Herinneringen aan een schaatsmatador

Het idee was simpel en toch nooit eerder goed uitgevoerd: een biografie van Ard Schenk. De oud-schaatsheld wil met enkele kilo’s zware boek een fase in zijn leven afsluiten.

In het oude hart van het Noord-Hollandse De Rijp, niet ver van de plek in Graft waar hij in de ijskoude winter van 1963 voor het eerst de strijd aanbond met Kees Verkerk, kreeg Ard Schenk gisteren zijn biografie uitgereikt. Natuurlijk uit handen van ‘Keessie’. De schaatsmatadoren van de jaren zestig en zeventig zijn inmiddels op leeftijd. Schenk is 65 jaar, Verkerk twee jaar ouder.

Ze herinneren aan een glorieus schaatstijdperk. Nederland had na de Tweede Wereldoorlog nog weinig te vieren gehad op sportgebied. Jan Janssen was pas in 1968 de eerste landgenoot die de Tour de France op zijn naam schreef. Twee jaar later won Feyenoord als eerste Nederlandse club de Europa Cup I. Het Nederlands elftal deed pas op het WK van ’74 van zich spreken.

Schenk en Verkerk werden tussen 1966 en 1972 vele malen Europees kampioen, wereldkampioen en olympisch kampioen. Ze verdrongen de Noren, Zweden en Russen van het ereschavot. In Scandinavië leefde het schaatsen toen enorm. Het Bislett Stadion (Oslo) en Ullevi (Gotenburg) hadden een capaciteit voor respectievelijk 30.000 en 40.000 toeschouwers. Voor het eerst konden Nederlanders écht langdurig trots zijn op sporters. Schenk en Verkerk zorgden ervoor dat miljoenen mensen urenlang met invulschema’s aan de (zwart-wit)buis zaten gekluisterd. Na de cérémonie protocolaire was het zondag rond een uur of zes frites halen of Chinees, want als Schenk had gewonnen kookte moeder niet meer.

De hoofdpersoon realiseerde zich gisteren dat die tijden nooit meer terugkeren. „Er zijn nu zoveel mogelijkheden van vermaak, de mensen komen in het weekeinde tijd te kort”, sprak Schenk nuchter in het restaurant Het Wapen van Munster. „Er bestaan ook veel meer schaatswedstrijden, zoals World Cups. Aan de andere kant: qua publiciteit heb ik de afgelopen dagen meer meegemaakt dan toen.” En over de heroïsche strijd tegen de elementen van destijds: „Het zou niet goed zijn als er weer toernooien in de openlucht worden gehouden. De belangen zijn zo groot geworden, iedereen moet onder gelijke omstandigheden kunnen rijden.”

Het kostte de makers van uitgeverij De Buitenspelers heel wat overredingskracht om Schenk zover te krijgen dat hij zich bloot wilde geven. Immers, het idool van zoveel Nederlanders is lang een introverte man geweest, die zich weliswaar ook inzette als bestuurder van de schaatsbond KNSB en Internationale Schaats Unie (ISU), maar die ook heel nukkig kon overkomen en de publiciteit schuwde. Nadat hij tien jaar geleden werd getroffen door een TIA schijnt hij in zijn voordeel te zijn veranderd. „Vroeger schermde ik mijn emoties af, nu kan ik zomaar een traantje laten als ik naar een mooie film zit te kijken”, zegt Schenk in het boek. En auteur Bert Wagendorp: „Zonder de TIA was dit boek niet geschreven.”

Voor Verkerk is Schenk altijd dezelfde geweest. Na die eerste grote vierkamp op de Mieuwijdt, het water dat Graft van De Rijp scheidt, werden ze vrienden. Schenk, boerenzoon uit Anna Paulowna, won toen de tien kilometer in 18.16 minuten. Verkerk, de superstilist en stayer zei: „De komende zeven jaar zal je niet meer van mij winnen op deze afstand.”

Het liep anders. Hun karakters liepen uiteen, maar trokken elkaar aan. Verkerk was een man voor feesten en partijen, die trompet, accordeon of orgel speelde. Hij kon met zijn psychologische oorlogvoering Schenk in het begin van zijn loopbaan uit zijn evenwicht brengen. Hoewel Verkerk, de kasteleinszoon uit Puttershoek, gisteren bekende dat hij in de aanloop naar een groot toernooi twee kilo afviel van de stress. „Behalve als we naar de recordwedstrijden in Inzell gingen. Dan hadden we na het WK allround twee weken in Noorwegen gereden en elke dag een feest gehad. Dat maakte ons zo ontspannen dat we nog records verbeterden ook.”

Schenk was ogenschijnlijk een serieuze sporter. Maar achter de façade die de mythe in stand hield, school ook iemand die van het leven hield en het liefst zo min mogelijk trainde. Gisteren voerde Schenk een sketch op van het West-Friese boertje Aris en noemde zichzelf een „luie hufter”.

De biografie laat weinig onbeschreven. Dus komt ook zijn privéleven aan bod. Zoals het huwelijk met zijn eerste vrouw, de stewardess Christine Schermij. Ze overleed zes weken na de trouwdag, ’s ochtends bij het opstaan door een vernauwing van de kransslagader. Zijn leven met Mieke Molenkamp en haar drie dochters uit een andere relatie worden belicht. Schenk scheidde van haar. De spanning in hun relatie veroorzaakte mogelijk de TIA bij Schenk die toen even niet in Grootschermer maar in Hoorn woonde. Voor velen een schok. Want de eeuwig jonge god bleek niet onkwetsbaar. De schaatslegende was net een mens.

Nu leeft Schenk al weer enige jaren met Carolien van der Heijden met wie hij de wereld rond wil zeilen. „Dit boek is een reis door mijn leven, maar ook een afsluiting van een fase.” Daarmee bedoelt Schenk dat hij zijn betrokkenheid bij het schaatsen vaarwel zegt. Nadat de adviezen van de Commissie Schenk voor een betere topsportcultuur in de KNSB door de nieuwe voorzitter Doekle Terpstra voor een groot deel in de wind zijn geslagen, is hij ook klaar met zijn bestuurlijke activiteiten. „Het effect van de energie die je in een bestuursfunctie steekt is in de schaatswereld marginaal”, luidde de bittere conclusie van Schenk na zoveel jaren geploeter op het pluche. De auteurs van het boek (Wybren de Boer, Frans Oosterwijk en Bert Wagendorp) bezorgden oud-vakbondsman Terpstra het schaamrood op de kaken met hun ontdekking dat Schenk en Verkerk nooit zijn gekroond tot erelid van de schaatsbond. „Dat moet spontaan komen, op deze manier hoeft het niet meer”, stelde Schenk.