Totaal aantal gewerkte dagen: 344

In Maastricht moest een universitaire campus komen. Met woningen en winkels.

Dat is nu van de baan. Oorzaak: gebrekkig toezicht en een ambitieuze directeur.

Niet in, maar vóór het academisch ziekenhuis ligt de patiënt die Maastricht het meest zorgen baart: de universitaire campus in aanbouw. ‘Aantal gewerkte dagen: 344’, meldt een bord bij de bouwsplaats. ‘Aantal gewerkte uren: 34.020. Aantal ongevalvrije dagen: 344.’ Maar nu wordt er niet meer gewerkt. Eind mei is de bouw stilgelegd.

De bouwkosten van het project waren opgelopen van de begrote 165 miljoen tot meer dan 200 miljoen euro. En over de exploitatie stond nog geen harde afspraak op papier. Niet ongewoon voor corporaties, zei directeur Leks Verzijlbergh van de verantwoordelijke woningstichting Servatius destijds.

Nog niet eerder meegemaakt, zegt Tjeu Blommaert, specialist in risicomanagement en hoogleraar bedrijfseconomie aan de Universiteit Maastricht. „Het is tekenend voor Servatius: ambities genoeg, maar de financiële onderbouwing hing er maar een beetje bij.”

Blommaert was lid van de raad van toezicht van Servatius en beoogd voorzitter, maar stopte ermee toen hem duidelijk werd dat hij in een andere organisatie was terechtgekomen dan hem was voorgespiegeld. „Al tijdens mijn eerste vergadering bleek het te gaan over de schorsing van de directeur.” Intussen is behalve de directeur ook de raad van toezicht weg.

Woningbouwcorporatie Servatius stond al onder curatele van Den Haag. Duco Stadig, die ervaring heeft in de Amsterdamse corporatiewereld en de Amsterdamse gemeentepolitiek, houdt toezicht namens minister Eberhard van der Laan van Wonen, Wijken en Integratie.

De Spaarbouw-Vereeniging St. Servatius werd meer dan een eeuw geleden opgericht door zes leden van de katholieke metaalwerkersvereniging Door Rechtvaardigheid Tot Bloei. De katholieke, Limburgse sfeer uit die tijd hing nog een beetje rond de corporatie toen Leks Verzijlbergh op 1 augustus 1998 aantrad als directeur. Hij was de tweede ‘Hollander’ op die post.

Wat hij aantrof, was een logge, bureaucratische organisatie. Typisch Limburgs vond hij het gebrek aan directheid. Introvert en een beetje ingeslapen was Servatius ook. „We stonden ver van de huurders af. De cultuur van de koffieautomaat heerste. Men was met zichzelf bezig en veel minder met de stad en de bewoners.”

In korte tijd bezorgde de ambitieuze sociaal-democraat Servatius een ander aanzien. De Maastrichtse woningstichting groeide uit tot het brutaaltje van corporatieland. „Samenlevingsopbouw door vastgoedontwikkeling” zag de directeur als zijn belangrijkste taak.

Een deel van Servatius moest het traditionele corporatiewerk doen. Een ander deel meer het commerciële. Verzijlbergh: „Met een directeur in een wat schizofrene rol daarboven. Je moet voorkomen dat het twee botsende culturen worden, de snelle jongens die het geld verdienen versus de geitenwollen sokken die het alleen maar uitgeven.”

Alom geprezen herstructureringsprojecten in wijken als Heugemerveld en Wittevrouwenveld werden onder Verzijlbergh gecombineerd met gedurfde, omstreden projecten als bouwen over de grens, in Luik. De Maastrichtse wethouder van stadsontwikkeling en ruimtelijke ordening, Luc Winants: „De projecten onder Verzijlbergh waren prachtig, maar er gebeurden ook dingen waarvan je dacht: potverdorie, moet dat nu zo? Bij het campusproject werden bomen gekapt zonder vergunning. En zonder dat wij het wisten bleek het ontwerp van de campus plotseling met koper bekleed. Terwijl wij als coalitie in Maastricht juist hadden ingezet op duurzaamheid, het zoveel mogelijk terugdringen van het gebruik van metalen in de bouw.”

Tjeu Blommaert: „Dat was de stijl van Verzijlbergh. Hij zocht ruzie met iedereen die de door hem voorgestane dynamiek in de weg kon staan. Vooraf had hij zich dan ingegraven, zodat alles eigenlijk al vastlag. Gesprekken, bijvoorbeeld op het ministerie, waren dan misschien niet leuk, maar hij kreeg wel zijn zin.”

Verzijlbergh ontkent dat hij uit principe de strijd opzocht. Hij zegt wel: „Status of functies imponeren me niet. Een overheid heeft niet alleen maar gezag, omdat het de overheid is. Ik ben gevoelig voor de kwaliteit van argumenten. Als die er niet is, probeer ik mijn gelijk te halen.”

‘Verzijlbergh vooruit’ was jarenlang het motto bij Servatius, zegt Blommaert. „Ook de raad van toezicht werkte naar Verzijlberghs smaak vertragend. Hij begon maar vast aan zaken. ‘Stop een miljoen euro in een vooronderzoek of voor 5 miljoen in een fundering, dan gaat het project wel door’, zei hij dan.”

Het was meer revolutie dan evolutie, zegt Blommaert. „En de raad van toezicht heeft verzuimd om de rijdende auto zo af en toe eens aan de kant te zetten om het oliepeil te controleren. Voor echt toezicht zaten de meesten er ook niet.” Blommaert schetst het beeld van een gesloten kringetje van mensen die elkaar steeds weer tegenkomen. „Toezicht houden is een bijbaantje, goed om het netwerk te onderhouden. Maak het elkaar niet lastig. Duik niet te diep in de dossiers. De feestjes en recepties zijn belangrijker.”

Niet iedereen denkt er zo over. Harry Fekkers was tien jaar lid van de raad van toezicht, waarvan de laatste jaren als vicevoorzitter. Hij vindt dat Blommaert een karikatuur maakt van de raad. Als er een onderzoek komt naar bestuurdersaansprakelijkheid, zoals minister Van der Laan heeft gesuggereerd, zal blijken dat de raad van toezicht deed wat hij moest doen, gelooft Fekkers. „We hadden in 2007 en 2008 hooguit wat vaker door moeten vragen over het campusproject en om second opinions moeten vragen.”

Het was uiteindelijk de raad van toezicht die in maart van dit jaar Verzijlbergh schorste. Die ziet het zo: „Ze hadden moeite om koers en ambitieniveau van de organisatie bij te houden. De meesten hadden gebrek aan inhoud en visie. Dat leidde tot onzekerheid en wantrouwen.”

Verzijlbergh meent dat er geen verband is tussen het stilleggen van de bouw van de campus en zijn vertrek. Het draaide volgens hem om een machtsstrijd, financieel was alles nog in orde. Fekkers bestrijdt de visie van de ex-directeur. „Pas na het besluit tot bouw van de campus kreeg de raad signalen over stijgende kosten en afspraken die niet op papier zouden staan. Begin dit jaar tekende de volle omvang zich af. Toen was het ook snel van: ho, dit kan niet meer.”

Alles overziend concludeert Blommaert dat het campusproject een paar maten te groot was voor Servatius. „Als je zo ondernemend wilt zijn om zo’n stap te nemen, dan moeten vanwege de risico’s de garanties ook extra goed zijn. Dat was niet het geval.”