Speculaas moet niet zo flauw

In België hebben ze het hele jaar door speculaas. Volgens De Dikke Van Dam veel beter en ik begrijp wel wat hij bedoelt natuurlijk, (hij bedoelt: waarom zou je iets lekkers niet het hele jaar door eten) maar anderzijds houd ik nogal van seizoensproducten.

Zelfs als ze helemaal niet seizoens hoeven te zijn dus. Je zou ook best het hele jaar door amandelbanket kunnen eten, maar dat doe je ook niet. We eten de banketletter en de kerststaaf, hetzelfde maar in andere vorm, en daarmee is het banket van de baan. Terwijl je in februari gerust ook wel een stukje zou lusten. Maar dat hoort niet, zo is het nu eenmaal. Zo eet je ook alleen krentenbrood met spijs met Kerst (kerststol) en met Pasen (paasbrood). Heerlijk die verschillende namen voor dezelfde dingen om een seizoensmaatwerk indruk te maken.

Hoe dan ook, als het weer druileriger wordt en de bladeren van de bomen vallen kun je aan speculaas gaan denken. En nu het zo lekker mistig is en al vrijwel helemaal kaal en vaak koud, nu denk je aan weinig anders meer dan aan speculaas.

Toch? Geef maar toe.

En als je nog eerlijker bent zeg je: ik eet en eet maar van die speculaasjes, maar toch raakt mijn speculaasgevoel maar niet bevredigd.
En dan zeg ik (met zo’n enge zelfgenoegzame stem die je in reclameboodschappen wel hoort): Dat klopt!

En meteen er achteraan: Speculaas smaakt vaak te weinig naar speculaaskruiden die zelf trouwens ook vaak te flauw van samenstelling zijn!
Nu heb ik de nieuwsgierigheid gewekt en dan kan ik dus zeggen: maak het beter maar zelf. Dan gooi je gewoon lekker veel speculaaskruiden in het deeg en dan smaakt het ergens naar. En als je er echt lol van wilt hebben zoek je naar speculaaskruiden waar ook kardemom in zit, die zijn lekker pittig. Bij natuurvoedingswinkels nogal wel eens te krijgen.

Het deeg voor de speculaas is erg los en kruimelig, maar dat geeft niet zo, want tijdens het bakken smelt het weer aan elkaar. Deze hoeveelheid is genoeg voor vier flinke speculaasbrokken, maar je kunt ook (TIP!) de helft van het deeg nemen en dat in een klein bakblik doen (doorsnede ongeveer 18 cm). Dan krijg je een soort speculaasboterkoek, krokant van buiten en zacht van binnen en ongelooflijk lekker. Vond ik tenminste.

Dikke speculaas

  • 450 g zelfrijzend bakmeel
  • 350 g bruine suiker
  • 300 g boter
  • 25 g speculaaskruiden
  • gehakte of hele amandelen
  • evt. 1 eierdooier

Verwarm de oven voor op 175 graden. Roer het meel met de suiker, een snufje zout en de speculaaskruiden door elkaar. Snijd de boter er doorheen tot fijne kruimels en kneed dan het geheel snel tot een bal.

Deel de bal in tweeën of vieren. Bestuif het aanrecht met bloem en rol de deegstukken uit tot een dikke lap – zelf beslissen hoe dik de speculaas moet worden.

Ook zelf kiezen of de stukken vierkant, of rond of hartvormig moeten zijn, of in een (ingevette) vorm gebakken moet worden.
Als ze in model zijn, langs de rand de gehakte amandelen in het deeg duwen of een rand van hele amandelen maken die met hun punt naar buiten wijzen.

Klop een eierdooier los met een lepel water en bestrijk de stukken deeg hiermee voor een glanzende laag.
Leg de stukken speculaas een eindje van elkaar op bakpapier op een bakplaat (ze dijen wat uit tijdens het bakken) en bak ze 25 minuten. Laat ze afkoelen op een rooster. In een afgesloten trommel is de speculaas dagenlang te bewaren.