Het leven is te lang voor betamelijkheid

Het begon met een brief die de bank aan hem richtte.

Tim Foncke schreef terug. Nu zijn er 47 brieven gebundeld waarin hij geen blad voor de mond neemt.

Tim Foncke zat in de trein naar Hilversum voor een radio-interview over zijn brievenroman De geachten toen een journalist hem belde: ‘Elsje gaat een klacht indienen bij de politie, heb ik gehoord.’ Elsje was een collega van Tim toen hij nog rekkenvuller (Vlaams voor vakkenvuller) was in de GB-supermarkt in Mere. Zij is de reden dat hij werd ontslagen. Nou ja, je zou ook kunnen zeggen dat hij zélf de reden was.

Het ging zo: Tim Foncke en een andere collega, Nick, waren vakken aan het vullen en intussen samen grapjes aan het maken. Dat deden ze vaker. En meestal kon Elsje, ‘het meisje van de zuivel’, daar wel om lachen. Zoals die keer dat Tim tegen haar zei: „Weet je wat ik ambetant (Vlaams voor vervelend) vind? Als ik een bad genomen heb en ik droog mij af en ik word gewaar dat ik alweer een zweethol heb.”

Maar deze dag ging het anders. Misschien had ze een slecht humeur. Of ruzie gehad met haar man. In elk geval, Elsje stapte naar de bedrijfsleidster, mevrouw Lemahieu, en beklaagde zich over haar lol trappende collega’s Tim en Nick. Die kregen een reprimande. Waarna Tim haar een brief stuurde. ‘Arme Elsje’, luidde de aanhef. En dit was de slotalinea:

Heb jij een beetje een seksleven? Ik vind dat jij de erotiek van een doos bladerdeeg uitstraalt, maar het is dikwijls net jouw soort die het heetst uit de hoek springt. (...) Laat je deze brief lezen aan mevrouw Lemahieu? Zij heeft ooit tegen mij, en later ook tegen mijn moeder, gezegd dat ik voor de goeie sfeer op het werk zorg. Houd, samen met je man, de moed erin. Tim

De brief, gedateerd 26 september 2003, staat in het vorige maand tegelijk in Vlaanderen en Nederland verschenen De geachten. Hij is echt verstuurd. En Elsje heet echt Elsje. Zoals mevrouw Lemahieu echt bedrijfsleidster Lemahieu van de GB in Mere is. Ook zíj kreeg een brief, nadat ze Tim in het najaar van 2003 na tweeëneenhalf jaar vakkenvullen had ontslagen vanwege zijn Arme Elsje-brief:

Waarde mevrouw Lemahieu,

Normaal had ik op dit ogenblik yoghurt van Danone moeten aanvullen, maar het schrijven van deze brief gaat leuker zijn. Waarvoor dank.

Sinds zijn ontslag richt Tim Foncke (31) zich op wat hij het liefste doet: stand-up comedy en schrijven. Maar met dat schrijven is dus wat bijzonders aan de hand. Alle 47 brieven in De geachten zijn echt verstuurd, van de eerste (‘Geachte Kim Van Der Weeën’, 11 september 2002), aan een banklokettiste die hem de volgende keer dat hij in de bank verscheen weigerde te helpen, tot en met de laatste (16 mei 2007) aan Liselotte, zijn nieuwe vriendin. Er zitten brieven in aan de vader van zijn ex-vriendin, aan de tweede man van zijn moeder, aan de buren en aan de directrice van het verzorgingstehuis waar zijn grootmoeder woont. De teksten zijn grappig, ontroerend en zwaarmoedig, maar even zo vaak vilein, scabreus of beledigend.

Behalve de directrice van het verzorgingstehuis schreef niemand ooit terug. Wat mensen wel deden: ze kwamen op de deur bonken (de buren), wilden nooit meer met hem praten of gingen huilen (Elsje in het kantoor van mevrouw Lemahieu).

Waarom gaat iemand zulke brieven schrijven?

Eigenlijk begon het toevallig, zegt Tim Foncke (schouderlang haar, tenger postuur, vriendelijke uitstraling) in een café in Antwerpen. Kim Van Der Weeën stuurde eerst hém een brief, een standaardbrief over de voordelen van internetbankieren. Hij schreef terug:

Dank voor uw brief over pc banking. Het is een korte brief maar er staan vier uitroeptekens in. Roept u het graag uit? Of alleen als het om pc banking gaat?

Toen bedacht hij dat hij die brief eigenlijk net zo goed kon bezorgen. Hij vond Kim mooi – en wilde haar dat laten weten:

Ik wil altijd bij u langskomen en ik wacht nog op een uitnodiging om mijn erectie op en neer te komen schuiven tussen uw enorme borsten.

En nee, het verbaasde hem niet dat zij vervolgens weigerde hem te helpen aan het loket. „Mensen verwachten zo’n brief niet, dus weten ze niet hoe ze moeten reageren. Maar ik vind het zelf niet slecht wat ik doe. Als ik dat vond, zou ik ermee ophouden. Ik hou me niet in, dat is waar. Niet over andere mensen en niet over mezelf. Ik denk daarom dat mensen er wat aan hebben als ze zo’n brief krijgen. Ik zou in elk geval wel willen dat iemand mij zulke brieven schreef.”

Mensen houden zich te veel in in hun omgang met de ander? „Ja, dat vind ik. We komen elke dag mensen tegen over wie we dingen denken die we niet zeggen. We zwijgen omdat dat het betamelijkst is. Maar het leven is te lang om er betamelijk doorheen te gaan.”

En als een geadresseerde daar anders over denkt? „Dan begrijp ik dat natuurlijk wel. Ik ben de nagel die hun oog opentrekt – en dat doet pijn. Toch denk ik dat ik niet wezenlijk verschil van mensen die niet zulke brieven schrijven. Ik denk dat er in iedereen een vriendelijk, gevoelig mens zit die zo nu en dan ergens even het mes in wil zetten.”

Of Elsje echt een klacht heeft ingediend, is nog niet duidelijk.

Tim Foncke, De Geachten, 122 bladzijden, Uitgeverij Thomas Rap, 14,90 euro. Meer op www.timfoncke.blogspot.com