Ik had behoefte aan de wond

Zo stijlvast als Nelleke Noordervliet is, zo gebeiteld is ook het verhaal van haar nieuwe roman. De losse eindjes worden eigenlijk te goed afgehecht.

Nelleke Noordervliet: Zonder noorden komt niemand thuis. Augustus, 235 blz. € 20,-.

Zoals een generaal niet moet proberen de vorige oorlog te winnen, zo moet een criticus niet het vorige boek van de door hem besproken auteur recenseren. Maar in het geval van Nelleke Noordervliet is de verleiding groot. Al was het alleen maar omdat Snijpunt (2008) een veel indrukwekkendere roman is dan Zonder noorden komt niemand thuis – en ik me afvraag waar dat aan ligt.

Niet aan het verhaal in elk geval, hoewel Snijpunt – over een zoekend meisje, haar vader en een geheimzinnige meesterschrijver – een zeldzaam fantasierijke en spannende plot had die veel ruimte liet voor literaire spelletjes. Zonder noorden komt niemand thuis, Noordervliets twintigste boek, is wat gewoner van opzet, maar weet toch in het begin de nodige suspense op te roepen.

De ik-figuur van Zonder noorden... is een Nederlandse freelancejournalist van middelbare leeftijd die een huis huurt op het platteland van Canada omdat hij niet kan leven met het feit dat de moordenaar van zijn vrouw na acht jaar op vrije voeten komt. Maar ‘asiel, herstel, vergetelheid’ is deze Robert Andersen niet gegund. Het huis dat hij betrekt blijkt van een spoorloos verdwenen vrouw, en natuurlijk kan hij zichzelf er niet van weerhouden om de Sherlock Holmes uit te hangen. Waarmee hij zich het ongenoegen op de hals haalt van de dorpsbewoners, die allemaal wel een reden hebben om niet al te rouwig te zijn over de verdwijning van Beverly Walker.

De stugge westkust-Canadezen bewaren een geheim, maar daarin staan ze niet alleen. Langzaam komt de lezer erachter dat ook Robert geen schoon geweten heeft. Zijn Canadese reis blijkt een broodnodige ‘vlucht naar loutering’. De rouw om zijn vrouw blijkt beladen door schuldgevoel – en terecht. ‘Wanneer zou ik eens ten volle erkennen’, denkt hij in het laatste deel van het verhaal, ‘dat ik [de moordenaar] Johnny H. sowieso met geen vinger aan zou raken, niet uit gehoorzaamheid aan de wet, niet uit lafheid, maar gewoon omdat ik behoefte had aan de wond.’

De naspeuringen van Robert, en het zelfonderzoek dat daarmee parallel loopt, houden de Zonder noorden... spannend tot tweederde. Daarna wil de schrijfster te veel uitleggen en verliest ze zichzelf in abstracte zinnen. ‘Ik verbaas me alleen over de afstand tussen de werkelijkheid en het verhaal over de werkelijkheid dat we allen vertellen’, zegt Robert tegen een bewoonster van Horn met wie hij steeds intiemer wordt. Waarop zij antwoordt: ‘Beverly Walker nam zelf de beslissing bepaalde zaken te verzwijgen. Jij doorkruist dat besluit. [...] Wat is erger: het onrecht van het te snelle oordeel of het onrecht van de postume schending van haar privacy?’

Zonder noorden komt niemand thuis, dat zijn titel ontleent aan een gedicht van K. Michel, grossiert in grote thema’s als schuld, vergiffenis, hypocrisie en het menselijk onvermogen om werkelijk contact te maken. Soms zijn ze verpakt in onwerkelijke dialogen, soms in spreekwoordachtige formuleringen (‘Wie beoordeeld wil worden op zijn fraaie en gekwelde inborst, die moet niet bang zijn voor onverschilligheid’), soms in pathetische vragen van het kaliber ‘wat kunnen we elkaar eigenlijk schelen?’ Die laatste vraag komt ongelukkig genoeg op een moment in het boek dat de gemiddelde lezer zich begint af te vragen waarom hij nog verder zou lezen, vooral omdat de belofte van een verrassend of interessant slot niet ingelost lijkt te worden.

Noordervliet heeft een gave stijl, waar technisch niets op is aan te merken maar die ook weinig verrassingen biedt. Je snakt naar zinnetjes waar even iets sprankelt, zinnetjes als ‘De gedachte bleef vers en levendig en had aan alle kanten sterke stekels. Een zee-egel van een gedachte.’ Of, over het nieuwe onderkomen van het troosteloze ‘erfgoedcentrum’ van Horn: ‘Het was niet rustiek en het was niet modern. De architect was de aarzeling niet te boven gekomen.’ Maar dat soort literaire speldeprikjes is, net als humoristische zinswendingen, op de vingers van één hand te tellen.

Zo stijlvast als Noordervliet is, zo gebeiteld is ook het verhaal van Zonder noorden... Bijna alle losse eindjes worden aan het eind afgehecht. Robert ondergaat zijn loutering, hij beleeft opnieuw de liefde, hij verzoent zich met het stugge dorpje en zelfs op een bepaalde manier met de moordenaar. Geholpen door de Canadese natuur, die overtuigend door Noordervliet wordt beschreven, wordt hij een beter mens. Maar niet bepaald een beter personage. Ik zal hem lang en breed vergeten zijn wanneer zelfs de bijfiguren uit Snijpunt nog in mijn gedachten ronddolen.