Danke schön

Ik moet een jaar of vijf zijn geweest toen ik voor het eerst de Duitse grens over stak. Misschien was het zelfs wel de eerste keer dat ik in het buitenland was. „Als je iets lekkers krijgt, zeg je danke schön”, hadden mijn ouders mijn broer en mij ingeprent. Nou, dat hebben we onthouden.

Willen jullie een stukje taart? Op de biedermeiertafel van onze oud-oud-oud-tante (verre familie in elk geval dus), stond niet één taart, maar een parade van Kuchen en Keks die niet onderdeed voor het assortiment waarmee een gemiddelde banketbakkerij op zaterdagochtend zijn toonbank vult.

Dankesjeun, zeiden wij braaf en verorberden een stuk Schwarzwalderkirschtorte. Dankesjeun zeiden wij, en schoven een stuk Engadiner Nusstorte naar binnen. Dankesjeun, en vraten een plak Apfelstrudel. Dankesjeun, en op was de Käsekuchen.

Tevergeefs probeerde mijn van nature tot matigheid geneigde moeder – zij beschouwt een heel speculaasje al als een extravagante traktatie – in te grijpen. Maar ’s lands wijs, ’s lands eer, vond mijn vader. In Duitsland eet men taart in minstens vijf bedrijven.

Nog jaren nadien koesterden mijn broer en ik diep respect voor deze Duitse gewoonte. We hoopten stiekem dat onze ouders iets ergs zou overkomen, waarna het niet meer dan logisch zou zijn dat ‘tante dankesjeun’ ons zou adopteren en we iedere dag zoveel taart mochten eten als we wilden.

Nog veel later foezelde ik met de zoon van een Duitse bakker, en kwam mijn kinderdroom alsnog min of meer uit. Iedere dag taart. Zo veel ik maar wilde. Zurepruimentaart, kruisbessenkruimelvlaai, Bienenstich; mijn eerste Duitse woordje kwam vijftien jaar later nog goed van pas.

Als laatste recept van deze Duitslandweek een recept voor Käsekuchen. Minder vet dan Anglosaksische cheesecake, want in plaats van cream cheese gaat er kwark in, of soms hüttenkäse. De meeste Käsekuchen hebben een bodem van zanddeeg, maar ik maak de mijne vaak zonder. Veel makkelijker en een stuk lichter ook.

100 gram rozijnen

2 eetlepels schnaps (of andere fruitalcohol)

4 eieren

200 gram suiker

geraspte schil en sap van 1 citroen

800 gram volle kwark

50 gram maïzena

verder: springvorm, beboterd en bestoven met bloem

Week de rozijnen een half uurtje in de alcohol. Verwarm de oven op 160 graden. Scheid de eieren. Klop de eiwitten stijf met 125 gram suiker. Klop in een andere kom de eidooiers met de resterende suiker tot een dikke vla. Voeg de kwark, citroenrasp en sap toe en mix. Voeg de maïzena toe en mix nogmaals. Spatel het eiwitschuim er luchtig door, en tot slot de rozijnen inclusief weekwater. Stort in de springvorm, dek af met aluminiumfolie en bak de taart in ongeveer 1 uur gaar. Verwijder na een half uur het folie. Laat de taart afkoelen en bestuif eventueel voor het serveren met poedersuiker.

Janneke Vreugdenhil

Praat mee over de Duitse keuken op nrcnext.nl/koken.