Twijfelende presidenten

Populaire politici zijn doorgaans doortastende leiders die geen twijfels kennen – althans, zo doen ze het graag voorkomen. De Amerikaanse president John F. Kennedy (1917-1963) blaakte van zelfvertrouwen. Hij was jong, charismatisch en niet te beroerd de gangbare denkbeelden van zijn tijd uit te dragen met een felle, anticommunistische retoriek. Van zijn voorganger, de republikein Dwight D. Eisenhower, erfde hij een ingewikkeld dossier waarin hij zich in dit opzicht kon bewijzen. De VS waren betrokken bij een oorlog in Vietnam, waar het ‘vrije’ zuiden streed tegen het communistische noorden.

Aanvankelijk ging die betrokkenheid niet verder dan financiële steun en legertraining, maar al gauw bleek er meer nodig om de taaie Noord-Vietnamese guerrillatroepen te verslaan. Aangemoedigd door enkele briljante figuren in zijn kabinet stuurde Kennedy meer dan 15.000 militairen naar de Aziatische wildernis. Het hielp niet. En toen het Zuid-Vietnamese regime door en door corrupt bleek te zijn, groeide de twijfel bij JFK. Was deze oorlog wel te winnen? Kon hij niet beter geleidelijk terugtrekken?

In zijn laatste persconferentie, op 14 november 1963, leek Kennedy hierop aan te sturen. Acht dagen later werd hij vermoord. Zijn opvolger, Lyndon B. Johnson, liet geen aarzeling toe. Hij ging voor een grootschalige oorlog – die niet te winnen bleek. Hij zou verdrinken in het politieke moeras dat Vietnam was geworden.

Tegenwoordig hebben de VS wéér een jonge, charismatische president die van zijn republikeinse voorganger een moeilijke oorlog in Azië op zijn bord heeft gekregen. Eerst steunde Obama deze ‘goede oorlog’ tegen de radicale islam in Afghanistan voluit. Maar nu blijken de Taliban sterker dan gedacht, terwijl de door het westen gesteunde Afghaanse president Karzai alleen door fraude een verkiezingsoverwinning kon boeken. Obama moet nu beslissen over een enorme, door zijn generaal gevraagde troepenuitbreiding.

De overeenkomsten tussen beide oorlogen zijn zo evident, dat de Amerikaanse media er bol van staan. Hierdoor is deze historische analogie zelf een factor geworden in het moeizame beslissingsproces dat Obama dezer dagen doormaakt.

Vandaag, op Veteran’s Day – de dag waarop in de VS extra aandacht wordt besteed aan verdiensten én frustraties van de vele duizenden Vietnamveteranen –, waart de twijfel rond in het Witte Huis.