MET DE TREIN

‘Gaan we ook een keer met de trein?” vraagt Rintje. Omdat het vakantie is logeert hij bij zijn oma.

„Maar we hoeven nergens naartoe”, zegt oma.

„Dan bedenken we toch iets”, zegt Rintje. „Of we gaan zomaar ergens heen?”

„Gekke jongen”, zegt oma. „Met jou is het leven nooit saai! Vooruit, we gaan met de trein, zomaar, zonder doel. Wacht eens, ik pak de landkaart en dan moet jij met je ogen dicht een plaats aanwijzen.”

Oma slaat de grote atlas open. „Nu je ogen dicht!” zegt ze. Rintje wijst met zijn poot een plaats aan.

„Oei”, zegt oma. „Dat is wel ver hoor! Dan zitten we zeker twee uur in de trein!”

„Jippie!” zegt Rintje. „Lekker lang! Dat is juist leuk!”

Als ze op het grote station zijn, koopt oma de kaartjes. Rintje krijgt een gewoon kaartje en voor zichzelf koopt oma een speciaal kaartje voor oude honden, die zijn iets minder duur.

Het duurt een tijdje voor de trein komt die ze moeten hebben. Maar Rintje vindt het prachtig om rond te kijken op het station. Hij houdt van de geluiden van de treinen en steeds als een trein vertrekt hoort hij het fluitje van de conducteur.

Dan komt in de verte hun trein aanrijden. Het is een hele mooie rode trein. De locomotief is heel erg groot en door het raam ziet Rintje de machinist. Samen met oma zwaait hij. De machinist zwaait vrolijk terug.

Als ze een mooie plaats gevonden hebben bij het raam, klinkt het fluitje en rijdt de trein langzaam het station uit. Rintje kijkt zijn ogen uit. Eerst ziet hij alleen nog maar huizen van de stad, maar daarna zijn er ook veel bossen en weilanden.

Na een hele tijd komt de conducteur. Oma pakt de kaartjes.

„Goedemiddag”, zegt hij. „Mag ik uw kaartjes even zien?”

„Hier, geef jij ze maar”, zegt oma tegen Rintje.

„Dat is nog een hele reis”, zegt de conducteur. „Maar volgens mij vind jij dat helemaal niet erg!”

„Dat klopt”, roept Rintje. „Met de trein reizen vind ik het leukste wat er is!”

„Omdat het zo’n lange reis is, kan ik wel wat hulp gebruiken”, zegt de conducteur. „Denk je dat je kaartjes kan knippen?”

Rintje weet niet wat hij zeggen moet. Opeens is hij een beetje verlegen.

„Ik weet zeker dat je het kan!” zegt oma. Ze geeft hem een duwtje in de rug. Nu knikt Rintje en hij gaat met de conducteur mee om de kaartjes te knippen van alle reizigers.

Na een hele tijd komen ze terug. Oma is in slaap gevallen. Rintje trekt aan haar mouw.

„O”, zegt oma slaperig. „Ben je er al weer?”

„Ik ben heel lang weg geweest!” zegt Rintje. „Ik heb alle kaartjes geknipt!”

„Je hebt me heel goed geholpen, en daarom heb ik een cadeautje voor je!” zegt de conducteur. Uit zijn tas pakt hij een zilveren fluitje. „Hier”, zegt hij, „een echte stationsfluit!”

Rintje probeert de fluit meteen uit.

„Niet te hard hoor!” lacht de conducteur. „Straks raakt de machinist in de war!”