De pers, die wil vooral hypes creëren

Politici klagen over de parlementaire pers.

Maar daar hebben ze geen goede redenen voor, concluderen Cox Habbema en Herman van Gunsteren.

Kamervoorzitter Gerdi Verbeet leverde gisteren, als op bestelling, een illustratie bij de bevindingen van het duo Herman van Gunsteren en Cox Habbema. In de tweede Lunshoflezing, genoemd naar de in 2007 overleden parlementair verslaggever Kees Lunshof (De Telegraaf), klaagde Verbeet steen en been over de parlementaire pers. Te veel op zoek naar hypes, al te zeer bezig met de poppetjes en niet meer geïnteresseerd in de reguliere Kamerdebatten. „Ze willen overal een spannende wedstrijd van maken.”

Direct daarna presenteerden Van Gunsteren en Habbema hun onderzoeksverslag Pers-pectief op het politiek/publicitair complex. Een jaar lang hebben ze rondgelopen in de Tweede Kamer, in opdracht van Nieuwspoort, het Haagse nieuwscentrum en een van de bekendste ontmoetingsplaatsen van politici met journalisten. Conclusie van het duo: politici klagen over de hun omringende journalisten. En: goede redenen hebben ze daar niet voor.

Habbema is actrice en was directeur van de Amsterdamse stadsschouwburg, Van Gunsteren is emeritus hoogleraar politieke theorie en rechtsfilosofie aan de Universiteit van Leiden. Ze zien de politiek als spel. („Een serieuze zaak, maar met een spelkarakter.”). Dat bleek ook toen ze hun boek presenteerden met enkele liederen. Habbema zong, Van Gunsteren begeleidde haar op de piano. Een liedje van Drs P, maar ook een eigen creatie. „Likken, lijmen en daarbij nog lekken ook”.

Het werd duidelijk dat ze een mooi jaar hebben beleefd op het Binnenhof. Zelfs de hypes bevielen het duo wel. Daar hadden ze ook over nagedacht, legde Van Gunsteren de zaal uit. „Bij een hype”, zei hij, „zijn altijd veel mensen betrokken. Iedereen springt ergens op. Het voordeel daarvan is dat de mogelijkheden tot onderlinge correctie groeien.”

Met andere woorden: een journalist komt er niet mee weg als hij de waarheid geweld aan doet, omdat een ander medium hem dan direct in zijn hemd zet. Van Gunsteren: „Hypes komen de waarheid soms wel degelijk ten goede.” Niet altijd, haastte hij te zeggen. Zoals in de berichtgeving over de vermeende aanwezigheid van nucleaire wapens in Irak, toen „zwermdenken” tot verkeerde uitkomsten leidde.

Er is wel iets anders loos. Stel je eens voor, hield Van Gunsteren de zaal voor, dat politici de pers krijgen die ze willen. Die hun werk presenteert zoals zij het graag zien. Dan krijg je kranten als Pravda (de officiële staatskrant van de Sovjet-Unie). Daar is niemand mee gediend. De democratie al helemaal niet.

De enige kritiek die volgens Vvan Gunsteren en Habbema hout snijdt, is dat journalisten moeilijk de hand in eigen boezem steken na gemaakte fouten. En dat de kennis van het staatsrecht onder journalisten te wensen overlaat. „Maar dit geldt evengoed voor politici”, voegde Van Gunsteren eraan toe.

Na Van Gunsterens uitleg stond een oud-verslaggever van NRC Handelsblad op. Kamerleden zouden volgens hem eerst zeven jaar ervaring moeten opdoen in „een gewone baan” alvorens ze het parlement mogen betreden. Parlementair journalisten moeten eerst vier jaar „gewone” verslaggever zijn om met „gewone mensen” in aanraking te komen. Daarna moeten ze ook nog twee jaar in het buitenland vertoeven, om zaken in het juiste perspectief te kunnen plaatsen. Pas daarna mogen ze zich storten op de heren en dames politici in Den Haag. De Haagse verslaggeving zou hier van opknappen.

Van Gunsteren, met een zucht: „Daar gaan we weer”.

Opnieuw zag hij zich geconfronteerd met een Haagse insider die ongevraagd oplossingen biedt voor een probleem dat de emeritus hoogleraar in zijn jaar op het Binnenhof niet heeft ontdekt. „Het viel u misschien niet op, maar ik wil hier nu juist vertellen dat het volgens Cox en mij wel goed gaat”.

Het was een opgewekte mededeling op een feestje waar klaarblijkelijk niemand het wil horen. Het nieuws dat het Algemeen Nederlands Persbureau gisterenavond over de bijeenkomst meldde: „Kritiek Verbeet op de parlementaire pers.”