Nijpels: stel spoorlijn langs A27 uit

Een spoorlijn tussen Utrecht en Breda heeft „onmiskenbaar toegevoegde waarde” maar kan pas vanaf 2020 worden aangelegd. Aanleg gelijktijdig met de verbreding van de A27 tussen beide steden, vanaf 2013, is niet haalbaar. Wel moeten Rijk, provincies en steden alvast 188 miljoen uittrekken voor maatregelen om de aanleg van de spoorlijn „niet onmogelijk te maken”.

Dat adviseert een commissie onder voorzitterschap van oud-minister Ed Nijpels. Utrecht, Breda, Gorinchem, Dordrecht en Oosterhout pleiten al jaren voor een spoorlijn. De ChristenUnie had in de Tweede Kamer om gelijktijdige, kostendrukkende aanleg gevraagd.

Minister Eurlings (Verkeer, CDA) is bang dat de aanleg de werkzaamheden aan de snelweg vertraagt. De commissie-Nijpels is dat met hem eens; ze vreest anders jaren vertraging. Ook is er nog geen geld voor de spoorlijn, een miljardenproject. Wel moeten Rijk, provincies en gemeenten aanleg van de spoorlijn voorbereiden. „Het gaat om het vrijhouden van een vrije strook land langs de weg en het verbreden van viaducten op zo’n manier dat het spoor er later makkelijk naast gebouwd kan worden”, aldus de commissie.

Volgens de commissie zal een spoorlijn tussen Utrecht en Breda met ruim 50.000 reizigers per dag zeker een bijdrage leveren aan de mobiliteit. Uit drie varianten is gekozen voor een spoorlijn dicht tegen de snelweg. Deze variant kost circa 3,4 miljard. De andere varianten – spoorlijn in middenberm van snelweg en ‘losse’ spoorlijn – kosten 2,7 miljard en 3,9 miljard.

Maatregelen om de aanleg van de spoorlijn „niet onmogelijk te maken” kosten 188 miljoen euro, aldus de commissie. Daarvan zouden Noord-Brabant, Zuid-Holland, Utrecht en de vijf gemeenten circa 80 miljoen moeten betalen.

Lees rapport op nrc.nl/binnenland