Een film tegen de pijn

Interviewer Frénk van der Linden maakte een aangrijpende documentaire over de echtscheiding van zijn ouders. „Door deze film wil ik hen nader tot elkaar brengen.”

Een gebalde vuist kan ook hopeloos zijn. Niet strijdbaar, maar machteloos. Zoals de vader die in de tv-documentaire Verloren band aan de tafel in zijn huiskamer zit en niets anders meer weet te doen dan een hand van het tafelkleed te tillen om daarmee een vuist te ballen, een vuist die vergeefs blijft. „Ik ken ’t niet, jongen, ik ken ’t niet”, zegt hij, zwaar snuivend en met natte ogen. Ook na veertig jaar is het hem niet mogelijk de vrouw die hem naar zijn zeggen zo „vreselijk veel pijn” heeft gedaan, terug te zien. „Laat haar mij in hemelsnaam met rust laten”, gromt hij, nog net zo gekwetst als veertig jaar geleden. „Oprotten!” Onder zijn bonkige buitenkant zit een bedrogen man, die zijn machteloosheid niet kan verkroppen.

Jan van der Linden heet hij, gepensioneerd bloembollentransporteur in Hillegom. En de jongen tot wie hij zich richt, is zijn zoon Frénk, een beginnende vijftiger intussen, die zich als vakkundig interviewer manifesteert via dag- en weekbladen, radio en televisie. Verloren band, maandag te zien in de NCRV-rubriek Dokument, is zijn eerste documentaire. Een egodocument over de echtscheiding van zijn ouders, begin jaren zeventig, en de koude oorlog tussen zijn vader en zijn moeder die daarna nooit meer voorbij is gegaan. Zodat ook de pijn bij hun zoon en hun dochter nog niet is geheeld.

De programmamaker die zulk particulier verdriet aan het tv-publiek prijsgeeft, bezondigt zich al snel aan effectbejag en voyeurisme. Dat wordt vrijwel dagelijks aangetoond in larmoyante – en daarom hoogst succesvolle – series als Familiediner of het nieuwe DNA Onbekend. De emoties liggen vlak onder de oppervlakte en dus voor het opscheppen. De niet door tv-routine geharde betrokkenen lijken zich door de op hen gerichte camera eerder aangemoedigd dan bezwaard te voelen. Opeens zeggen ze vrijuit wat ze, zelfs tegen hun allernaasten, nooit eerder hebben gezegd.

Samen met de als documentairemaker debuterende Gisèla Mallant, heeft Frénk van der Linden daarentegen een film gemaakt die geen tearjerker, geen opzettelijke smartlap is. Zonder opsmuk, terughoudend in beeld en geluid, ontvouwt zich een menselijke tragedie waartegen ook aanvankelijke argwaan niet bestand is. Wie gaat kijken, moet zichzelf allengs betrappen op de hoop dat er een happy end zal zijn.

Het grootste verschil tussen Verloren band en het drukbekeken reality-genre is misschien dat Van der Linden niet werd voortgedreven door commerciële motieven. Maar ook niet door kunstzinnige. Hij werkte met een niet eens verborgen agenda, want nadat zijn beide ouders – afzonderlijk geïnterviewd – voor het eerst aan het woord zijn geweest, verklaart hij in zijn buitenbeeldcommentaar expliciet wat zijn drijfveer was: „Door deze film wil ik hen nader tot elkaar brengen.”

Maar moest dat met een camera?

„Dat kón alleen maar met een camera.”

Jan van der Linden heeft blijkens de film nooit begrepen waarom zijn vrouw Erica op een dag de echtelijke woning verliet. Ze was verliefd geworden op een ander. De rechter wees de kinderen Frénk en Desiree aan de vader toe, hetgeen in de jaren zeventig ongebruikelijk was. Met hun moeder wilden ze tien jaar lang geen contact; zij was doodverklaard. Daarna zagen ze haar weer wel, maar als er in de familiekring iets werd gevierd, moest het altijd zo worden geregeld dat vader en moeder daar niet gelijktijdig bij zouden zijn.

„Deze film was meer een middel dan een doel”, zegt Frénk van der Linden. „Het ging mij niet om het maken van een documentaire, om journalistiek sec, maar om het verlichten van de pijn. Ook die van mij, omdat ik lange tijd met het gevoel heb geleefd dat ik niet werd gezien, niet werd gevoeld – ik had het koud. Alles was al geprobeerd, we hebben aan alle kanten aan mijn ouders getrokken en geduwd om toenadering tot stand te brengen. We hebben gesuggereerd dat ze brieven aan elkaar zouden schrijven, we hebben eraan gedacht een familielid dat het vertrouwen van beide partijen nog had, te laten pendelen. Maar niets was gelukt. Terwijl het langzaam maar zeker de hoogste tijd werd. Mijn vader is de tachtig gepasseerd en vorig jaar bleek mijn moeder Alzheimer te hebben. Mijn grote vrees was dat hun levens, maar ook die van mij en mijn zus, dreigden te eindigen in totale wederzijdse verbittering. Toen ontstond het idee om een film over hen te maken, omdat ze daarin afzonderlijk van elkaar konden worden geïnterviewd en elkaar via de montage toch konden aankijken. Ze waren alle twee bereid mee te werken.”

Of zijn ouders hem na afloop ook toestemming zouden geven om het resultaat op de televisie uit te zenden, kon Van der Linden toen nog niet weten. Desondanks besloot de NCRV de productie te financieren. Waarna de opnamen ten huize van de vader en de moeder konden beginnen. De zoon werd interviewer, maar bleef tegelijk de zoon.

„Schizofreen? Ja, drie van de vier keer bevond ik me tijdens die gesprekken in een spagaat. Je hoort je vader zeggen dat zijn vrouw hem een wurkoelik noemde en je denkt meteen: hij bedoelt workaholic, maar dat begrijpt de kijker niet, dus ik moet nu even zeggen dat zij dus vond dat hij te veel werkte. Maar toen hij mij voor het eerst vertelde dat hij na de scheiding op een avond met zijn hand aan de gaskraan stond – om mij en mijn zusje mee te nemen naar een andere wereld – zie je mij slikken en achteruit deinzen tegen de rugleuning van de stoel. Platgeslagen als een fruitvliegje. Op dat moment had ik geen distantie meer.”

Toch leek er ook ten overstaan van de camera niets te veranderen in de houding van zijn ouders. Of, zoals de zoon het formuleert: „Wat ik schrijnend vind, is dat mijn moeder al heel lang is overgeleverd aan schuldgevoel vanwege haar „misstappen”, en dat mijn vader gevangen zit in zijn bitterheid daarover.”

Zo zag het er aanvankelijk naar uit dat Verloren band moest eindigen in een patstelling. Maar sinds alle betrokkenen de film hebben gezien – en toestemming gaven voor uitzending – is dat niet zo gebleven. Van der Linden wil niet in details treden voordat zijn documentaire is uitgezonden. Niet alleen om de spanning erin te houden, maar ook omdat het hier nu eenmaal over „een delicate materie” gaat. „De afgelopen weken, een klein half jaar na de opnamen, zijn er dingen gebeurd die me compleet hebben verbijsterd”, zegt hij. „De film heeft van alles in beweging gebracht, als een breekijzer dat in een muur is gezet. Een eind-goed-al-goed-verhaal is mijn familiegeschiedenis nog steeds niet. Maar wel hebben we het allerlaatste stukje van de film moeten aanpassen.”

Verloren band, maandagavond, Ned.2, 22.50u.