'Bitterheid is allesverwoestend'

„Ik wilde iets zeggen over dat kleine land dat altijd de voor-pagina’s haalt en er maar niet in slaagt een gewoon land te zijn.” Aan het woord is de Israëlische schrijver David Grossman.

Een jaar of vier geleden spraken we elkaar voor het laatst. We dronken thee in mijn huis en terwijl we rond de tafel zaten, legde hij uit hoe hij zijn nog schoolgaande kinderen tijdens de toen heersende golf van zelfmoordaanslagen instrueerde. Hij hield nauwkeurig bij waar bommen waren afgegaan en plande dagelijks nieuwe routes die ze moesten lopen, op weg naar school. En ze moesten vaart maken, niet treuzelen, de pas er in houden. Het leek me een even begrijpelijke als rammelende methode. Daar was hij het wel mee eens. Maar wat moest je? Als vader bescherm je je kind, desnoods met hoop en geloof en verhalen.

David Grossman werkte toen al aan wat zijn voorlopig belangrijkste boek lijkt: Een vrouw op de vlucht voor een bericht. Nog geen jaar na onze ontmoeting verloor hij zijn zoon Uri, die kort voor het staakt het vuren omkwam toen zijn tank door een Hezbollah-granaat werd geraakt. Het grote boek was toen nog niet af, het boek waarover hij en zijn zoon vaak spraken. Op de een of andere manier was hij na de rouwperiode toch in staat om het werk op te pakken en de roman af te ronden.

„Ik ben na de rouwperiode naar mijn studio gegaan. Ik huur een ruimte op een minuut of tien van mijn huis en daar werk ik. Ik ging er eerst een uur heen en dan kon ik misschien een minuut of tien, vijftien werken. Daarna wat langer. Misschien een kwartier langer. Weer wat langer. Elke dag een stukje en elke dag kon ik iets langer werken. Het werk deed me goed. Het verdriet was onvoorstelbaar, als een ijzeren plaat, diep beneden in je, een gewicht dat je steeds maar voelt. Maar schrijven hielp, voor zover iets kan helpen als dat gebeurt.”

„Het is, ondanks alles, geen bitter boek geworden,” zeg ik.

„Maar dat wilde ik ook niet. Ik geloof niet in bitterheid. Dat is een verwoestende emotie. Natuurlijk is er boosheid, woede, maar uiteindelijk houden die emoties je juist af van de rouw. Je richt je daarop en je komt niet in de buurt van waar de werkelijke pijn is.”

Een vrouw op de vlucht voor een bericht is een boek waar de emoties, alle emoties, juist wel worden geraakt. Ik ken niet veel mannelijke schrijvers, zeg ik, die zo goed in staat zijn zo diep in het gevoel te duiken, dat te verkennen en te laten spreken, zonder week of wazig te worden.

„Ik gelóóf ook in de manier waarop vrouwen naar de wereld kijken, het leven voelen én analyseren. Ik heb ook veel mannelijke personages, maar ik hecht aan het vrouwelijke.”

„Is dit boek ook begonnen met de vrouwelijke stem?”

„Weet je, ik heb een uitgangspunt bij het schrijven en dat ontdekte ik vlak voordat ik aan Zie: Liefde begon, en iets anders was de reden om dit boek te schrijven. Vlak voordat ik Zie: Liefde begon te schrijven werd ik op een avond gebeld door iemand, zomaar iemand, een lezer. Israël is een soort extended family, met veel ooms en tantes die vinden dat ze je altijd goede raad moeten geven. Die avond werd ik gebeld en de man aan de telefoon zei na een tijdje: Ik kan wel zien dat u beïnvloed bent door Bruno Schulz. Oh ja, natuurlijk, zei ik. Maar ik had nog nooit een letter van Bruno Schulz gelezen. Je kent dat, je wilt er vanaf zijn. Maar ik was toch geïntrigeerd en ik kocht Sanatorium Klepsydra en ik begon het te lezen en ik herinner me nog dat ik het niet kon neerleggen. Ik las het in een ruk uit en toen ik klaar was, het begin van de avond, toen ben ik naar buiten gelopen.

,, Ik heb gewandeld, een soort wanhoop in me. Ik liep en liep en ik dacht: Wat is dit voor een wereld waarin deze dingen met ons gebeuren. Je kent dat verhaal dat Schulz op straat werd doodgeschoten door een SS-er omdat een andere SS-er diens ‘persoonlijke Jood’ had doodgeschoten?”

„Jij hebt mijn Jood gedood, ik de jouwe.”

Hij knikt.

„Ik besloot die avond, tijdens die lange wandeling, dat ik iets wilde schrijven dat misschien maar een honderdste van de schoonheid en betovering van Schulz’ werk zou hebben, maar dat wel het enige was dat ik kon doen in deze wereld waarin deze dingen gebeuren. Het was mijn antwoord op de vraag; hoe kan ik in deze wereld leven.”

En dat was Zie: liefde, het boek waarin een jongetje bij het horen van de uitdrukking ‘het nazibeest’ zich een werkelijk monster voorstelt, net zoals alle verhullende taal over de Shoa in zijn geest van woord werkelijkheid wordt.

„Een vrouw op de vlucht voor een bericht ontstond uit een onmogelijkheid die ik voelde,” zegt hij. „Ik had essays geschreven over ‘de situatie’, zoals dat heet, over de Shoa, over Joden. Ik had romans geschreven...”

„Maar er was ruimte tussen het intellectuele van de essays en het gevoel van de romans?”

Hij knikt. „Ja, en in die zin was ik daarover uitgeschreven. Maar ik wilde toch iets zeggen over dat kleine land dat altijd de voorpagina’s haalt en er maar niet in slaagt een gewoon land te zijn. Ik wilde iets zeggen over de relatie die wij met Israël onderhouden, maar dan op de manier van mensen die door de natuur wandelen en eten en leven en hun kinderen opvoeden.”

„Over het normale in al dat buitengewone?”

‘Zie je, ik verlang naar het moment waarop we er in slagen een land als alle andere landen te zijn, waarop we een relatie met de geschiedenis hebben zoals de Amerikanen en de Spanjaarden en de Nederlanders. Dat we ons niet voortdurend gevangen houden in een cirkel van angst en macht. Dat we na kunnen denken over onszelf en onze buren zoals jullie dat in Europa doen.”

„Maar onze buren zijn Duitsers en Belgen...”

Hij grijnst.

„In het boek,” zeg ik, „komt dat ongemak met het burgerschap terug als Ofer, de zoon van Ora die opgeroepen is voor ‘een actie’, haar adviseert om het land te verlaten. En later is er die wanhopige vraag van Avram, een echo van Herzls beroemde uitspraak: Waarom moeten we dit land altijd willen, waarom moeten we er altijd voor wérken dat het bestaat.”

„En daar gaat het in het boek nu juist om, een verlangen naar een normaliteit waarin het land niet steeds gewild hoeft te worden, waarin het kan zijn, zoals Engeland er is en Denemarken en... Weet je, ik voel voor mijn land wat andere mensen in andere landen ook voor hun land voelen. De prachtige natuur als je wandelt, de avonden met vrienden, de steden, de cultuur, maar dat is altijd ingebed in ‘de situatie’. Het bestaat nooit zonder het besef van strijd en angst en onzekerheid.”

„Heb je Ora en Avram daarom die lange wandeling door Galilea laten maken, om ze werkelijk in het land te laten zijn?”

„Ja, maar zoals je misschien hebt gemerkt, zelfs als ze helemaal opgaan in hun eigen geschiedenissen, als ze omringd zijn door de natuur, als ze in elkaar opgaan, dan is er voor je het weet het een of andere gedenkteken voor die-en-die dan-en-dan omgekomen tijdens een actie, een aanslag, een oorlog.”

Ik herinner me een gesprek dat ik ooit had met een van oorsprong Nederlandse vrouw die al voor de oorlog in een moshav ging wonen en werken. Haar man, een rijzige Duitse Jood van zeventig, nam mij mee de sinaasappelplantage in en op mijn vraag hoe hij zich hier nu voelde legde hij een hand op mijn schouder en draaide mij naar rechts. „Zeven kilometer die kant op,” zei hij, „is de Westbank.” Daarna draaide hij mij naar links. „En zeven kilometer die kant op is de zee.”

„Het is een benarde situatie,” zegt Grossman, „maar we kunnen niet doorgaan om ons uitsluitend door die benardheid te laten leiden. Er valt met geen mogelijkheid door middel van macht en geweld uit de problemen te komen. Ik weet ook niet hoe het wel moet. Alle meningen zijn gegeven, er is op gekauwd, ze zijn besproken, gekritiseerd, er liggen al heel lang twee bergen met meningen, onbeweeglijk.

,,Er valt niets meer over te zeggen, niemand zal zijn stelling nog verlaten. Ik denk soms dat we nu alleen nog maar daden van vertrouwen en hoop hebben, dat we er op moeten vertrouwen dat niet de hele tijd reageren op de andere partijen op den duur iets oplevert.”

Een vrouw op de vlucht voor een bericht eindigt in een magistraal, hartverscheurend open einde dat inderdaad een soort ondanks-alles-hoop-en-vertrouwen ademt.

„Ik werk nu aan iets nieuws,” zegt David Grossman. „Ik heb besloten om te schrijven over Uri, het verlies.”

„Mijn god...” zeg ik.

Hij haalt zijn schouders op, een tikje weifelend.

„Het is niet makkelijk, maar ik heb gemerkt dat ik niet anders kan. Dat is wat ik blijkbaar doe met de dingen: erover schrijven.”

David Grossman: Een vrouw op de vlucht voor een bericht. Uit het Hebreeuws vertaald door Ruben Verhasselt. Cossee, 686 blz. € 29,90 (geb.)