Tijdloze liefde ontbeert originaliteit en hunkering

The Time Traveler’s Wife

Regie: Robert Schwentke. Met: Eric Bana, Rachel McAdams.In: 23 bioscopen.

*

De premisse van The Time Traveler’s Wife is natuurlijk een lachertje. Door een genetisch defect wordt Henry DeTamble (Eric Bana) zo af en toe naar een andere tijdsdimensie geprojecteerd. Dat maakt zijn leven voor hemzelf al ingewikkeld genoeg (onder meer omdat hij elke keer poedelnaakt in die nieuwe werelden arriveert), laat staan dat hij er normale relaties op kan nahouden.

Maar dan ontmoet hij Clare (Rachel McAdams). Zij is nog een meisje, hij een man. En ergens gedurende hun levens zullen ze de juiste leeftijd hebben om bij elkaar te zijn.

Origineel is dit allemaal bepaald niet. Het doet denken aan films als The Curious Case of Benjamin Button of The Lake House (van de Argentijns-Nederlandse regisseur Alejandro Agresti).

Films die de kracht van de tijdloze liefde tot onderwerp kozen. Metaforisch geladen. En vol van verlangen: want als er toch eens een liefde kon bestaan die zich niet door natuurkundige wetten liet belemmeren.

Die hunkering maakte de roman The Time Traveler’s Wife van Audrey Niffenegger tot zo’n enorme bestseller. Maar anders dan het boek ontbeert de film elke vorm van reflectie en filosofie. Zelfs de meest praktische vragen – kun je iets in de tijd veranderen, hoe moet dat als je jezelf ontmoet – blijven onbesproken.

Wat een armoe, van een boek de illustraties te zien zonder het verhaal.