Het werk van God

Toen de Britse premier Brown afgelopen weekeinde tijdens de vergadering van de G20 in St. Andrews tot ieders verrassing pleitte voor een wereldwijde belasting op financiële transacties, een zogenoemde Tobin-tax, werd hij onmiddellijk terecht gewezen door de Amerikaanse minister van Financiën, Timothy Geithner. Onder geen beding zouden de Verenigde Staten een dergelijke wereldwijde transactiebelasting steunen. Ook het voorstel om financiële instellingen die te groot zijn om failliet te gaan, op te breken, is aan dovemansoren gericht.

De belasting werd in 1971 geopperd door de econoom en Nobelprijswinnaar James Tobin als een manier om speculatie op financiële markten tegen te gaan (later in zijn leven ging hij overigens twijfelen aan de haalbaarheid van de Tobin-tax).

Volgens het Oostenrijkse Instituut voor Economisch Onderzoek zou de transactiebelasting, als elke tienduizend dollar aan aandelen-, derivaten- en valutatransacties met vijf dollar wordt belast, jaarlijks wereldwijd 690 miljard dollar opleveren (dat is 5 procent van het Amerikaanse bruto nationaal product).

Het is ontluisterend om te zien hoezeer de VS zich verzetten tegen maatregelen om het bankwezen te reguleren. Terwijl eurocommissaris Kroes ervoor heeft gezorgd dat banken die steun hebben ontvangen, flink moeten herstructureren, kunnen de bankiers in de Verenigde Staten gewoon op de oude voet verdergaan. Zoals de Financial Times afgelopen week in een profiel van de Nederlandse eurocommissaris schreef, zijn Kroes’ politieke handigheid en haar standvastigheid van onschatbare waarde gebleken tijdens de financiële crisis.

Vorige week maandag werd duidelijk dat de strenge toepassing van Europese staatssteunregels door Kroes twee van de grootste Britse banken tot herstructurering dwong, zoals ze een paar weken eerder ING al tot opsplitsing had gedwongen. Too big to fail is simpelweg te groot, is haar adagium. En nadat Kroes had afgedwongen dat de Duitse regering het steunpakket van 4,5 miljard euro voor autofabrikant Opel niet mocht koppelen aan een bepaalde koper, besloot General Motors om de verkoop van Opels Europese activiteiten aan het Canadese Magna niet door te zetten, tot ontzetting van bondskanselier Merkel die net in Washington was om het Amerikaanse congres toe te spreken.

In de VS gedragen de bankiers zich weer als Masters of the Universe. Volgens Lloyd Blankfein, de topman van de Amerikaanse zakenbank Goldman Sachs, doen niet de kerken maar de banken het werk van God. In een interview, afgelopen weekeinde, met de Britse krant The Sunday Times, zei Blankfein dat banken „een sociale functie” hebben en „een maatschappelijk belang dienen” doordat ze bedrijven helpen te groeien door ze te voorzien van kapitaal. Of God ook de winsten aan slechts enkelen zou toebedelen en de verliezen op het grote publiek zou afwentelen, liet hij in het midden.

Dat Goldman Sachs (in Amerika ook wel aangeduid als Goldmine Sachs) überhaupt nog bestaat, is te danken aan het feit dat de Federal Reserve, het Amerikaanse stelsel van centrale banken, in september vorig jaar de verzekeringsgigant AIG met een lening van ruim 80 miljard te hulp schoot (en later met een soortgelijk bedrag). Aan het noodkrediet voor AIG had Timothy Geithner, die toen aan het hoofd van de New York Fed stond, de voorwaarde verbonden dat AIG alle credit default swaps contracten zou honoreren, terwijl de verzekeraar zelf al maanden met tegenpartijen aan het onderhandelen was over een betaling van slechts 40 procent van de waarde van verzekeringscontracten met het oog op het nakend bankroet.

De redding van AIG leverde Goldman Sachs 14 miljard dollar op. De zakenbank (die zich tijdens de crisis omvormde tot een gewone bank om zo te kunnen profiteren van de lage rente van de Fed) houdt vol dat het hier niet om overheidssteun gaat. Jammer dat het verbod op staatssteun tegen de lidstaten is gericht, en niet tegen de steunontvangende onderneming. Eurocommissaris Kroes zou wel raad hebben geweten met dergelijke afspraken (zie de Duitse steun aan Opel) en had korte metten gemaakt met Goldman Sachs.

President Obama toont bij de herziening van het financiële toezicht al even weinig leiderschap als bij de herziening van het ziektekostenstelsel. Terwijl de Amerikaanse minister van Financiën Geithner een half jaar geleden een halfwassen plan presenteerde met goede voornemens en vage beloftes, is het de voorzitter van de senaatscommissie Chris Dodd die deze week een 1.100 pagina’s tellend wetsvoorstel op tafel heeft gelegd. Het wetsvoorstel moet onder meer een einde maken aan de miljarden verslindende reddingsoperaties van de Federal Reserve en de omstreden praktijk dat de Wall Street bankiers hun eigen toezichthouders mogen benoemen. Dat Dodd het Amerikaanse congres ook inspraak wil geven bij de bepaling van de rente voorspelt overigens weinig goeds voor de dollar, maar dit terzijde.

De maatregelen die de regering-Obama aankondigde om de buitensporige beloningen aan te pakken, waren ook al niet meer dan een wassen neus. Managers bij banken die steun ontvingen van de overheid zouden 90 procent van hun salaris moeten inleveren. Maar uit de kleine lettertjes bleek dat de beloningsmaatregel uitsluitend toezag op de laatste twee maanden van 2009. De maatregel was bovendien niet van toepassing op Goldman Sachs. Lloyd Blankfein kan dit jaar naar verluidt op een bonus van meer dan 20 miljoen dollar rekenen, bovenop zijn vaste salaris. Volgens Blankfein zouden veel Amerikanen met plezier toekijken als hij zijn polsen doorsneed. Wellicht. Maar de Amerikaanse belastingbetalers zouden meer geholpen zijn met een toezichthouder à la Kroes.

Wilt u reageren? Dat kan op nrc.nl/mees