Oorlog Darfur maakt plaats voor misdaad

Het grote oorlogsgeweld in Darfur is voorbij. Maar de West-Soedanese regio is nu brandhaard van criminaliteit van bandieten, rebellen en overheid.

De oorlog in Darfur is voorbij, meldde een optimistisch gestemde Martin Agwai eind augustus bij zijn afscheid als generaal van de vredestroepen van de Verenigde Naties en de Afrikaanse Unie in Darfur (Unamid). Maar het geweld gaat door. Een dag later werden twee Unamid-medewerkers ontvoerd in Zalingei, Noord-Darfur. Ook elders in de West-Soedanese regio zijn vredestroepen doelwit van aanvallen. Unamid-voertuigen worden geroofd. Overvallers worden zelden gepakt. Er is zelfs een centraal verkooppunt voor gestolen terreinwagens, in het noorden bij de grens met Tsjaad en Libië.

„Een paar bandieten verlammen het hele militaire apparaat”, schampert de 28-jarige student Awadalla in El-Fasher, hoofdstad van Noord-Darfur, over de avondklok van de VN. Na zeven uur ’s avonds mag het personeel niet meer in een Toyota Landcruiser over straat. „En dat moet onze veiligheid garanderen.”

Met vele anderen vraagt hij zich af wat de vredesmacht van 14.000 manschappen uitvoert. Als Awadalla naar zijn woonplaats in West-Darfur wil reizen moet hij over onbeschermde wegen waar rebellen of milities tol heffen en bandieten soms buspassagiers beroven. Regeringssoldaten strijken regelmatig bij dorpen neer, stelen vee en terroriseren de bevolking. Veiligheidsambtenaren arresteren leiders in ontheemdenkampen. Mensen verdwijnen. „Nog steeds niet terecht”, verklaart een veehandelaar in El-Fasher, wiens collega op klaarlichte dag verdween toen hij met een volle beurs van de markt naar huis liep.

„We begrijpen de frustratie van burgers”, zegt Kemal Saiki, hoofd communicatie van Unamid. Ook de blauwhelmen zijn gefrustreerd. Zonder gevechtshelikopters duurt het soms dagen voor soldaten en gewonden kunnen worden ontzet. En het steekt dat de Soedanese regering bepaalt waar Unamid wel en niet mag opereren. Meer niet dan wel.

In september, nog geen maand na de uitspraak dat de oorlog voorbij was, braken gevechten uit in Korma, zeventig kilometer ten noordwesten van El-Fasher. „We stuurden meteen een onderzoeksteam”, aldus Kemal Saiki. Tot twee keer toe hielden regeringssoldaten het team tegen. Pas na enkele dagen bereikten de onderzoekers Korma, waar duizenden mensen voor het geweld op de vlucht waren geslagen. „Wij opereren in een soevereine staat met een sterke regering”, verklaart Kemal Saiki de houding van de vredestroepen.

„Onzin”, reageert professor Abdul-Jabbar fel. De in Darfur geboren en getogen ontwikkelingsexpert doceert aan de universiteit in El-Fasher. „Incompetent en lafhartig”, noemt hij de vredesmacht. Generaal Agwai bestempelt hij als een leugenaar die aan de leiband van de regering loopt.

De grote gevechten zijn voorbij. Dorpen gaan niet meer massaal in vlammen op en dodentallen zijn drastisch gedaald. Vanaf het begin van de oorlog in 2003 tot aan 2006 stierven er naar schattingen van de VN 300.000 mensen in Darfur. Ruim 2,5 miljoen mensen raakten op drift. Nu vallen er maandelijks nog dertig burgerdoden door geweld. Toch is de rust volgens Abdul-Jabbar bedrieglijk omdat oorzaken van conflicten niet zijn weggenomen. De kans op nieuw geweld is daarom groot.

Hoewel generaal Agwai meldde dat de oorlog voorbij was, ontkende hij niet dat het onveilig blijft. De Soedanese regering meldde onlangs bij monde van Hassan Mohamed Abdul-Rahman, hoofd Humanitaire Commissie, Darfur onder controle te hebben. Vijfennegentig procent van de regio is zo veilig dat mensen weer kunnen terugkeren, zei hij.

„Puur theater”, zegt een oudere Darfuri, die niet met name wil worden genoemd. Hij werkt in ontheemdenkampen rond El-Fasher en weet wat er speelt. Kampleiders worden volgens hem omgekocht om een toneelstuk voor de pers op te voeren. Ontheemden worden met huisraad op vrachtwagens geladen. De stoet vertrekt naar een ‘modeldorp’ waar journalisten hun aankomst vastleggen. Zodra de camera’s zijn verdwenen vertrekken ook de ontheemden met hun spullen. Andere bronnen bevestigen de gang van zaken. De recente moord op een kampleider en zijn vrouw in Abou Shook, een kamp net buiten El-Fasher, zou verband houden met de ‘repatriëringen’. De vermoorde leider zou geld van de overheid hebben gekregen voor zijn medewerking.

Inwoners bevestigen dat het niet veilig is in Darfur, maar er zijn gebieden waar de toestand redelijk stabiel is omdat groeperingen zonder tussenkomst van de regering onderling afspraken hebben gemaakt. Dan zijn er gebieden die onder controle staan van een krijgsheer die er baat bij heeft dat boeren akkers blijven bewerken om mensen te voeden. Dat is het geval in de streek rond Misteriha, het hoofdkwartier van Musa Hilal, aangeklaagd door het Internationaal Strafhof wegens wreedheden als militieleider. Ook rond de steden Nyala en El-Fasher zijn dorpen intact gelaten om stedelingen van voedsel te kunnen voorzien.

Verder is het rustig in het noorden, het thuisland van de rebellengroep JEM (Gerechtigheid en Gelijkheid). En tot voor kort ook in Zuid-Darfur, waar de charismatische stamleider van de Arabische Rizaygat een neutrale positie inneemt. De regering stookt naburige stammen op om zijn macht te breken. Zo braken onlangs gevechten uit met de Arabische Misirya-stam. In Khartoum zijn besprekingen tussen beide stammen gaande. Als er een oplossing komt zullen spanningen niet afnemen, voorspelt onderhandelaar Mohammed Issa Alyoo. Vrede blijft een verre droom zolang de regering niet bereid is om macht en welvaart te delen.

Een konvooi bestofte wagens van Unamid en legerjeeps in camouflagekleuren rijdt voorbij. „Op patrouille geweest”, zegt een voorbijganger. De late middagzon ketst af op helderblauwe helmen van de Unamid-soldaten. Het gevechtstenue en de moderne wapens imponeren, maar het is de blik in de ogen van regeringssoldaten in de begeleidende jeeps die werkelijk indruk maakt op omstanders. De blik behoort toe aan kansarme jongens die genieten van de mogelijkheden die de oorlog biedt. Wapens, drugs, alcohol en adrenaline stimuleren het gevoel oppermachtig te zijn. Het personeel van Unamid op zijn beurt is geïnstrueerd om overvallers geen strobreed in de weg te leggen. Op de officiële prioriteitenlijst die Kemal Saiki, hoofd communicatie Unamid, doorgaf staat in volgorde van belangrijkheid: Leven. Materieel. Waardigheid.

Rectificaties / gerectificeerd

Correcties & aanvullingen

In het artikel Oorlog Darfur maakt plaats voor misdaad (13 november, pagina 4) staat dat de Soedanese regeringsfunctionaris Musa Hilal is aangeklaagd door het Internationaal Strafhof. Dat is onjuist. Musa Hilal wordt wel genoemd in stukken van de ICC-aanklager.