De vleugel is de ster van de avond

Het concert in Parijs begint, zonder opgaaf van redenen, een uur te laat en in het begin denk je dat Ryuichi Sakamoto – vooral bekend als componist van filmmuziek en aartsvader van techno – toch vooral een epigoon is. Hij buigt zich, in het halfduister, over zijn Yamaha-vleugel om de snaren direct te beroeren. John Cage. Dan volgen nummers die achtereenvolgens aan Michael Nyman, Steve Reich of George Gerschwin doen denken. Heel Japans eigenlijk: het Japan van een halve eeuw terug dan, toen dit land vooral bekend stond om namaak van buitenlandse producten.

Ryuichi Sakamoto (57) speelt onvermoeibaar door, bijna twee uur lang. En wat aanvankelijk het werk van een typische barpianist leek – thuis in alle genres, met een wat uitzonderlijke voorkeur voor avant-garde en atonale muziek – verovert de toehoorders. Sakomoto weet uit al dat leentjebuur toch een zeer eigen stijl op te bouwen.

Alleen: wie is hier eigenlijk de ster, de pianist of zijn vleugel? Van de act gaat sterk de suggestie uit dat er een solopianist aan het werk is, bezig zijn vroegere composities voor filmorkesten of synthesizers nieuw leven in te blazen op een conventionele vleugel. Schijn bedriegt: in de coulissen zit een assistent met een Apple-computer verstopt, die een minstens even belangrijke rol speelt.

Geleidelijk wordt de toehoorder duidelijk dat er met die Yamaha-vleugel – er staan er trouwens twee op het podium – iets bijzonders aan de hand is. Zeker, het instrument heeft toetsen, en hamertjes die op de snaren slaan, zoals dat hoort. Maar de mechanische verbinding tussen beide elementen wordt onderbroken door een computer die de pianist, of als die zijn handen vol heeft de technicus in de coulissen, zo kan bedienen dat er een piano met oneindige mogelijkheden ontstaat. Het is mogelijk het geheel te laten klinken als een gewone vleugel – meestentijds gebeurt dat ook. Maar het apparaat kan het effect van het touché desgewenst ook aanpassen, of de galm van het instrument, eventueel per toetsengroep en veel exacter dan met pedalen denkbaar zou zijn.

Af en toe voert Sakamoto een zojuist gespeeld motief als loop in, waar hij dan vervolgens ‘live’ omheen speelt. De technicus brengt zulke motieven af en toe over naar de tweede vleugel, die er dus niet alleen maar als reserve staat. Sakamoto krijgt op die manier een oneindig aantal handen.

Er zijn ook partijen voorgeprogrammeerd en als klap op de vuurpijl blijkt het ook nog mogelijk om het geluid van de vleugels, of delen daarvan elektronisch te vervormen, zodat een stuk geheel of gedeeltelijk het karakter van een stuk voor synthesizer aanneemt, of sommige partijen het karakter van percussie aannemen.

In film en foto zijn we er al aardig aan gewend geraakt dat niet meer vast te stellen valt wat ‘echt’ en wat artificieel is – je kunt met digitale middelen alles laten zien wat je kunt bedenken, begrippen als ‘echt’ of ‘authentiek’ hebben bij beeld hun betekenis eigenlijk verloren. In elektronische muziek is ook al heel lang van alles mogelijk – met samples of geheel digitaal stamp je willekeurig welk instrument uit de grond. Maar dat je bij een ‘live’-optreden van een man achter een vleugel je oren niet meer kunt geloven, dat was nieuw voor mij. Sakamoto weet met die mogelijkheid om te gaan.

cd: Ryuichi Sakamoto: Playing the piano. Decca 2009