren. En dan is er nog de welhaast heilige betekenis van de tatoeage, die een verbindende rol in het boek speelt.

Voortdurend legt Lilin de riten van zijn milieu uit, alsof hij begrip wil opbrengen voor de antropologische schoonheid van de moordzucht van de Urka’s. Maar die uitvoerige toelichtingen gaan op den duur een beetje vervelen. Net als dat aan elkaar breien van die moord- en vechtpartijen. Want verder gebeurt er eigenlijk weinig. En dat is ook de zwakte aan Siberische opvoeding, zeker wanneer je het afzet tegen de verfijnde humor van The Sopranos of tegen Isaak Babels gangsterstory’s Verhalen uit Odessa.

Wat bij Lilin wel overblijft is een boeiend en indringend geschreven portret van een keiharde boevenwereld, waarvan je het bestaan niet kunt vermoeden. Je kunt maar beter zo snel mogelijk maken dat je er wegkomt.

Nicolai Lilin treedt samen met Sandro Veronesi op tijdens de openingsavond van Crossing Border. Ze zullen samen met een ‘mystery gast’ een gesprek voeren over ‘De macht van literatuur & het belang van het vrije woord’. Waar dit gesprek plaatsvindt en wie de mystery gast is, is donderdag te zien op www.crossingborder.nl