Topsport en privacy

Wie aan topsport wil doen, geeft een deel van zijn privacy op; sportbonden verbieden het gebruik van doping en dat verbod kan alleen met behulp van lichamelijke controles worden geëffectueerd. Tot hier: akkoord.

Iets anders is of dopingreglementen zover mogen gaan als ze nu doen: de verplichting voor (sommige) topsporters om hun zogenoemde whereabouts aan te geven: voor de 20ste van de maand die voorafgaat aan het volgende kwartaal moeten ze op een formulier via internet invullen waar ze op elke dag van de komende drie maanden zullen verblijven. Wedstrijd of geen wedstrijd. Opdat dopingcontroleurs zich te allen tijde onaangekondigd bij hen kunnen melden met hun plaspotjes en injectienaalden. Sporters die dan driemaal niet aanwezig zijn, wacht een schorsing van één tot twee jaar.

Aan dat systeem moet zich in Nederland nu ook een dertienjarige schaatser onderwerpen, zo heeft de Dopingautoriteit bepaald. Het meisje zit in de nationale Testing Pool, omdat ze talentvol is, goed presteert en een sport bedrijft waarvoor het risico op het gebruik van doping als relatief hoog wordt beschouwd – voetballers bijvoorbeeld vallen er daarom buiten. Maar bovenal wordt ze extra in de gaten gehouden omdat haar vijftienjarige broer, ook een schaatser, is betrapt op het gebruik van spierversterkers.

Pas deze redenering – broer heeft iets fout gedaan, dus is het zusje ook een potentiële verdachte – zou in de ‘normale’ rechtspraak absoluut geen stand houden. Maar zij past wel in de lijn van het tuchtrecht dat bij sommige sporten wordt toegepast: de straf gaat aan het bewijs vooraf.

Reglementair klopt het besluit van de Dopingautoriteit. De sportbonden maken geen onderscheid bij de toepassing van de dopingregels tussen minderjarigen en meerderjarigen. Wel moeten ouders er toestemming voor geven dat hun kind, als dat nog geen zestien jaar is, wordt onderworpen aan de dopingcontroles, inclusief de systematische verwerking van de persoonlijke, fysieke gegevens die ze opleveren. Maar dat is hooguit een doekje voor het bloeden: weigeren ze die toestemming, dan mag hun kind niet aan (top)wedstrijden meedoen.

Internationale instanties op het gebied van de privacybescherming, waaronder het Nederlandse College bescherming persoonsgegevens, hebben terechte kritiek op het systeem van de whereabouts. De Europese Commissie heeft zich daar dit jaar bij aangesloten en ook het IOC-lid prins Willem-Alexander heeft zijn twijfels geuit.

Onder die druk hebben de sportorganisaties, zoals sportkoepel NOC*NSF, besloten het systeem per 1 januari 2010 enigszins te verzachten. De whereabouts blijven, maar sporters kunnen dan één uur per dag aanwijzen waarop ze zeker voor dopingcontrole beschikbaar zullen zijn. Alleen absentie gedurende dat uur is straks strafbaar. Het is een stap, maar het wachten blijft op de sporter die het systeem van de whereabouts ten principale bij de burgerrechter aanvecht. Omdat mensenrechten ook voor topsporters gelden.