2012

Niet vanwege een stroomstoring maar door het vergaan van de wereld in 2012 duikt het Jezusbeeld de stad Rio de Janeiro in. En de Sint Pieter zal als een deegroller een plein vol katholieken platwalsen, zo blijkt uit de film 2012 (gisteren besproken in nrc.next). 21 december 2012: de aarde botst met de planeet Nibiru, dat hebben de Puebla indianen, de Zulu’s en de Maya’s ons allemaal al voorgerekend. Reden voor de NASA om gisteren te onderstrepen dat in 2012 ‘de aarde niets verkeerds zal overkomen’. Mooi dat een film de gemoederen zo kan verontrusten dat je wetenschappelijke informatie gebruikt om een kunstwerk te ontkrachten. Hadden ze dat maar gedaan toen H.G. Wells’ The War of the Worlds op 30 oktober in 1938 als hoorspel werd uitgezonden.

Volgens de NASA was de ‘catastrofe oorspronkelijk voorzien voor mei 2003, maar omdat er toen niets gebeurde werd de datum vooruitgeschoven naar december 2012’. Het is vast geruststellend bedoeld, maar of het werkt is vraag twee. Iets geruststellender zijn dan de wetenschappers die zeggen dat 2012 gebaseerd is op een verkeerde berekening. De wereld zou niet vergaan in 2012, maar in 2208. Hoe dan ook, er is vast meer aan de hand, maar hoe ermee om te gaan?

De oplossing is te vinden in Everything Matters! van Ron Currie. Hierin krijgt de foetus John Thibodeau een peptalk over de toekomst en de wetenschap mee dat maar dat één ding zeker is: ‘Over zesendertig jaar, honderdachtenzestig dagen, veertien uur en drieëntwintig seconden, op 15 juni 2010, om 15 uur 44 Eastern Standard Time, zal een komeet die zich in de buurt van Neptunus heeft losgemaakt van de Kuipergordel de Aarde treffen met de explosieve kracht van 283.824.000 Hiroshimabommen’. Het is voorkennis die de rest van Thibodeaus leven bepaalt. Hij lijdt voor de rest van zijn leven aan zielsangst, ‘veroorzaakt door de wetenschap dat het einde van alle leven aanstaande is’. Uiteraard wordt hij eerst voor gek verklaard, maar na een tijdje gaat de regering er toch in mee. John krijgt de opdracht de mensen niet meer op de hoogte te stellen van wat gebeuren gaat (paniek zaaien is niet patriottisch) en wordt gevraagd mee te werken om – op z’n Cruijffs – het nadeel van de rampspoed in een voordeel om te buigen: ‘We kunnen systemen ontwikkelen om het object in stukken te breken, dan bekijken met welke landen we rond de tijd van de inslag waarschijnlijk in conflict zullen zijn, en de brokstukken hun kant op richten’. Een gedachte die de ESA onmiddellijk verder moet uitwerken, ter vervanging van gekonkel met data.

Toef Jaeger