China verkoopt Pakistan 36 gevechtsvliegtuigen

China gaat de nieuwste generatie gevechtsvliegtuigen van het type Jian-10 verkopen aan Pakistan. In de marge van de zestigste verjaardag van de Chinese luchtmacht hebben beide landen in Peking een principeovereenkomst gesloten over de levering van 36 Jian-10’s – twee squadrons – ter waarde van 1,4 miljard dollar. De definitieve prijs moet nog worden vastgesteld.

Het is volgens militaire analisten voor het eerst dat China een van zijn meest geavanceerde toestellen beschikbaar stelt voor de verkoop.

De Jian-10 (Jian betekent in dit verband vernietiging) wordt beschouwd als de tegenhanger van de Amerikaanse F-16 en is door China ontwikkeld met behulp van Israël en Rusland. Export naar Pakistan stuit niet op Israëlische en Russische licentieproblemen, omdat de Chinezen deze buitenlandse technologie hebben gebruikt voor de ontwikkeling van eigen technologie.

Volgens Pakistaanse en Chinese analisten is de Jian-10 in technologisch opzicht net zo goed als de F-16 en tientallen miljoenen dollars goedkoper. China stelt bovendien geen aanvullende politieke voorwaarden aan dergelijke transacties. De VS is inmiddels begonnen met de leverantie van 18 F-16’s aan Pakistan.

De Chinese staatsmedia melden dat ook Iran, Thailand en Birma belangstelling hebben getoond voor de Chinese J-10- jet. Volgens de Chinese generaal buiten dienst Wang Xu van de Shanghaise Academie voor Militaire Wetenschappen wil China de militaire industrie op een commerciële basis schoeien en financieel minder afhankelijk maken van de staatskas.

De Chinees/Pakistaanse militaire transacties worden in India, rivaal van Pakistan, met groeiende zorg gevolgd. De Jian-10-overeenkomst wordt beschouwd als een bewijs dat China over een snel groeiende, hoogtechnologische krijgsmacht beschikt. Militaire analisten wezen er ook op dat de militair-strategische rol van China in Azië door dergelijke deals groter wordt.