Warm gevoel

Het is misschien mosterd na de maaltijd, want de bank zelf is nu failliet en verdwenen, maar ineens besef ik dat het gebouw maar niet uit mijn hoofd wil. Dat gebouw staat er nog, een eierschaal zonder ei.

Elke keer tijdens de berichtgeving trok het voorbij en elke keer intrigeerde het me weer, maar mijn verbazing werd snel overspoeld door het zoveelste nieuws over bedriegers en bedrogenen. Wat een gek, popperig geval, dacht je, maar dan was je aandacht alweer getrokken door nieuw geroffel uit de financiële onderwereld.

’t Raadsel van de eierschaal die het rotte ei omvatte bleef onopgelost.

Je bleef achter met de vage indruk dat hier een enthousiast neefje van baas Scheringa aan de slag was gegaan, of dat baas Scheringa zelf een ontwerpje op een bierviltje had geschetst. De springerige hoekjes, de zielloze gezelligheid, het schaamteloos pompeuze, de waaiervormige regenboog boven de entree – alles duidde daarop.

Vooral de allure van die regenboog of waaier trof je, met die aan een antieke benzinepomp herinnerende schelp. Hier was een kleuter voorbeeldig aan het inkleuren geweest.

Als het gebouw niet op een weiland te Wognum ter verhulling van oplichterij had gediend had het op een kermis kunnen staan.

’t Maakt weinig verschil, ik geef het toe.

Je ziet op vliegvelden wel eens chartertoestellen die ongelooflijk jolig zijn beschilderd. Van cockpit tot staart zijn ze voorzien van guirlandes, puntmutsen en feesttoeters. Alles in snoepkleur, alles om de passagier vast lekker te maken en voor te bereiden op een feestelijk uitje.

Hij zal geplukt worden en toch het idee hebben dat hij onafhankelijk, onbekommerd en fantastisch op stap is geweest.

Ik zou niet aan boord gaan. Vliegen is een serieuze zaak. Hier drijft iemand de spot met mijn leven, zou ik denken.

Nu pas kom ik erachter – ik had het kunnen weten – dat mijn feestgebouw door een bekend architectenbureau is ontworpen.

Door de architecten die ook de gebouwen van de Gasunie en de ING ontwierpen.

Door de architecten die ooit een prijs wonnen voor ‘het mooiste gebouw in Nederland aller tijden’.

Het sleutelwoord van hun bureau luidt: ‘organisch’. U kent het – een beetje Gaudí, een beetje Tuschinski, een beetje Efteling, een beetje duurzaam, een beetje warmekadetjeachtig. Een beetje met de laatste mode mee.

Ze wilden met hun gebouw vooral ‘een warm gevoel’ uitstralen.

En opnieuw bewees de architect de schurk een uitstekende dienst.