Elektrische auto sleutel klimaatkwestie

Het klimaatprobleem is op te lossen, zegt het energie-agentschap van de westerse wereld. Als we zuiniger worden, meer kernenergie gebruiken en massaal elektrisch gaan rijden.

Het tackelen van het klimaatprobleem vergt gigantische investeringen, groot politiek leiderschap en ingrijpende machtsverschuivingen in de energiewereld. Maar het is te doen.

Dat was de optimistische boodschap die directeur Nobuo Tanaka van het Internationaal Energie Agentschap (IEA) gisteren verkondigde op het ministerie van Economische Zaken in Den Haag. In zijn laatste World Energy Outlook, die eerder deze week werd gepubliceerd, analyseert het IEA wat nodig is om de wereldtemperatuur met niet meer dan 2 graden Celsius te laten stijgen, volgens klimaatdeskundigen de bovengrens van wat nog verantwoord is. Het agentschap komt tot verrassende conclusies.

Kernenergie speelt bijvoorbeeld een veel grotere rol dan in eerdere scenario’s. Aardgas eveneens. Als schoonste fossiele brandstof moet die in veel gevallen de plaats innemen van kolen, met name bij elektriciteitscentrales. Maar het opvallendst is de enorme omslag die het IEA nodig acht in de transportsector. Die zal massaal over moeten op elektrisch vervoer, vertelde chef-econoom Fatih Birol van het IEA gisteren. Op dit moment heeft 99 procent van alle verkochte auto’s nog een verbrandingsmotor. In 2030 moet dat zijn gedaald naar zo’n 40 procent. De rest van de auto’s rijdt dan deels, bijna helemaal of volledig elektrisch, al naar gelang het model. „Dit is de achilleshiel”, onderstreepte Birol. Het is de vraag of de machtige olie-industrie dit zomaar laat gebeuren.

Toch is de omslag nodig, zei ook directeur Tanaka van het IEA. Niet alleen vanwege het klimaat. Het vermindert tevens de kans op internationale conflicten. Zonder beleidswijzigingen zal de vraag naar olie toenemen van 84 miljoen vaten per dag nu naar maar liefst 105 miljoen vaten in 2030. Kan de wereld wel zoveel olie produceren? Waarschijnlijk zal er grote krapte op de markt ontstaan. De prijs voor een vat olie zal volgens de prognose van het IEA stijgen naar bijna 200 dollar. Het zal de wereldeconomie ontwrichten. Bovendien kan de krapte makkelijk leiden tot conflicten. Wellicht gewapende.

Helemaal onbegrijpelijk is de oproep van het IEA ook weer niet. Het is immers het agentschap van 28 geïndustrialiseerde landen die bijna allemaal olie-importeur zijn. Als we doorgaan op de huidige weg, en de olieprijzen nemen inderdaad toe tot 200 dollar per vat, dan krijgen die landen straks een enorme energierekening. Het zal hun economische groei remmen. Ook neemt hun politieke macht af, ten gunste van de OPEC, de club van olie-exporterende landen. Daar zitten de IEA-leden niet op te wachten. Vandaar het alternatieve groene scenario. Dat speelt de geïndustrialiseerde landen in zekere zin ook in de kaart.

Het zijn namelijk vooral westerse bedrijven die elektrische auto’s ontwikkelen, zoals het Franse Renault, het Japanse Nissan en het Amerikaanse General Motors. Niet de OPEC-landen. Hetzelfde geldt voor kernenergie. De technologie zit bij het Franse Areva, het Amerikaanse General Electric en het Japanse Toshiba. Het grootste windturbinebedrijf ter wereld is het Deense Vestas. Dus biedt het groene scenario van het IEA grote nieuwe kansen voor de westerse industrie. Wat overigens niet betekent dat het klimaatprobleem zo is opgelost. Geenszins.

In het groene scenario zal de uitstoot van broeikasgassen in 2020 moeten pieken, over 11 jaar al dus, om daarna alleen nog maar af te nemen. Dat is een immense opgave, gezien de verwachte economische groei van landen als China, India, Brazilië en Rusland. Maar ook daar ziet het IEA hoop gloren. China heeft een ambitieus programma opgezet dat het land leidend moet maken in klimaattechnologieën. Het huidige beleid alleen al zal de uitstoot van broeikasgassen tot 2020 met 1 gigaton terugbrengen. „Dat is meer dan een kwart van wat nodig is”, zei Birol.

Het IEA heeft in zijn analyse één toverwoord: zuiniger. Om minder fossiele brandstoffen te verbranden – de belangrijkste oorzaak van de klimaatopwarming – zullen we er vooral veel zuiniger mee moeten omspringen. De industrie moet efficiënter worden, elektriciteitscentrales voorop. Auto’s moeten zuiniger, huizen, apparatuur. Daarmee is ruim de helft van het probleem aan te pakken.

Wel vraagt het groene scenario enorme investeringen. Tot 2030 is er 10.500 miljard dollar (7.000 miljard euro) extra nodig, zei minister Maria van der Hoeven van Economische Zaken (CDA) gisteren. In absolute termen is dat weliswaar een enorm bedrag, maar omgerekend gaat het om niet meer dan een half procent van het mondiale bruto nationaal product. Bovendien, zei Van der Hoeven, krijgen we driekwart van die investeringen weer terug in de vorm van een lagere rekening voor fossiele brandstoffen.

Wil het groene scenario gerealiseerd worden, dan moet de uitstoot van broeikasgassen duur worden. Het beste instrument daarvoor is volgens het IEA een emissiehandelsysteem zoals Europa dat heeft sinds 2005. Hoewel Birol en Tanaka toegeven dat de prijs van een emissierecht – het recht om een ton CO2 uit te stoten – nu nog te laag is. Het kost 14 euro. In 2020 zal dat minstens gestegen moeten zijn naar 35 euro. En in 2030 naar 75 euro.

In de ogen van het IEA zouden de geïndustrialiseerde landen voor 2020 een gezamenlijk emissiehandelsysteem moeten hebben opgezet. Voor 2030 zouden ook China, India, Brazilië en Rusland zich daarbij moeten aansluiten. Verder zijn er tal van stimuleringspakketten nodig om bedrijven en consumenten zover te krijgen elektrische auto’s aan te schaffen, en hun kantoren en huizen zuiniger te maken. Juist die praktijk blijkt vaak erg weerbarstig. De grote vraag is of het menselijk gedrag snel genoeg is bij te sturen.