Boven de stof staan

Mijn vrouw Marije zegt altijd dat ik een onderwijzer ben gebleven. Lopend naar de wekelijkse markt in Sittard spelen de gegevens van het onderzoek van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen, De leraar moet leren rekenen, door mijn hoofd (nrc.next, 5 november ). Ik las dat de leraar de spil is in het leerproces en dat de methode er nauwelijks toe doet. Met elke stap die ik doe, groeit het verzet tegen deze stelling.

Dat de leraar samen met het kinderen de voornaamste factoren in het leerproces zijn, is allang bekend. Daar hoef je niet opnieuw een onderzoek naar te doen. Maar de manier waarop zij met de leerstof omgaan, is wel degelijk van belang. Didactiek en methodiek zijn belangrijk voor het vak van de leraar omdat hij bij een goede keuze blijk geeft boven de stof te staan. Dat hij heeft nagedacht over de manier waarop zijn kinderen het beste de leerstof kunnen beheersen. De ene methode is de andere niet. De ene methode doet meer een appèl op zelf nadenken, actief en samenwerkend leren, observeren en problemen oplossen dan de andere.

Het is onverstandig de didactische verworvenheden van de laatste decennia in te lossen voor het opdreunen van betekenisloze jaartallen, het steeds maar vermenigvuldigen van samengestelde breuken of het overschrijven van dictaten. Zonde van de energie die methodemakers de laatste tientallen jaren in goede onderwijsvernieuwing hebben gestoken. Zonde van de interactie, die leren en onderwijzen juist zo interessant en effectief maakt. Zonde van de school van morgen, waarin we kinderen willen opvoeden tot nadenkende en zelfstandige mensen. Zonde van het onderwijs.

Martin Keulen

Ex-leraar pabo, Sittard