Economische crisis bezegelt lot basisbeurs

Hoe bezuinig je fors op onderwijs zonder de kwaliteit te schaden? De studiebeurs prikkelt de verbeelding van de Kamer. Studentenbonden zien de bui al hangen.

De minister van Onderwijs zit met een duivels dilemma. De Tweede Kamer heeft met algemene stemmen een motie van PvdA-fractievoorzitter Mariëtte Hamer aangenomen waarin de ambitie wordt uitgesproken het Nederlandse onderwijs naar de mondiale top-5 te brengen. Aan de andere kant zijn op het ministerie van Ronald Plasterk (PvdA) vier werkgroepen bezig potentiële bezuinigingen in kaart te brengen. De minister is, kortom, op zoek naar besparingen op zijn begroting die de kwaliteit van het onderwijs niet in gevaar brengen.

Het is daarom weinig verrassend dat er in Den Haag stemmen opgaan het huidige stelsel van studiefinanciering op de helling te zetten. De basisbeurs die alle studenten krijgen, staat in 2010 voor 1,083 miljard euro op de begroting. Daarnaast ontvangen studenten van minder draagkrachtige ouders ook nog eens 693 miljoen euro aan aanvullende beurs. Als een student binnen tien jaar zijn studie afrondt, hoeft het geld niet te worden terugbetaald.

Oppositiepartij VVD stelde in september voor de studiefinanciering alleen nog als lening te verstrekken. Fractievoorzitter Mark Rutte en Kamerlid Halbe Zijlstra schreven in een opiniestuk in deze krant dat zij kiezen voor „het eerlijker verdelen van de kosten voor hoger onderwijs tussen overheid en de student. Op deze manier wordt benadrukt dat een studie een investering in de eigen toekomst is.”

Tijdens de behandeling van de onderwijsbegroting in de Tweede Kamer deze week kwam Tofik Dibi (GroenLinks) met een ander alternatief voor het systeem: invoering van een studieloon en een studietaks. Studenten ontvangen in zijn plan tijdens hun studie een loon dat ligt op het bijstandsniveau voor een alleenstaande en betalen in ruil daarvoor na het beëindigen van hun studie ongeveer 1 procent extra inkomstenbelasting.

Het is bepaald niet de eerste keer dat de de basisbeurs ter discussie wordt gesteld. Zowel het idee van het leenstelsel als dat van de studietaks is niet nieuw. De landelijke studentenvakbond LSVb was in de jaren negentig al voor de invoering van een ‘academicibelasting’. En in 2003 pleitte het Centraal Planbureau voor een leenstelsel. Een commissie onder leiding van Willem Vermeend (oud-minister van Financiën, PvdA) stelde dat jaar diverse varianten voor, waaronder een combinatie van een lening en een gift. PvdA-partijleider Wouter Bos sprak zich in 2006 ook al uit voor een sociaal leenstelsel (waarbij naar draagkracht wordt afgelost), omdat hij het vreemd vond dat „de slager betaalt voor de studie van een advocaat”.

Opvallend genoeg houdt de PvdA in de huidige discussie over het studiefinancieringsstelsel alle kaarten tegen de borst. Marianne Besselink, woordvoerder op het terrein van hoger onderwijs, zegt zelfs teleurgesteld te zijn in de debatbijdrages van andere partijen, omdat die „vooral over geld en niet over de inhoud gingen. Wij willen eerst een pad uitstippelen naar die mondiale top-5. Daarna kijken we welke gevolgen dat heeft voor de begroting van het ministerie. Laat de ambtelijke commissies die bezig zijn met de heroverwegingen hun werk rustig doen.”

Regeringspartij CDA wenst zich evenmin uit te spreken over de toekomst van het stelsel, anders dan dat er „geen enkel taboe” mag rusten op het werk van de heroverwegingscommissies. Woordvoerder Jan-Jacob van Dijk zei vorige maand in een overleg met minister Plasterk zelfs dat hij het jammer vond dat het fundamenteel onderzoek is uitgesloten van de hele operatie, omdat „ook daar het geld misschien efficiënter kan worden besteed”.

Studentenbonden LSVb en ISO zien liever niet dat er gemorreld wordt aan de basisbeurs, maar voelen uit welke hoek de wind waait. Ze tonen zich bereid mee te praten over alternatieven voor het huidige systeem, mits die de toegankelijkheid van het hoger onderwijs niet in gevaar brengen.

De strijd lijkt daarom al gestreden voor hij goed en wel begonnen is. Als de ambtelijke commissie die zich bezighoudt met ‘het geheel aan collectief gefinancierde instrumenten in het hoger onderwijs’ in het voorjaar met haar advies komt, zullen weinig politici erom rouwen als daarin de invoering van een leenstelsel wordt voorgesteld. Het door diverse partijen gekoesterde verlangen de basisbeurs af te schaffen, kan dankzij de economische crisis nu eindelijk gerealiseerd worden.