Radeloosheid

In Duitse kranten is een foto te zien waarop Robert Enke zijn fans bedankt. Zondag nog, twee dagen voor zijn zelfmoord, hief Enke zijn keepershandschoen op naar zijn fans. Enke was populair. Na een slecht seizoen van Hannover 96 was het: laat de club de hele selectie maar verkopen, maar ‘der Enke’ moet blijven. Wat wil je ook, zo’n keeper van 32 die handelt zoals een keeper moet handelen: soeverein, kalm, altijd op zijn post. Een keeper mag nooit verzaken – deed ie ook niet. Zijn handschoen ging langs de hekken en Enke lachte.

Vraag onder de foto: wist hij op dat moment al dat het zijn laatste keer was?

Aan een topsporter, zoveel werd deze week wel duidelijk, gaat meer dood dan aan een gewone sterveling. Van alles nemen de helden mee hun graf in. Medelijden, herinneringen van miljoenen, maar vooral: illusies. Op sporters als Enke projecteren wij een haast bovenmenselijke moed. Wij juichen en daarom moeten zij, de gladiatoren, doen wat wij niet durven. Gesterkt door onze aanmoedigingen gaan zij de vijand tegemoet, voor niemand bang. De illusie in het graf van Enke is te denken dat zoiets volstaat. Bij Enke volstond het niet.

Aanbeden als jonge keeper van Borussia Mönchengladbach, als jeugdige aanvoerder van Benfica opnieuw. En nu alweer vijf jaar de held van Hannover, zelfs international. Maar toch: diep ongelukkig. De jubel bleef kennelijk maar even. Zodra de fans naar huis waren vond Enke zichzelf een loser.

De radeloosheid in Enke moet zijn ontstaan na Benfica. Hij mislukte bij Barcelona en Fenerbahçe. En Robert en Teresa verloren hun dochter aan een hartkwaal. Mei jongstleden adopteerden ze een baby, en nu vreesde Robert dat zijn depressiviteit het officieel maken van die adoptie, mei volgend jaar, in de weg zou staan. Onzin, zei Teresa woensdag. Maar een gedeprimeerde houdt dikwijls vast aan zijn ideeën. Robert was aangeraden zich te laten opnemen in een kliniek. Kon niet, vond hij: iedereen zou dan weten wat hij al jaren verborgen hield. De Duitse adoptieautoriteiten en zijn fans zouden hem laten vallen, wist hij zeker. Vaders en keepers mogen niet labiel zijn.

Enke, labiel, radeloos, parkeerde zijn auto bij een spoorwegovergang. Daar zat hij in zijn Mercedes terreinwagen, symbool van succes. Enkele kilometers verderop de boerderij waar hij woonde met zijn vrouw en hun baby. Heel Duitsland kende hem als een geweldige doelman, betrouwbaar, sympathiek. Hij maakte kans op het WK. De expres van Bremen naar Hannover naderde met 160 kilometer per uur. De keeper verliet zijn auto en maakte aan alle illusies een einde.