Kabinet van 'onenigheid'

Libanon heeft eindelijk een nieuwe regering van nationale eenheid, zegt premier Hariri.

Maar de belangrijkste macht blijft toch Hezbollah.

„Eindelijk is de regering van nationale eenheid geboren”, zo kondigde de nieuwe Libanese premier, Saad Hariri, zijn kabinet maandag aan. Maar de Libanese pers zag er de afgelopen dagen eerder een „regering van nationale onenigheid” in of een „kabinet van de twee loopgraven”. Ze vreesde dat als gevolg van de tegenstellingen ook dit kabinet niet aan regeren zal toekomen.

De ‘twee loopgraven’ slaan op de tweedeling tussen de alliantie van Hariri en het verbond van de fundamentalistisch-shi’itische organisatie Hezbollah. Dat wil ook zeggen: tussen Saoedi-Arabië en het Westen (Hariri) en Iran en Syrië (Hezbollah).

De term ‘nationale onenigheid’ refereert ook aan de scheuren in het kamp van de sunnitische Hariri. Maar doen die ertoe? Hoe dan ook blijft de werkelijke macht in Libanon in handen van Hezbollah. Zijn politieke zeggingskracht zit niet in zijn twee ministers, maar in zijn zware bewapening geleverd door Iran en Syrië, de grote vijanden van Israël. In mei vorig jaar maakte Hezbollah zijn binnenlandse machtspositie zichtbaar met zijn snelle, gewapende offensief in sunnitisch West-Beiroet en andere Libanese steden, zonder dat de regering van toenmalig premier Siniora er iets tegenin te brengen had. Geen Libanees is dat machtsvertoon vergeten.

Dit verklaart waarom Saad Hariri uiteindelijk toegaf aan de claim van het Hezbollah-kamp op het ministerie van Telecommunicatie, dat van fundamenteel belang is voor het communicatienetwerk van Hezbollah zelf. Het betekent dat er geen sprake zal zijn van ontwapening van Hezbollah, zoals Israël, de Verenigde Staten en de VN-Veiligheidsraad eisen.

Bij wijze van Israëlisch welkom voor de regering-Hariri waarschuwde de chef-staf van de strijdkrachten, generaal Ashkenazi, dinsdag dat Hezbollah nu tienduizenden raketten in zijn arsenaal heeft, waarvan een deel een bereik heeft van 300 kilometer. „Terwijl het op het moment rustig is, de grenzen in het noorden en het zuiden kalm zijn, is het een misleidende rust”, zei hij volgens Israëlische kranten. „Als je je hoofd over de grens steekt, zie je versterkingen en verdedigingswerken. Als Hezbollah een vergeldingsaanval uitvoert voor [de aan Israël toegeschreven moord op de extremist] Mughniyeh, zal Israël moeten reageren, en dat kan leiden tot verslechtering van de situatie.”

In het Israëlische lucht- en grondoffensief van 2006, in reactie op de ontvoering door Hezbollah van twee Israëlische militairen, werden in Libanon meer dan duizend mensen gedood en werd voor miljarden euro’s schade aan de infrastructuur aangericht. Een jaar geleden dreigde generaal-majoor Gadi Eisenkot, topcommandant in Noord-Israël, bij een nieuwe „provocatie” door Hezbollah met „disproportioneel geweld tegen de dorpen” in Zuid-Libanon „omdat vanuit ons standpunt bezien dit geen dorpen zijn, maar legerbases”. Deze zomer voegde premier Netanyahu eraan toe dat als Hezbollah tot de nieuwe Libanese regering zou toetreden, „die regering verantwoordelijk zal worden gesteld voor elke aanval van haar grondgebied op Israël”.

Maar een nieuwe Israëlische strafexpeditie in Libanon wordt onwaarschijnlijk geacht nu Israël nog is verwikkeld in de nasleep van het Gaza-offensief van vorige winter in de vorm van aanhoudende beschuldigingen van oorlogsmisdrijven. Hezbollah op zijn beurt beseft dat de Libanese bevolking, waarvan het uiteindelijk de steun nodig heeft, nog steeds het puin van de vorige oorlog ruimt. Libanon zelf blijft, met of zonder regering van nationale eenheid, speelveld van de buitenwereld.