Hege Bøkko in spoor van oudere broer naar de top

Het internationale schaatsen bij de vrouwen stagneert de laatste jaren qua niveau. Het jonge talent Hege Bøkko, ‘zusje van’, zou die stilstand kunnen doorbreken.

Heerenveen, 13 nov. - Als een vlindertje fladderde een frêle Noorse juniore over het keiharde buitenijs van Inzell. Een windstille oktoberavond in 2008, de openingswedstrijden van het afgelopen schaatsseizoen. Tsjak-tsjak-tsjak, opening van de 500 meter in 11,1 seconden. Zelfs de meeste ervaren toppers – Ireen Wüst, Paulien van Deutekom – kwamen op dat moment niet aan zo’n tijd over de eerste 100 meter. Zonder kracht, puur op techniek. Hege Bøkko, toen net zeventien jaar oud, maakte haar debuut in de Noorse kernploeg van Peter Mueller. „She’s dancing”, jubelde de Amerikaanse coach. „Special talent.”

Nauwelijks een jaar later, bij de wereldbekerwedstrijden van afgelopen weekeinde in Berlijn, schaatste het zusje van de Noorse kopman Håvard Bøkko op de 1.500 meter voor het eerst tussen de elite in de A-groep. Vlak achter haar gerenommeerde tegenstander Margot Boer danste de jonge Bøkko door de bochten, fladderde over het rechte eind en handhaafde zich sterk in de eerste groep: 1.59,69, tweeënhalve seconde onder haar persoonlijk record.

„Dat was een goede race”, zegt ze bescheiden lachend in de lobby van het hotel waar de Noorse ploeg verblijft in de aanloop naar de tweede wereldbekerwedstrijd dit weekeinde in Heerenveen. In Berlijn verbeterde ze ook op de 500 en 1.000 meter haar eigen beste tijden. Veel sterker geworden in de afgelopen zomer? „Je moet hard werken om de beste schaatsster ter wereld te worden”, antwoordt de Noorse kampioene op drie afstanden zacht maar beslist.

Haar vier jaar oudere broer klom vanaf zijn achttiende stap voor stap naar de wereldtop. Inmiddels is hij de enige allrounder die in de buurt kan blijven van Sven Kramer. Kan Hege Bøkko doorgroeien naar de top van het internationale vrouwenschaatsen, dat de laatste jaren qua niveau stagneert? „Ze is jong en traint pas voor het tweede jaar serieus”, zegt Mueller. „We gaan haar niet pu-shen en houden het plezier voorop. Haar middenafstanden zijn het sterkst, maar ze zal zich zeker als allrounder ontwikkelen.” Zelf denkt ze vooral aan de WK junioren. „Dat is mijn hoofddoel dit seizoen, net als Håvard dat vier jaar geleden had.”

Wars van grootspraak, overtuigd van haar mogelijkheden. „Voor de buitenwereld lijkt ze misschien een bescheiden jong meisje”, zegt Mueller. „Maar net als haar broer weet ze precies wat ze wil. En ze zegt echt wel wat ze denkt. ‘Wanneer stop je nou eens met nagelbijten’, plaagde ik haar laatst. ‘Als jij stopt met roken’, counterde ze meteen. Iedereen in de ploeg is gek op haar. BS is haar bijnaam, Baby Shadow.”

Niet alleen haar bijnaam verwijst naar haar broer, die Shadow heet sinds hij vier jaar geleden als een schaduw stiekem een fles wijn achteroverdrukte op een feestje. Hege schaatst vanaf het begin in de sporen van Håvard, in hun geboorteplaats Hol, een dorpje in de Noorse bergen. „Toen ik twee was ging ik al met hem mee om te schaatsen. Alle kinderen kwamen op woensdagmiddag naar de ijsbaan om rondjes te rijden. Later gingen we in de weekeinden met vader en moeder en onze oudere broer, die ook schaatste. En de rest van de week speelden we buiten. Skiën, rennen. It was fun.”

Serieus werd het toen Håvard in 2004 door Mueller werd uitgenodigd voor de nationale ploeg. „Ik was twaalf, dertien jaar en vond het schitterend dat mijn broer zo goed was. Dat wilde ik ook. Op mijn vijftiende ben ik gestopt met voetballen omdat ik alle tijd nodig had voor het schaatsen.”

Mueller herinnert zich hun eerste ontmoeting. „Drie jaar geleden op het Noorse kampioenschap. Een klein, dun meisje. Het was alsof ik Håvard zag schaatsen. Perfecte bochten, geen kracht. Ik wist direct dat ze het nationale team zou halen. En nu zit ze erbij en rijdt 1.59 op de 1.500 meter. Nog een eigenschap die ze deelt met Håvard: als het startschot gaat, geeft ze altijd 100 procent.”

De olympisch kampioen van 1976 op de 1.000 meter vergeleek de Bøkko’s al met zijn vroegere ploeggenoten Eric en Beth Heiden. „Ik heb nooit een broer en zus op schaatsen gezien die dichter bij de Heidens in de buurt kwamen.”

Zelf noemt ze snel haar Noorse ploeggenoten Sverre en Maren Haugli. „Het is leuk om als broer en zus goed te schaatsen. Mijn grootste voordeel is dat ik veel van mijn broer kan afkijken. Fouten die hij maakte, kan ik gewoon overslaan.”