'Anti-autoritair, dat zeker'

In ‘Das weisse Band’ laat regisseur Michael Haneke kinderen hun ouders beoordelen naar zelf opgelegde normen. „Kinderen doorzien alles.”

De Oostenrijkse regisseur Michael Haneke won in juni de Gouden Palm tijdens het filmfestival van Cannes met Das weisse Band, een geheimzinnige vertelling over een Noord-Duits protestants dorp aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog. Terwijl de autoriteiten in het dorp – de landeigenaar, de dominee – zich heer en meester wanen, broeit er iets onder de dorpskinderen en vinden raadselachtige aanslagen plaats. Haneke, die eerder onder meer schokkende films als Benny’s Video en Funny Games maakte, waarin hij zich agressief weert tegen de dominantie van geweldsbeelden in de massacultuur, brak definitief door toen hij films in Frankrijk ging maken. Een van zijn meest succesvolle films was Caché, waarin een stel mysterieuze videobanden krijgt toegestuurd waarop hun eigen huis staat. In Parijs was de regisseur een half uur beschikbaar voor een interview.

‘Das weisse Band’ is uw eerste bioscoopfilm met een historisch onderwerp. Waarom nu deze stap?

„Ik wilde deze film tien jaar geleden al maken, het scenario is tien jaar geleden ontstaan. Maar toen kon ik de financiering niet rond krijgen. Het basisidee was om het verhaal te vertellen van een kinderkoor: een protestants kinderkoor dat de idealen van hun ouders zou verabsoluteren en hun ouders naar die maatstaf zou beoordelen. Dat idee kwam zomaar ineens uit de lucht vallen.”

U heeft het beeld van een kinderkoor eerder gebruikt in ‘Benny’s Video’.

„De manier waarop honderd mensen in een kerk door muziek geestelijk en emotioneel in vervoering kunnen worden gebracht, fascineert mij. Ik ben zelf een groot muziekliefhebber. Aanvankelijk wilde ik de kinderen heel gecompliceerde Bach-motetten laten zingen, maar dat bleek onmogelijk. Dat kunnen alleen de Wiener Sängerknaben, maar die kunnen weer niet acteren. Uiteindelijk heb ik de scène terug moeten brengen tot een eenvoudig koraal.”

Het beeld is ironisch. Zingende kinderen lijken heel onschuldig, terwijl ze dat in ‘Benny’s Video’ en ‘Das weisse Band’ niet zijn.

„Ik geloof er niet in dat kinderen onschuldiger zijn dan volwassenen. Dat is een sprookje waarmee ouders zichzelf graag voor de gek houden. Sinds Freud kan niemand meer serieus geloven in de onschuld van kinderen. Kinderen zijn hoogstens naïever, omdat ze minder levenservaring hebben. Mijn ervaring is dat kinderen alles zeer scherp doorzien. Misschien niet op een intellectueel niveau, maar sensitief geven ze volwassenen vaak het nakijken.”

In al uw films komen kinderen prominent voor.

„Kinderen zijn voor mij dramaturgisch interessant omdat ze in de samenleving, bij de uitoefening van geweld, onderaan de maatschappelijke ladder staan. Daarom interesseren vrouwen me ook meer dan mannen, omdat zij meestal degenen zijn die lijden. Slachtoffers zijn wezenlijk complexer en interessanter dan daders.”

Maar zijn de kinderen wel slachtoffers in de film?

„Ook. Voor ieder van ons geldt dat we iedere dag vernederingen en krenkingen ondergaan, maar ook dagelijks degenen zijn die krenkingen veroorzaken. We zijn allemaal zowel slachtoffers als daders.”

De kinderen in de film zijn de nazi’s van twintig jaar later. U gaf aan de film de ondertitel „Eine deutsche Kindergeschichte”.

„Alleen in Duitsland. Dat is de enige zin in de hele film, die niet wordt vertaald in de ondertiteling. Duitsers kunnen de film op hun eigen geschiedenis betrekken. Maar in andere landen kan het publiek de film zien als een verhaal over hun eigen samenleving. De omstandigheden waardoor mensen vatbaar kunnen raken voor een extremistische ideologie, zijn overal hetzelfde. Overal waar mensen zich in een hopeloze situatie bevinden, van uitzichtloze vernedering en lijden, zijn ze bereid om achter een rattenvanger aan te lopen, als de laatste strohalm om zich aan vast te klampen.”

Is dominee in de film ook zo’n rattenvanger?

„Nee. Wie de rattenvangers zijn, daar laat de film zich niet over uit. Die komen pas later. De kinderen in de film bevinden zich in een situatie, die zo bedrukkend is dat ze zich vastklampen aan de idealen van de ouders, omdat ze niets anders hebben, en die ze tot een onbuigzaam principe verheffen. Daarmee worden ze zelf onmenselijk. Ze willen de vaders bestraffen. Maar omdat ze tegen hen niets kunnen ondernemen, keren ze zich tegen de allerzwaksten, zoals het gehandicapte kind. Dat is de grootste ontsporing. Maar zo gaat het altijd: geweld treft altijd de zwakste groepen.”

Is het geweld tegen het gehandicapte kind een verwijzing naar het nationaal-socialisme?

„Dat kun je zo zien, maar dat hoeft niet. Het is simpelweg zo dat in die tijd, begin twintigste eeuw, wezenlijk meer gehandicapte kinderen geboren werden dan nu, in elk dorp waren er wel twee of drie. Maar als iemand daar een symbool in wil zien, heb ik daar ook niets tegen.”

De ware autoriteit van het dorp is de dominee, de leraar is sympathiek, maar speelt weinig klaar.

„De leraar is een atypische figuur. In de tijd zelf zou hij zijn leerlingen ook geslagen hebben. Dat was de gebruikelijke opvoedingsmethode. Niemand zag daar iets verkeerds in. Historisch is hij een niet geheel juiste figuur. Maar dramaturgisch gezien had ik een personage nodig, dat van buiten komt en op deze slangenkuil stuit.”

Uw film is beïnvloed door de foto’s van August Sander uit de tijd zelf.

„Voor de esthetiek van de film is zijn fotografie van beslissende betekenis geweest. Zijn foto’s hebben een ongelofelijke glans en scherpte, terwijl de meeste fotografie uit deze tijd niet om aan te zien is. Alleen al in technisch opzicht zijn het grandioze foto’s. We hebben ernaar gestreefd om dat in de film zoveel mogelijk te benaderen, hoewel dat wezenlijk moeilijker is met film dan met fotografie.”

Waarom?

„We konden niet altijd met natuurlijk licht werken. Vrijwel alle zwart-witfilms die zijn gemaakt, werken met dramatische belichting. Om een realistische film in zwart-wit te maken, is buitengewoon moeilijk. Bij kleurenfilms verhullen de tinten rood de belichtingsfouten. Bij zwart-wit is elke fout onmiddellijk zichtbaar.”

Was u niet bezorgd dat de schoonheid van de beelden de zeggingskracht van het verhaal in de weg zou kunnen zitten?

„Ik was er niet op uit om mooie beelden te maken. Doorslaggevend is voor mij de precisie van beelden. Het beeld moet de scène zo efficiënt mogelijk overbrengen. Ik ga daarbij nooit bewust uit van esthetische criteria.”

Heeft u een anti-autoritaire film gemaakt?

„Dat mag ik hopen, ja.”

In al uw films speelt opvoeding een rol.

„Natuurlijk is dit een film over opvoeding. Het menselijk samenleven is in wezen een probleem van opvoeding. Ieder individu wil vrij zijn. Elk pasgeboren kind is gericht op de bevrediging van zijn eigen behoeften. Opvoeding is het proces waarbij iemand leert dat hij niet alleen op de wereld is. Zelfs in de meest liefdevolle opvoeding is dat uiterst pijnlijk. De wil van het individu moet tot op zekere hoogte worden gebroken om te kunnen leven met anderen. Dat gaat niet zonder kwetsuren. Daarom is de opgave van opvoeding ook zo inmens.”

In ‘Caché’ en ‘Benny’s Video’ oefenen de ouders te weinig gezag uit, in deze film is het omgekeerd.

„Ook de huidige generatie heeft niet de wijsheid in pacht. Die wijsheid bestaat helemaal niet. Als er een standaardrecept bestond voor een goede opvoeding, zou de mensheid er nu heel anders voor staan.”

‘Das weisse Band’ draait vanaf donderdag in 15 bioscopen, bij Cinemec in Ede in een digitale kopie.