GeenStijl verovert de literaire kritiek

Het was een wrange grap van Erwin Mortier vlak voordat hij dinsdagavond de AKO-Literatuurprijs 2009 in ontvangst nam: ‘Ik ben kansloos, ik acht mijn boek te goed voor deze jury.’ De ironie ervan – hij bedoelde het omgekeerde – was begrijpelijk voor wie het weekblad Vrij Nederland had gelezen. In een minachtende voorbeschouwing was de jury weggezet als volstrekt onbekwaam.

Een schande toch, dat er geen pulp was genomineerd, maar wel Godenslaap van Mortier en Via Cappello 23 van Weijts. ‘Wat is dit voor jury? Welke mensen zijn hiervan onder de indruk? En deze figuren durven zichzelf ‘beroepsrecensenten’ te noemen.’

Alle journalistiek moet kennelijk op GeenStijl gaan lijken. We krijgen binnenkort GeenStijl op de televisie, vooruit maar. Inmiddels heeft Vrij Nederland zijn ooit gezaghebbende rubriek de Republiek der Letteren ook al opengesteld voor GeenStijl-proza: schelden op ‘figuren’ die het ‘durven’ een mening te uiten zonder te luisteren naar de ‘mensen’. Weijts? ‘Je zegt het, doctorandus’, dat is in Vrij Nederland tegenwoordig een diskwalificatie. Mortier? ‘Impressionistische beschrijvingen van geuren en landschappen’, lijkt te veel op literatuur.

Terecht dat Mortier de spot dreef met deze modieuze stijlloosheid. Is het dedain voor kunstenaarschap of alleen voor de jury? Beide denk ik. Bijna geneer ik me plaatsvervangend tegenover een ‘figuur’ als de eminente juryvoorzitter Guy Verhofstadt, de voormalige Belgische premier, die veertig titels van de groslijst heeft gelezen en daar gepassioneerd en deskundig over spreekt. Al is hij geen beroepslezer, hij heeft duidelijk meer in zijn mars dan de anti- doctorandus van VN, die niet verder komt dan het knullig samenvatten van flapteksten. Wat ben ik dan blij dat er in Nederland nog een AKO- en een Librisprijs bestaan met jury’s die geen andere agenda hebben dan het hoog houden en belonen van literaire kwaliteit.