Energiek Nederland

Nederland heeft maandag een stukje Duitsland veroverd. Met behulp van de Europese Commissie en in goed overleg met het buurland, dat wel. En het gaat maar om een hoogspanningsnet. Maar toch. Het is een opmerkelijke transactie die het bedrijf TenneT, beheerder van het elektriciteitsnet in Nederland, gisteren bekendmaakte.

TenneT, voor 100 procent eigendom van de Nederlandse Staat, neemt van het Duitse E.ON dochteronderneming Transpower Stromübertragungs GmbH over, die het extra hoogspanningsnet van dit energiebedrijf in Duitsland beheert. De Europese Commissie had E.ON in 2008 gelast het netwerk af te splitsen van zijn levering- en productietak.

Zo ontwikkelt TenneT zich tot de eerste grensoverschrijdende netbeheerder in Europa. Dat is weer eens wat anders dan overnames van Nederlandse energieproductiebedrijven (Essent, Nuon) door buitenlandse partijen.

TenneT verdubbelt zijn netwerk ruimschoots. Het bedrijf beschikt in Nederland over 9.000 kilometer aan hoogspanningsverbindingen en 246 hoogspanningsstations. Daar komen volgend jaar 11.000 kilometer en 115 stations in Duitsland bij, in een gebied waar twintig miljoen mensen wonen.

Het zal hier niet bij blijven. De Nederlandse Staat heeft op het terrein van energie ambities. Nederland wil een energieknooppunt worden. Met de expertise die het heeft ontwikkeld dankzij de aanwezigheid van aardgas onder de bodem, wil het zich ontpoppen tot de ‘gasrotonde’ van Europa. Om, ook als het Nederlandse gas straks op is, een internationaal distributiecentrum te zijn.

De overname van de dochteronderneming van E.ON past in de wens van staatsbedrijf TenneT een sterke positie te krijgen op de Noordwest-Europese elektriciteitsmarkt. Met het Duitse netwerk was TenneT al verbonden. Er is een verbinding met Noorwegen en straks komt er een connectie naar het Verenigd Koninkrijk.

Het is maar beter niet te krampachtig te doen over dit soort overnames. Volgens de betrokken partijen, inclusief minister Van der Hoeven (Economische Zaken, CDA), kunnen afnemers erop vooruitgaan, nu op het Nederlandse net goedkopere Duitse stroom beschikbaar komt. Maar zulke meevallers op korte termijn nemen niet weg dat het een opgave voor de EU is energiebeleid niet nationalistisch te laten zijn. Alleen in Unieverband kunnen Europese landen een sterke partij zijn op de wereldmarkt voor energie, die schaarser wordt en waarvoor, met het oog op milieu- en klimaatproblemen, veel innovatie is vereist.

Het Internationaal Energie Agentschap, de energietak van de OESO, de organisatie van rijke industriële landen, heeft er gisteren nog op gewezen dat de crisis wereldwijd tot een riskante terugslag in energie-investeringen heeft geleid.

Mits TenneT commercieel binnen de perken blijft die een staatsbedrijf passen, zijn dit soort grensoverschrijdende investeringen een nuttige bijdrage aan het energie-efficiënt omgaan met bronnen die niet onuitputtelijk zijn.