'Getijden' in de atmosfeer drijven aardverschuiving

Getijden in de atmosfeer kunnen de beweging van heel trage aardverschuivingen reguleren. Dat is ontdekt door twee geologen van de US Geological Survey in Denver, Colorado (VS), die dit op 1 november bekendmaakten in de onlinepublicatie van Nature Geoscience. De onderzoekers hebben de beweging gemeten van de Slumgullion Slide in de San Juan Mountains, in het zuidwesten van Colorado, en ontdekten dat die zich onder invloed van de periodiek variërende luchtdruk schoksgewijs verplaatst. Aardverschuivingen behoren tot de meest verwoestende geologische processen, die jaarlijks duizenden slachtoffers maken en voor miljarden euro’s schade aanrichten. Maar de vier kilometer lange en driehonderd meter brede Slumgullion Slide in Colorado is een aardverschuiving die zo traag verloopt dat hij niet met het oog is waar te nemen. Het materiaal schuift met een gemiddelde snelheid van nog geen halve millimeter per uur; langzamer dan een gletsjer. Het valt alleen op dat sommige bomen scheef staan.

De Slumgullion Slide bestaat uit een meer dan twintig meter dikke laag leem en verweerde, vulkanische gesteenten. William Schulz en collega’s hebben de beweging van deze laag negen maanden gemeten en ook de luchtdruk genoteerd. Daaruit blijkt dat de laag periodiek beweegt en wel precies in de pas met het atmosferische getij. Dat is de drukvariatie in de atmosfeer – met perioden van 24 en 12 uur – die ontstaat door de dagelijkse variatie van de instraling van de zon.

Als de luchtdruk het laagst is, beweegt de verweringslaag het snelst: 2 tot 3 millimeter per uur. Als de luchtdruk het hoogst is, ligt de laag stil.

Volgens de onderzoekers wordt deze periodieke beweging veroorzaakt doordat lucht- en watermoleculen in de bodem onder de verweringslaag tijdens perioden van lagere luchtdruk omhoog bewegen, waardoor de wrijving tussen de bodem en de verweringslaag vermindert.

Het mechanisme werkt echter alleen doordat de laag constant balanceert tussen stilstand en beweging. Een luchtdrukvariatie van nog geen honderdste atmosfeer maakt het verschil.

De onderzoekers suggereren dat het atmosferische getij ook de stabiliteit van andere verschijnselen in zo’n evenwichtssituatie zou kunnen beïnvloeden, zoals aardbevingen, vulkanische erupties en gletsjerbewegingen.