Verbazing over Van Vollenhoven

In de Tweede Kamer is met verbazing gereageerd op uitlatingen van voorzitter Pieter van Vollenhoven van de Onderzoeksraad voor Veiligheid. De onafhankelijkheid van de onderzoeken naar de ondergang van DSB en de steun aan de Irakoorlog is niet gegarandeerd, zei hij gisteren na afloop van een lezing tegen journalisten. Volgens Van Vollenhoven zijn er twee opties om een onderzoek gegarandeerd onafhankelijk te laten uitvoeren: door middel van een parlementaire enquête of door de Onderzoeksraad voor Veiligheid, waarvan hij zelf voorzitter is, in te schakelen.

„Dit gaat iets te kort door de bocht”, zegt Kamerlid Van Bochove (CDA). „Je kunt natuurlijk niet álle andere onderzoeken van tevoren al afschrijven.” PvdA-Kamerlid Dijsselbloem, die vorig jaar de commissie leidde die de onderwijsvernieuwingen onderzocht, benadrukt dat de Tweede Kamer altijd kan kiezen voor een parlementaire enquête, met alle waarborgen van dien. „Het is ons krachtigste instrument, dat we niet om de haverklap moeten inzetten.” Van Raak (SP) is het met Van Vollenhoven eens: „Commissies moeten de waarheid boven tafel zien te krijgen, maar in de praktijk verdwijnt die juist onder de tafel. Als Van Vollenhoven zegt dat dat bij hem niet het geval is, laten we dan hopen dat dat klopt.” Volgens PVV-Kamerlid Brinkman wil Van Vollenhoven zichzelf „institutionaliseren”. „Als iemand zich belangrijker wil voordoen dan hij is, is het Van Vollenhoven wel.”