De vrouwen in China wokken met jouw pc

In de kleine werkplaatsen in China nemen ze het niet zo nauw met milieuregels.

Daarom kunnen ze daar goedkoop elektronisch afval verwerken.

Chen Yinghong in het Zuid-Chinese stadje Guiyu zet al jaren geen thee meer met het water uit de put of het meertje achter zijn werkplaats. Die werkplaats ligt vol elektronisch afval, zoals computervoedingen, snoeren, toetsenborden, printerplaten en pc-kasten.

Ook de vrouwen die er op dunne kookplaten moederborden smelten om lood en koper los te weken, drinken alleen nog maar water uit plastic flesjes. Dat doen zij sinds de thee ging schuimen. In de stad worden zuurbaden en andere chemicaliën tot op de dag van vandaag in riviertjes en beekjes gekieperd.

In de werkplaats verwijderen zes mannen met maskers voor hun gezicht met schroevendraaiers en hamers al het glas, koper en ander metaal uit pc’s, playstations, tv’s en mobiele telefoons. In het zonlicht danst stof van lood en glas. De ventilatoren in de muren zijn te klein en te zwak om de lucht in het recyclingbedrijfje gezond te houden. Alle werknemers hebben last van hoofdpijn, waterige ogen en ruwe kelen. En dat voor vijf euro per werkdag van tien uur.

China zoekt niet alleen naar grondstoffen in Afrika, Latijns-Amerika en het Midden-Oosten, maar ook hier in Guiyu. Zo’n 70 procent van alle afgedankte elektronica ter wereld komt in dit stadje terecht. Het afval wordt aangevoerd via de nabij gelegen havens in de Parelrivierdelta en Hongkong.

Guiyu is daarmee de ‘e-waste capital of the world’. De stad telt zo’n 7.000 recyclingwerkplaatsen. Ruim 60.000 arbeidsmigranten uit de armste delen van Zuid-China halen met de hand uit ieder apparaat de kostbare metalen. Hun arbeidsomstandigheden zijn vergelijkbaar met die in de Engelse fabrieken van de 19de eeuw.

Daarom houden de autoriteiten ook niet van journalisten. Als die worden ontdekt in de straten die volstaan met grote pakken samengeperste playstations, krijgen ze het verzoek op te krassen. Zo niet, dan lopen de journalisten het risico in elkaar te worden geslagen.

Chen Yinghong, die ons wel gastvrij ontvangt, is rijk geworden met deze handel. Dat zie je niet direct aan hemzelf, maar wel aan de BMW voor de deur en de nieuwe scooters van zijn drie zoons. Zijn arbeiders zijn níet rijk geworden – en dat kan je ook zien, want anders zouden zij hier niet meer werken.

En nu klaagt Chen.

Aan illegale aanvoer van westerse en Chinese elektronica geen gebrek, maar door de economische crisis zijn de wereldmarktprijzen voor grondstoffen fors gedaald – met name die van koper en staal. Alleen met de goudprijs gaat het goed.

Erger nog is dat hij moet verkassen naar een nieuw industrieterrein, waar hij huur zal moeten betalen voor de faciliteiten die passen bij een moderne, verantwoorde recyclingfabriek. „Eerst de economische crisis en nu dit. Ze maken ons kapot”, moppert hij. De werknemers vinden de verhuizing prima, vooral de vrouwen achter de chemische kookplaten. Al zijn ze wel bang dat als hun baas het niet redt, ze hun baan kwijtraken.

Zeven jaar geleden stelde de Amerikaanse milieubeweging de praktijken in Guiyu voor het eerst aan de kaak. Pas nu lijkt de Chinese overheid ernst te maken met het opruimen van de duizenden werkplaatsen.

Die lange tijd van niks doen is verklaarbaar: de verwerkingsindustrie in Guiyu is goed voor een omzet van 100 miljoen euro per jaar. Daarmee is het een belangrijke bron van lokale en provinciale belastinginkomsten. Dat het afval langs illegale weg China bereikt, was en is nog steeds van ondergeschikt belang voor de autoriteiten.

„Er zijn twee redenen waarom er nu actie wordt ondernomen”, zegt professor Zhang Tianzhu van de School voor Milieutechniek van de Tsinghua Universiteit in Peking. Door de daling van de grondstoffenprijzen is er sprake van koude sanering, legt hij uit. 40 procent van de recyclingbedrijven in Guiyu is failliet gegaan. „Een mooi moment om deze industrie te reorganiseren.”

Verder is er geld voor de modernisering van de recyclingsindustrie, die deels wordt betaald uit het nationale economische stimuleringsplan. De modernisering is nodig omdat China ook zélf steeds meer van dit soort afval produceert. „Bovendien, dit soort wantoestanden passen niet meer in ons land”, zegt Zhang Tianzhu. Hij noemt de crisis daarom „in zekere zin een zegen”.

De plaatsvervangend partijsecretaris in Guiyu, Chen Xishi (vrijwel iedereen heeft Chen als achternaam), zegt dat de bouwplannen voor de nieuwe recyclingfabrieken gereed zijn. „Binnenkort” zal in Guiyu met de aanleg van nieuwe industrieterreinen worden begonnen. Hij wijst erop dat de buitenlucht tegenwoordig al niet meer zwart is, maar gewoon grijs. Dat komt doordat er een einde is gemaakt aan het verbranden van afval, zoals de resten van de vele playstations. „In 2011 moet het in Guiyu afgelopen zijn met de milieuvervuiling.”

Greenpeace China wacht af of de plannen voor modernisering van de afvalverwerking in Guiyu ook werkelijk gerealiseerd worden. Volgens een woordvoerder zijn de belangen van ondernemers en bestuurders in Guiyu zo verstrengeld, dat „wat in Peking besloten wordt nog niet meteen gebeurt”. Bovendien is de illegale handel bij gebrek aan een nationaal ophaal- en verwerkingssysteem erg lucratief. Daardoor zullen hervormingen altijd op tegenwerking stuiten of via sluikwegen ontdoken worden.

China’s bekendste milieuactivist Ma Jun is optimistischer. Hij heeft met steun van het ministerie van Milieu de vervuiling van bodem, water en lucht in kaart gebracht. Ma Jun: „Het heeft lang geduurd voordat het probleem is onderkend. Maar er wordt nu wel aan gewerkt en dat zal zeker tot resultaat leiden. Zo gaat dat in China.”