Wie houdt Marie tegen?

Het is echt erg. Heel erg. In België is het echt hééél heel erg. En dan nog durven ze te beweren dat vrouwen zagen en in herhaling vallen, maar het is toch verdomd erg. Hoe meer ik erover denk, hoe meer ik het moet herhalen.

In België is de ongelijkheid tussen man en vrouw, de kloof tussen mannekes en wijvekes, de onevenredige verdeling tussen reuen&bitches echt schrijnend. (Een beetje variatie in de herhaling houdt me eindeloos aan de gang.) De negen ballen van het Atomium zijn de mannelijke nationale trots van mijn land, de vrouwen krijgen de jaarlijkse katholieke bloedprocessie van Brugge.

Dat zijn slechts zichtbare symbolen. De Grand Canyon der Geslachten is echt overal in mijn land. Enkel tijdens het seksueel verkeer wordt de kloof gedicht, maar ik zie overal mannen met rode kop van opwinding – bijvoorbeeld in het dagelijks verkeer. Ze begrijpen niet dat ik bij groen licht niet binnen de nanoseconde optrek en wegscheur. Dat begrijp ik dan weer niet. Belgmannen mogen ook rustig Belgvrouwen in de tieten knijpen, maar als ik een Belgman een speelse zwengel aan zijn stengel geef, dan verbouwt hij mijn gezicht.

Volgens de Gender Index Gap scoort België dan ook vreselijk slecht. Wij staan amper op de 33ste plaats. Na, hou je vast, Mozambique en Mongolië, met de M van Mannekes toch! (een Vlaamse uitdrukking die wil zeggen: fucking hell)

En Nederland? Juicht o juicht, Nederland staat op de elfde plaats. Ik droom er vaak over hoe zalig het leven voor een vrouw bij jullie wel niet moet zijn. Het land waar mannen in de rij staan om de erepositie van schortdrager te mogen bekleden, waar man en vrouw samen Heleen van Royen nadoen, waar iedereen Neelie of Kroes heet, waar de vrouw en de man samen theekransjes houden met scones with clotted cream. Ik kwam onlangs een Nederlandse man tegen wiens tepels beginnen te lekken als de baby weent.

Ik zou emigreren als ik buiten durfde te komen. Maar in België mag je dat als vrouw echt niet riskeren. Deep down (ergens ter hoogte van mijn venusheuvel) geloof ik mevrouw Marike Stellinga: ik wil helemaal geen carrière.

Laat mij maar veilig binnenblijven. Dat is toch het handigst. Zichtbaar zijn? Hogerop geraken? Wat voor nut zou dat nu hebben? Ik heb toch niets te zeggen, enkel te zagen. En zolang er ongelijkheid is, kan ik mijn zaagmachine draaiende houden. Maar iets zinnigs doen of vertellen? Mijn bek opentrekken? Not in my worst nightmare. Ik zou met de handen in mijn extensions zitten terwijl mijn vijftig kleine kinders geen eten hebben en mijn glazen plafond er vuil bij ligt.