De apocalyps als kermisattractie

In 2012 gaat de wereld ten onder, zoals de Maya-kalender voorzag.

Als rampenfilm maakt 2012 zijn beloftes volledig waar.

Berg je als Amerika een zwarte president heeft. Morgan Freeman zag als zwarte filmpresident in 1998 zijn Witte Huis al onder een tsunami verdwijnen in Deep Impact. In 2012 gebeurt Danny Glover als zwarte president hetzelfde, waarbij de vloedgolf in het voorbijgaan nog even een vliegdekschip op het Witte Huis dumpt.

De zondvloed, dat is wat 2012 verbeeldt. De oude, decadente wereld met wortel en tak uitgeroeid, een nieuw begin. Het is eerder een wensdroom dan een nachtmerrie zolang je tot de uitverkorenen behoort. Hele religies zijn daarop gegrondvest. In 2012 zijn we met die uitverkorenen getuige van de grondigste Götterdämmerung die spektakelkoning Roland Emmerich tot dusver op het witte doek bracht. Zijn aliens (Independence Day), Japanse supermonster (Godzilla) en klimaatverandering (The Day After Tomorrow) blijken slechts vingeroefeningen voor de algehele destructie van 2012.

In zekere zin is 2012 de eerste rampenfilm die zijn belofte waarmaakt. Tijdens de bloeitijd van het genre, medio jaren zeventig, viel de ramp zelf doorgaans tegen. Zo’n film bestond uit drie kwartier naderend onheil en introductie van karakters, een paar minuten bevende maquette en exploderend schaalmodel, en daarna drie kwartier strijd om te overleven. Ben Sombogaart deed het onlangs in De Storm, de rampenfilm die geen rampenfilm wilde zijn, nog sneller af: na een kwartier was het leed geleden en begon de epiloog.

2012 lijdt niet aan zo’n voortijdige climax: Emmerich stapelt ramp op ramp op ramp tot er geen overtreffende trap meer over is – en schept er dan een catastrofe bovenop. Aardkloven, vulkanen, tsunami’s, vliegrampen, kantelende cruiseboten, instortende wolkenkrabbers en viaducten die auto’s regenen: het kan niet op. Het levert een adembenemend panorama van verwoesting op.

Over het verhaal kan je kort zijn. In 2012 gaat de wereld ten onder, zoals de Maya-kalender voorzag – de film houdt zich verder gelukkig verre van mystiek. Iets met planeten in conjunctie en neutrino’s die de aardkern opwarmen, zodat de aardkorst los komt van het magma. Wetenschappers mogen daar even gewichtig over doen, nettoresultaat is dat het Jezusbeeld van Rio de stad induikt en de St. Pieter als een deegroller een plein vol katholieken platwalst.

Op menselijke maat is 2012 voorspelbaar. Emmerich weet zich nooit raad met acteurs en beperkt zich ook nu tot ‘Dramaturgie voor Dummies’. We volgen het in dit genre gebruikelijke mensenmozaïek: president en dochter, wetenschappers, Russische oligarch, Tibetaan. De een leeft, de ander sterft.

Held is bleke alleman John Cusack, die als gescheiden vader Jackson Curtis zijn kinderen, zijn ex-echtgenote en haar oersaaie nieuwe vriend probeert te redden: driemaal raden wie de gezinshereniging niet overleeft. Regeringen weten al jaren van het naderend onheil en werken in de Himalaya aan de overleving van het menselijk ras, zo blijkt. De besten zijn uitverkoren, maar in praktijk de hoogst biedenden – al is het een raadsel wat je aan geld hebt als de wereld vergaat. Jackson vliegt met gezin de halve wereld rond om zich bij de elite te voegen, met open mond het natuurgeweld te bewonderen en te juichen bij weer een nipte ontsnapping.

Zo’n gargantueske film verdient daverende clichés. Zo dik zet Emmerich 2012 aan, zo gedachtenloos is zijn moraal, zo luchthartig tart hij elke logica, dat de film vaak ronduit camp is. Terecht. Onlangs schroeide Alex Proyas in Knowing de mensheid grimmig van de aardkorst: die film flopte.

De dood van zes miljard mensen is niet zo grappig als je erover nadenkt. Maar 2012 doet niet aan reflectie en houdt de apocalyps licht verteerbaar: de ideale kermisattractie.

2012

Regie: Roland Emmerich. Met: John Cusack, Amanda Peet, Chiwetel Ejiofor, Woody Harrelson. In: 123 bioscopen.

* * * *