Geen geld, geen regering en de politici blijven ruziën

Roemenië zit al maanden zonder geld en regering.

Ondertussen neemt het vertrouwen van de burger in de politiek steeds verder. „Je inlaten met politiek is een zakelijk besluit.”

Een paar weken geleden stopte een busje naast het huis van Sebastian Morea, ondernemer in Mogosoaia, een groeiende voorstad van de Roemeense hoofdstad Boekarest. Jonge mensen met tassen in de campagnekleur van de liberale partij (PD-L) stapten uit en klopten aan. Morea’s moeder paste die dag op zijn zoontje en deed de deur van de nieuwbouwwoning open. Ze kreeg een gele zak met een grote salami, meel, suiker, bonen en olie om mee te koken. ‘Alstublieft, van de burgemeester, om deze moeilijke tijd door te komen’

„Het werkt. Mijn moeder is nu zijn fan”, legt Morea. Hij heeft de afgelopen jaren goede zaken gedaan met adviezen voor brandveiligheid. Door de snelle economische groei kon hij zijn eigen huis bouwen, een vrijstaande eengezinswoning. Nu de economische crisis Roemenië hard treft, vraagt hij zich kwaad af waarom hij eigenlijk belasting betaalt, want het is hem volkomen onduidelijk waar het geld heen gaat. „In Roemenië verandert nooit iets. Hooguit de inhoud van zo’n tas.”

Roemenië is zonder regering. De grote coalitie van sociaal-democraten (PSD) en liberaal-democraten (PD-L) die het land sinds eind 2008 leidde, spatte een maand geleden uit elkaar onder druk van de naderende verkiezingen en de lange lijst moeilijke hervormingen waarover de komende maanden moet worden besloten. De sociaal-democraten gingen in oppositie.

Maandag presenteerde de derde kandidaat-premier in een maand tijd, Liviu Negoita, zijn ministersploeg. Een meerderheid in het parlement heeft al aangekondigd tegen deze door de president voorgestelde kandidaat te stemmen. Net zoals ze de eerder door hem genomineerde regeringsleider afwezen. En net zoals de president de door een parlementaire meerderheid beoogde premier afwijst.

Het politieke drama in Roemenië voltrekt zich op het slechtst denkbare moment. Het land is zwaar getroffen door de internationale economische crisis. De 8 procent groei van de eerste negen maanden van 2008 zijn omgeslagen in 8 procent krimp. In ruil voor een lening van 20 miljard euro van het IMF, de EU en de Wereldbank heeft de regering moeten beloven ingrijpend te bezuinigen en te hervormen. Maar moeilijke besluiten zoals het ontslaan van ambtenaren en verlaging van pensioenen, worden vooruitgeschoven. Om het volgende deel van de lening te krijgen, moet een begroting voor 2010 worden goedgekeurd die voldoet aan de beloften die het IMF zijn gedaan. De overboeking is uitgesteld tot er een regering is. De Roemeense krant Gandul meldt vandaag dat in de conceptbegroting de belastinginkomsten zijn geflatteerd, om de IMF-eis van een begrotingstekort van 5,9 procent te halen.

President Traian Basescu (PD-L) voert intussen zowel actief campagne voor zichzelf als tegen het parlement. Zijn portret prijkt op ieder groot gebouw in de hoofdstad en op spandoeken boven dorpsstraten. Hij kijkt de Roemenen samenzweerderig met een opgetrokken wenkbrauw aan. Alsof hij wil zeggen: we weten allemaal dat politici liegen en bedriegen, stem op mij, dan ruimen we dat zootje samen op.

Een week na de val van het kabinet-Boc schreef Basescu plots een raadgevend referendum uit, ook te houden op 22 november, voor vermindering van het aantal parlementariërs van 471 naar 300 en het afschaffen van een van de twee kamers van het parlement. „Als we ze niet effectiever kunnen maken, laten we dan in ieder geval de kosten [van het parlement, red.] verlagen”, houdt hij kiezers voor op campagne. Hij speelt in op een breed levend sentiment. In peilingen zegt maar 10 procent van de Roemenen vertrouwen te hebben in de volksvertegenwoordigers.

Roemenen zien politiek als theater. Ze kijken er massaal naar, op de meerdere nieuwszenders waarop de hele dag wordt gedebatteerd. Ze praten er veel – met afschuw en passie – over en bellen kwaad naar praatprogramma’s op de radio. Geliefde thema’s zijn verdenkingen van corruptie en al dan niet vervalste dossiers van de geheime dienst over het communistisch verleden van politici.

Maar meedoen is iets anders. „Tijdens het communisme was de staat de vijand”, zegt Radu Albu-Comanescu, assistent aan de faculteit Europese studies in Cluj-Napoca, een relatief welvarende stad in het noordwesten. Keuzes waren er niet. Je deed er verstandig aan om je tot jezelf te beperken en alleen op familie en vrienden te vertrouwen. Albu-Comanescu was tien was toen dictator Ceausescu werd geëxecuteerd en Roemenië een abrupte overgang naar een meerpartijenstaat maakte. „Het wantrouwen tegenover autoriteiten is een geïnternaliseerde reflex die maar heel langzaam slijt”, constateert hij. „Het publieke domein belichaamt de staat. Iets kapotmaken was vroeger bijna een verzetsdaad. Dat zit er nog steeds in.”

Je met politiek inlaten is „een zakelijk besluit”, zegt Morea. „Dat doe je alleen om geld te verdienen.” Hij is zelf niet politiek actief en het maakt hem ‘treurig’ dat vrienden daar om economische redenen wel voor kiezen, maar hij begrijpt het wel. Overheidsbanen – van gemeentesecretaris tot schoolhoofd – worden alleen uitgedeeld aan politieke vrienden. Wie macht heeft kan geld verdienen. „Als je een bedrijf hebt en je wilt bijvoorbeeld een contract voor de renovatie van een school, moet je een ‘paraplu’ hebben.” De politiek is net als onder het communisme een baantjesfabriek, concludeert hij. Het is alleen complexer geworden om te bepalen wie je te vriend moet houden.