Pasqua spreekt, maar Republiek trilt niet

Hij had beloofd Frankrijk „te doen trillen”, en dus zaten een paar honderd journalisten gistermiddag klaar voor een persconferentie van Charles Pasqua. Er was reden om zo’n dreigement van de ex-minister serieus te nemen. Hij is furieus, sinds hij vorige maand als eerste voormalig kopstuk van de Vijfde Republiek tot een onvoorwaardelijke celstraf werd veroordeeld, omdat hij zijn invloed in de jaren 90 te gelde heeft gemaakt voor zakenmannen die illegale wapenhandel naar Angola hadden opgezet.

Pasqua heeft hoger beroep aangetekend. Maar hij kon niet wachten op het vervolg in de rechtszaal. Dus zei Pasqua gisteren „het geheugen te willen opfrissen” van ex-president Jacques Chirac en en ex-premier Dominique de Villepin, die volgens hem alles wisten van de wapenhandel naar Angola. Hij weet veel van Chirac, kende als minister van Binnenlandse Zaken allerlei affaires en heeft een karrevracht aan rancune opgebouwd in zes zaken tegen hem, die (deels) nog lopen.

Gisteren klonk opnieuw bitterheid door, vooral over Chirac. „Ik heb mijn huid voor hem geriskeerd. Volgens sommigen is dat kennelijk niet genoeg”. Bijzonder boos maakte hij zich over het oordeel van de rechter dat hij zich had laten betalen in ruil voor decoratie van een Russische wapenhandelaar. Die heeft Frankrijk „dienst bewezen”, zei Pasqua. Maar onthullingen bleven uit.