Knuffelautochtonen

Mij was het ontgaan, maar in de Volkskrant schreef Evelien Tonkens er van de week een stukje over: de mislukte poging van de gemeente Ridderkerk om ontevreden buitenstaanders, de burgers die zich wentelen in hun onvrede, te overladen met „bestuurlijke warmte”. Een jaar lang was op allerlei manieren geprobeerd hen te bereiken en tot meedoen over te halen: om „een menselijk, warm gezicht te tonen” kregen alle inwoners een digitaal bloemetje gestuurd, nieuwkomers ontvingen bij het standaard informatiepakket een cake die ze „met de buren” konden opeten. Op een antwoordkaart konden bewoners invullen wat de gemeente allemaal nog meer kon doen om mensen met elkaar in contact te brengen.

Niemand stuurde in. De inwoners van Ridderkerk werd ook gevraagd iets positiefs om te schrijven over „wat betrokkenheid voor u inhoudt.” En: „met elkaar maken we dan een wandkleed”. Nauwelijks reacties. Project ‘Aanhaken’ mislukt.

Tonkens concludeert dat de afzijdigen van Ridderkerk geen behoefte hebben aan betrokkenheid en totaal niet geïnteresseerd zijn in het democratische proces. „Trots op democratie – daar schort het aan.”

Dat zal best, maar je kunt je afvragen of het project ‘Aanhaken’ van de gemeente Ridderkerk daar het beste bewijs van is. Met elkaar maken we een wandkleed! Waar doet die softe, sentimentele, bevoogdend kinderlijke toon aan denken? Aan de hoogtijdagen van het multiculturalisme, toen er voor afzijdige allochtonen van overheidswege ook allerlei ludieke evenementen werden bedacht om elkaar te ‘ontmoeten’. Die gekte is nog steeds niet helemaal overgewaaid; een van de projecten die het alweer ter ziele gegane multiculturele kaartenhuis Kosmopolis ondersteunde, was de zogenaamde Burenwinkel, waar producten werden verkocht die de sociale cohesie moesten bevorderen: zo was er een speciaal ontworpen gieter met een extra lange tuit, waarmee je vanaf je balkon ook de plantjes van je buren water kon geven. Wie zoiets bedenkt, weet niet wat woede is. Wie denkt permanente onvrede en afzijdigheid te kunnen bezweren met een gratis cake, lijdt aan een beangstigende vorm van blindheid.

Naïviteit kent geen tijd. Ruim na het failliet van het blijmoedige multiculturalisme is er in wezen niets veranderd. Alleen zijn de rollen omgedraaid, de bordjes verhangen. Terwijl nieuwkomers keer op keer met hun neus in hun eigen verantwoordelijkheid worden geduwd in het kader van het grote benoemen, wordt de ontevreden afhaker het hof gemaakt met een omzichtigheid waar de multiculturalisten van weleer nog een puntje aan konden zuigen. Vroeger was de migrant het eeuwige slachtoffer, die warm en innig tegemoet gekomen moest worden en in alles vergoelijkt. De autochtone Nederlander moest niet zeuren. Nu is het andersom. De permanent afzijdige burger is de knuffelautochtoon geworden, zijn onvrede de nieuwe zieligheid. De omzichtigheid waarmee hij benaderd wordt, is louter politieke correctheid. Alle verwijten die in Nederland nieuwkomers treffen – niet meedoen, zeuren zonder initiatief te tonen, het slachtoffer uithangen zonder zelf een bijdrage te leveren – zijn ook van toepassing op die verbeten afhaker, alleen wordt hij gesmeekt in plaats van aangesproken.

Je ziet het aan die kruiperige benadering van de gemeente Ridderkerk. Je ziet het aan de gepikeerde ontzetting waarmee op televisie werd gereageerd toen zanger Herman van Veen het gewaagd had de PVV met de NSB te vergelijken. „U beledigt twee miljoen mensen!’’, luidde het belangrijkste tegenargument. Dat is helemaal geen argument – het is een bange bezwering. Je moet wel ernstig verblind zijn om niet te zien dat de PVV als beweging ondemocratisch is, het maakt niet uit hoeveel miljoen hardwerkende Nederlanders dat weigeren in te zien, omdat ze nu eenmaal zo’n teringhekel hebben aan Balkenende en Bos. En ook niet dat dat bezwaar vooral geuit wordt door ‘softe linkse mensen’ of berekenende politieke tegenstanders. Het is een feit.

Dat een gelijke ontzetting uitblijft wanneer Geert Wilders alle Nederlandse moslims steeds weer fascisten noemt en zijn critici consequent shariasocialisten, geeft al aan dat we met een ernstige vorm politieke correctheid te maken hebben. Werd eertijds kritiek op de multiculturele samenleving afgedaan als buitenlanderhaat, tegenwoordig is de afzijdige burger het slachtoffer van dienst. Van die burger mag je geen maatschappelijke betrokkenheid eisen. Hij is een slachtoffer dat niet mag worden tegengesproken, hij moet gepaaid worden met digitale bloemetjes van de gemeente en aanmoedigende ansichtkaarten. Wilders spreekt uit naam van de mensen die eindelijk recht van spreken hebben, Herman van Veen uit naam van mensen die beter hun mond kunnen houden. Dat heeft niks met argumenten te maken – en alles met de tijdgeest.

Die vergelijking met de NSB door Van Veen was ongelukkig – niet omdat die helemaal niet op zou gaan, maar omdat beschuldigingen van fascisme en racisme aan de orde van de dag waren in de hoogtijdagen van het multiculturalisme. Wie een ander tegenwoordig voor fascist of NSB’er uitmaakt, verwijst helemaal niet naar de Tweede Wereldoorlog, maar naar de ‘linkse’ jaren 60 en 70. Daar zit het trauma. Hetzelfde geldt voor woorden als extreemrechts, staatsgevaarlijk, enzovoort. Mijn woorden zijn het niet, er is al genoeg heilige verontwaardiging. Critici van het blijmoedige multiculturalisme hadden gelijk toen ze stelden dat je betrokkenheid mag eisen, in plaats van er om te smeken. Maar dat geldt dan wel voor iedereen, voor nieuwkomers en voor achterblijvers. Slachtoffers heb ik nu wel genoeg gezien.

PS. Wie betaalt Wilders? Twee weken nadat ik mijn vraag aan Geert Wilders stelde, staat hij op de journalistieke agenda. Bij Pauw &Witteman stelde Femke Halsema hem vol overtuiging, alsof ze hem helemaal zelf had bedacht. Vrij Nederland probeerde deze week over de kwestie verhaal te halen bij de PVV. Het was onduidelijk of giften die binnenkwamen via een Amerikaanse organisatie als Children of Jewish Holocaust Survivors gebruikt worden voor juridische ondersteuning van Wilders of naar de PVV gaan. De verslaggever van VN legde die vraag voor aan een woordvoerder van de beweging, die helaas verzuimde om terug te bellen. Echt jammer, want het is een vraag die me belangrijker lijkt dan de vraag of de PVV extreemrechts genoemd mag worden. Zijn er buitenlandse organisaties die hem steunen en zo ja, met welk doel? Wilders zal antwoord op die vragen moeten geven, wil hij in de toekomst bestuurlijke verantwoordelijkheid kunnen dragen.