Bedrijfscollectie is het 'afkopen van de ziel'

De Vereniging Bedrijfs-collecties Nederland, VBCN, bestaat vijf jaar. In het jubileumboek worden doelen en totstandkoming beschreven. „Deze collecties hebben te weinig profiel.”

Kunst is in veel bedrijven een luxe extraatje ter verfraaiing van het kantoor, en om klanten te imponeren, vindt econoom Arjo Klamer. Het valt hem op dat vooral banken bedrijfscollecties hebben. „Het is een soort afkopen van de ziel.” Klamer was gistermiddag afwezig op het symposium van de Vereniging Bedrijfscollecties Nederland (VBCN) die haar vijfjarig bestaan vierde. Maar in het jubileumboek domineert zijn harde kritiek op het fenomeen.

Er zijn 46 bedrijven lid van de vereniging. In totaal moeten er iets van honderd bedrijfscollecties in Nederland zijn, schat wetenschapper Arnold Witte van de Universiteit van Amsterdam die voor het boek een onderzoek deed. Bijna allemaal zijn ze in de jaren tachtig ontstaan. Verfraaien van de werkplek en het verheffen van de arbeiders was het ideaal van voorlopers als de onlangs overleden tabaksfabrikant Alexander Orlow (zie kader) die de Peter Stuyvesant Collectie opzette. Voor zijn tijd ging het vooral om mecenaat, het direct steunen van kunstenaars. Na de jaren zeventig moest kunst de corporate identity van een bedrijf uitstralen. In de jaren negentig overheerste sociale verantwoordelijkheid en de laatste tijd gaat het om de culturele verantwoordelijkheid van het bedrijf. Zo vonden de bedrijven steeds andere legitimeringen voor kunst aan hun muren. Maar het gaat steeds meer om het bedrijf zelf, aldus Witte.

Een vraag op het symposium is waarom bedrijven alleen maar hedendaagse kunst kopen? „Het gaat om het mecenaataspect, zegt Witte. „Dat kan alleen met levende kunstenaars.” In Italië kopen bedrijven volgens hem wel vooral historische kunst. Dat iedereen eigentijds koopt, levert de collecties het verwijt van eenvormigheid op. „Bij het bladeren door de catalogi zie ik het verschil tussen de bedrijven eigenlijk niet”, zegt directeur Benno Tempel van het Haags Gemeentemuseum. „Bedrijfscollecties hebben te weinig profiel. Het zijn vaak goede stukken, maar niet van museale kwaliteit.”

Lex ter Braak, directeur van het Fonds voor Beeldende Kunst en Vormgeving, wil dat musea meer samenwerken met bedrijfscollecties. „Want die verrijken het kunstenveld en doorbreken de nogal grote consensus over aankopen.” Ook zouden bedrijven subsidie moeten kunnen krijgen. „Maar dan moeten ze wel toegankelijker worden voor het publiek.”

Zichtbaarheid ziet ook de VBCN als een probleem. Een gezamenlijk museum, bijvoorbeeld in het gebouw van het Scheringa Museum, is volgens Sabrina Kamstra van het Amsterdamse ziekenhuis AMC geen oplossing. „Er zijn al te veel musea in Nederland. We moeten werken aan allianties met kunstinstellingen.” Nout Wellink van De Nederlandsche Bank vindt subsidies onzin. „We hebben onze eigen verantwoordelijkheid. Maar een gezamenlijk museum vind ik een briljant idee.”

Tempel van het Gemeentemuseum kent twee suppoosten die een tattoo hebben laten zetten van kunst op hun zaal. Toch moet het ideaal van het verheffen van het personeel met een kunstcollectie niet worden overdreven, vindt Witte. „Dat werknemers door de kunst om zich heen zelf een interesse in kunst ontwikkelen blijkt uit onderzoek een onbereikbaar ideaal te zijn.” Negatieve reacties krijgen volgens hem te weinig aandacht. „Dat werknemers kunst beschadigen komt vaker voor dan we denken.”

Al zijn er altijd mensen als de medewerker van AkzoNobel die na een overplaatsing een kunstwerk zo miste dat hij van zijn familie een ander werk van de kunstenaar cadeau kreeg. Het effect op het personeel is positief, maar „we verkopen er geen potje verf extra door”, stelt CEO Hans Wijers van AkzoNobel nuchter in het boek.

Boek ‘Bedrijfscollecties in Nederland’ (NAi Uitgevers, 24,50 euro)

Bekijk recente aankopen van bedrijven op nrc.nl/kunst