Gruwelijke keuzes

Moet of mag er een betaalde website komen met tips voor zelfdoding? Brengt zo’n site mensen misschien op verkeerde ideeën? Heeft iedereen de plicht verder te leven tot het lichaam ermee ophoudt? Mag de mens zélf weten wanneer zijn leven is voltooid, en kiezen voor het einde?

Er rijzen veel vragen. Makkelijke antwoorden zijn er niet. De Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVvE) zet met de lancering van zo’n website in ieder geval een discussie op scherp.

Hulp bij zelfdoding kan strafbaar zijn en is hoe dan ook maatschappelijk omstreden. Het voorkomen van zelfdoding is natuurlijk altijd beter. Maar dat advies kan ook enigszins gratuit zijn. Er zijn gevallen en momenten dat de wens van een mens om te sterven geëerbiedigd moet worden.

De NVvE onderscheidt ruwweg drie groepen die zoeken naar een ‘waardig sterven’. Chronisch psychiatrische patiënten met een doodswens en een hoge ‘lijdensdruk’. Mensen die hun leven voltooid achten, bijvoorbeeld door hun hoge ouderdom en de eenzaamheid die daarmee gepaard kan gaan. En patiënten die al jong lijden aan een gevorderd stadium van dementie. Medisch zijn dat geen patiënten met een ondraaglijk en uitzichtloos lijden, voor wie palliatieve sedatie en, op eigen verzoek na toetsing, euthanasie beschikbaar is. Het gaat om mensen die het gevoel hebben te zijn uitgeleefd, (psychiatrisch) uitbehandeld of aftakeling door dementie niet willen aanvaarden. Om mensen die bewust en waardig willen sterven, niet automatisch, ‘als het zover is’.

Dat is minder eenvoudig dan wel eens wordt aangenomen. De toegang tot farmaceutische middelen in de beveiligde en gecontroleerde samenleving is juist afgenomen. Enkele decennia geleden waren er op doktersrecept veel sterkere medicijnen te krijgen dan nu. Met de consequenties van doe-het-zelven met het levenseinde worden nu dus vaak nabestaanden, hulpverleners en omstanders, bijvoorbeeld treinpersoneel, geconfronteerd. Zij blijven achter met de beelden van gestikte of verminkte mensen die geen andere methode wisten om hun leven te beëindigen. Dat kan hun levens weer beschadigen. Dat is op zichzelf al een argument om de dood bij zelfbeschikking niet te compliceren. Tegelijkertijd kan het aanbod van een speciale website ook de vraag scheppen. En dat kan ook niet de bedoeling zijn.

Maar in een mediasamenleving, waar iedere burger online is of kan zijn, is ook dit soort informatie nu eenmaal toegankelijk. De mens is niet alleen vrij om te denken, maar ook om te weten. Wie weet dat er een weg is naar een levenseinde kan bovendien door die wetenschap worden getroost en zelfs bemoedigd: het kan, maar daarom hoeft het nog niet.

Tegelijk dringen de mitsen en maren zich ook op. De grens tussen informeren en propageren is dun. Aan het bevorderen van zelfdoding is geen behoefte. Ook iemand die weloverwogen een einde aan zijn leven wil maken, de zogeheten balanssuïcide, kan nog wel eens op andere gedachten worden gebracht. Preventie moet dan ook prioriteit blijven.