Niet bij vlees en bloed alleen

Juli Zeh: Corpus delicti. Een proces. Uit het Duits vertaald door Hilde Keteleer. Anthos, €19,95.

Preventie. Het is zo’n onschuldig woord. Liever voorkomen dan genezen, toch? Maar voorzorg kan ook te ver gaan. In Juli Zehs roman Corpus delicti dwingt de staat zijn onderdanen tot gezond leven. Halverwege de 21ste eeuw, ergens in West-Europa, heerst een fitnessdictatuur die geen pardon kent voor afvalligen. In deze staat kan iemand voor de rechter worden gedaagd om de volgende redenen: ‘Verwaarlozing van de meldplichten. Slaapverslag en voedingsverslag werden de voorbije maand niet ingediend. Plotse instorting van het sportieve prestatieprofiel. Bloeddrukmeting en urinetest thuis niet uitgevoerd.’

De vrouw die van dat alles wordt beschuldigd is de 34-jarige biologe Mia Holl. Omdat zij om haar pas gestorven broer rouwt doet zij even wat minder aan haar fysieke conditie. De staat grijpt meteen in: voor rouw is geen ruimte. En al helemaal niet voor rouw om een broer aan wie een luchtje zit, van subversiviteit. Als een moderne Antigone verdedigt Mia haar recht op verdriet. Maar zij heeft een sterke tegenstander.

Heinrich Kramer, auteur van het handboek Gezondheid als principe van staatslegitimatie, pleit welbespraakt voor het geweldig functionerende systeem. Het is een systeem waarin ziekte en pijn zijn uitgebannen, evenals persoonlijk leed. Meewarig blikt Kramer terug op de 20ste eeuw: ‘Leven betekende naar jezelf kijken terwijl je langzaam stierf. [...] De mens werd voortdurend begeleid door de angst om aan zichzelf te gronde te gaan. [...] Is het geen groot geluk dat wij die toestand hebben overwonnen?’

Schrijven staat voor Juli Zeh gelijk aan argumenteren. Twee, of meer, scherpzinnige personages kruisen verbaal de degens. Dat irriteert veel Duitse recensenten. Zij ergeren zich aan Zehs ‘boekenwijsheid’ en aan haar ‘papieren figuren’. Waarbij ze voorbijgaan aan het feit dat een ideeënroman het nu eenmaal van ideeën moet hebben en niet van gedetailleerd geschilderde karakters.

Want dat is Corpus delicti allemaal: een ideeënroman, een toekomstroman, een rechtbankroman, een dystopie, een thriller. De ex- juriste Juli Zeh paart analytisch verstand aan een overvloedige verbeeldingskracht. Kracht, meer dan in haar met Ilija Trojanow geschreven pamflet Angriff auf die Freiheit (besproken in Boeken, 06.11.09), heeft ook haar kritiek op het heden. Heinrich Kramer zit er niet ver naast wanneer hij in onze voor hem al achterhaalde maatschappij een ‘daling van het geboortecijfer’ constateert, ‘amokpartijen’, ‘het verdwijnen van loyaliteit’, ‘de ineenstorting van de socialezekerheidsstelsels’ en nog ergere verschijnselen van verval.

Mia Holl verlangt dan ook niet naar de slechte oude tijd in zijn geheel terug. Ze is niet zo hippie-achtig als haar vermoorde broer Moritz. Die at liever zelfgevangen visjes dan proteïnen uit een tube en hij verheerlijkte ‘de roes, de mislukking en de hoge vlucht.’ Zijn zus is nuchterder. Haar verandering, van aanhangster tot aanklaagster van het systeem, gaat geleidelijk. De rechtbank drijft haar in een hoek.

Is zij in de ogen van het justitiële apparaat eerst nog alleen maar nalatig, later wordt ze beschuldigd van terrorisme en van hoogverraad. Mia heeft dan al haar vlammende j’accuse de wereld in geslingerd: ‘Ik zeg mijn vertrouwen op in een beschaving die de geest heeft verraden aan het lichaam. Ik zeg mijn vertrouwen op in een lichaam dat niet mijn eigen vlees en bloed maar een collectieve visie op het normale lichaam moet vertegenwoordigen.’ Heel consequent laat Zeh Mia’s lichaam verdwijnen. Of, erger nog: het wordt haar afgepakt. Gedemonteerd, gesloopt wordt het, maar het mag niet sterven. Het laatste wat men kan gebruiken is een martelares. Men zal haar snel oplappen en in het gareel brengen en dat is de hoogste straf: ontsnappen kan zij wel vergeten.

Zeh treedt zaterdag om 21u30 op in zaal Waterloo.