Majoor Hasan legt pijnlijke waarheden bloot

Een week na het bloedbad op Fort Hood ontstaat een redelijk goed beeld van wat de verdachte bewoog.

Acht jaar lang vocht Amerika tegen de enemy within. ‘Slapende cellen’ van buitenlandse (Al-Qaeda-)terroristen die binnen de VS heimelijk aanslagen zouden voorbereiden. George W. Bush en Dick Cheney zetten na 9/11 vergaande programma’s op om telefoons en e-mails af te tappen. En de FBI schrok het land menigmaal op – breaking news – met arrestaties waarmee zo’n cel vroegtijdig zou zijn ontmanteld.

In bijna alle gevallen gingen de zaken als een nachtkaars uit. Verdachten bleken meestal onhandige sloebers die in contact met undercoveragenten stoere praatjes verkochten, maar nooit of te nimmer in staat waren geweest een bom tot ontploffing te brengen.

En na een week onthullingen over majoor Nidal Malik Hasan (39), die ervan wordt verdacht dat hij vorige week op de legerbasis Fort Hood, in Texas, dertien mensen vermoordde en 31 verwondde, is het land terug bij 1995 – toen veteraan Timothy McVeigh in Oklahoma City een federaal kantoor opblies waarbij 168 mensen de dood vonden.

„We hebben acht jaar gezocht naar slapende Al-Qaeda-cellen’’, zegt oud-spion en inlichtingendeskundige Matthew M. Aid, die contact heeft met mensen rond het onderzoek naar Hasan. „Maar het blijkt dat we verkeerd hebben gezocht. Het is niet de enemy within. We zijn het zelf.”

Het accentueert hoezeer de VS de laatste dagen in verlegenheid zijn gebracht door de berichten over Hasan. Er blijkt uit dat de vrijgezelle psychiater, sinds 1997 in dienst van het leger, een gekwelde moslim is die met voorbedachte rade handelde. Een man die eind vorig jaar e-mailde met een radicale imam in Jemen (de inhoud is niet bekend), en volgens onbevestigde berichten contact zocht met andere radicale moslims.

Hij was fel tegen de oorlogen in Afghanistan en Irak, en wilde weg uit het leger, uit angst dat hij naar het front werd gestuurd. In een interne presentatie zinspeelde hij in 2007 op „vijandige actie” van moslims in de krijgsmacht omdat zij de strijd in Afghanistan en Irak zouden ervaren als oorlog tegen de islam. Tegelijk werd Hasan in mei nog gepromoveerd tot majoor – wegens zijn voortreffelijke werk als therapeut van veteranen uit diezelfde oorlogen.

Maar pijnlijk is vooral dat Hasan – geboren in Arlington, Virginia – in veel opzichten het Amerikaanse ideaal symboliseert. „Het soort succesverhaal waar wij dol op zijn in dit land”, aldus Aid.

Als zoon van Palestijnse immigranten, die in het behoudende Virginia enkele bedrijven van de grond tilden, verwezenlijkte hij zijn eigen Amerikaanse droom. Hij studeerde biochemie op een hoogaangeschreven technische universiteit, volgde een artsenopleiding in een van de beste legerziekenhuizen, en vervult sinds 2003 een prestigieuze baan als legerpsychiater.

En als moslim in het leger vertegenwoordigt hij bovendien een ander Amerikaans handelsmerk: religieuze tolerantie. De krijgsmacht presenteert zich graag als het meest diverse onderdeel van de Amerikaanse maatschappij, waarin alle religies, rangen en etnische groepen met elkaar samenwerken. De organisatie die, in de jaren tachtig, als eerste een Afro-Amerikaan aan het hoofd kreeg – oud-generaal Colin Powell.

Familieleden en ooggetuigen zeggen dat Hasans religieuze ideeën radicaliseerden na de dood van zijn ouders, in 1998 en 2001, die gekant waren tegen zijn keuze voor de krijgsmacht. De doorgaans vrolijke man raakte in zichzelf gekeerd en was vaak alleen. Via een imam in Silver Spring, Maryland, probeerde hij de laatste jaren een vrouw te vinden. Het lukte niet: de vrouwen die belangstelling hadden vond hij niet vroom genoeg.

Hij beklaagde zich over discriminatie van moslims in het leger. Een neef vertelde diverse media dat hij op een dag een luier in zijn auto aantrof met de tekst: „Om je hoofd mee te versieren.”

In het Walter Reed-ziekenhuis werkte hij als therapeut met veteranen die in de meeste gevallen zwaar gewond uit Irak of Afghanistan terugkeerden. „Veel van die jongens hebben een lichaamsdeel verloren door een bermbom. Zij haten moslims”, zegt Aid. Het is inmiddels bekend dat Hasan in die periode (2003 tot zomer 2009) enkele malen zelf in therapie was omdat hij het werk mentaal niet meer aankon; iets dat volgens collega-psychiaters vaak voorkomt.

In Texas ging vorige week het gerucht rond dat Hasan naast zijn werk als therapeut ook een inlichtingenfunctie vervulde. Het kan verklaren waarom de FBI niet optrad toen de dienst eind vorig jaar vaststelde dat de majoor mailde met de radicale imam in Jemen.

Maar Aid zegt zeker te weten dat Hasan niet het fiat had om inlichtingenwerk te doen. Wel hoorde bij zijn werk dat hij de inlichtingendienst moest waarschuwen als in therapiesessies bleek dat een veteraan een veiligheidsrisico vormde. „Dat hoort bij de vertrouwensfunctie, dus contacten waren er wel.”

Hasans promotie tot majoor, mei dit jaar, is in veel opzichten een raadsel. Hij was intern al vele malen uitgevaren tegen de oorlogen in Afghanistan en Irak. En zijn overplaatsing twee maanden later naar Fort Hood – waardoor de psychiater wist dat hij naar een oorlogsgebied zou gaan – was behalve een degradatie ook de ultieme nederlaag. Hij wilde nooit tegen andere moslims vechten. Volgens Aid was het de bedoeling dat Hasan ging werken in de opvang van militairen die „tijdens het werk hun hoofd verliezen”. „De ergste gevallen van overmatige stress.”

Twee dagen nadat hij deze zomer in Texas ging wonen kocht Hasan het automatische wapen waarmee hij vorige week het vuur opende. Hij betaalde de huur een half jaar vooruit – hoewel de eigenaar om een maand vroeg. Hij deelde korans uit aan de buren. De avond voor de schietpartij ging hij uit eten met een vriend, van wie hij afscheid nam. Hij ging op reis, zei hij. De ochtend van de schietpartij vertelde hij hetzelfde in de moskee. En voordat hij naar de basis vertrok riep hij een buurvrouw bij zich. Ze mocht al zijn meubels hebben.

Diezelfde donderdag, om 13.20 uur, zat hij in een ruimte met collega’s die formulieren invulden als voorbereiding op hun uitzending naar Afghanistan en Irak. Hij ging staan, boog het hoofd enkele malen, en opende het vuur op de collega’s. Volgens voorlopige schattingen driehonderd maal. Diverse getuigen hoorden hem ‘Allah Akbar’ zeggen, God is groot.

Het ligt erg voor de hand, zegt Aid, dat de daden van Hasan voortkwamen uit zijn religieuze overtuiging en de stress waaraan hij jaren blootstond. De gevolgen zullen in elk geval groot zijn.

„Het wantrouwen in de krijgsmacht tegen moslims zal sterk groeien”, zegt Aid. „En we moeten vrezen dat veel moslims het leger gaan verlaten, juist in een periode dat we ze hard nodig hebben.”