'Salome' van Konwitschny is absurdistische comedy

Opera Salome van R. Strauss door de Nederlandse Opera en het Ned. Philh. Orkest o.l.v. Stefan Soltesz. Decor en kostuums: Johannes Leiacker; regie: Peter Konwitschny. Gezien: 10/11 Muziektheater Amsterdam. Herh.: t/m 5/12. Inl.: www.dno.nl.***

Het was een unicum in de internationale operahistorie. De Nederlandse Opera waarschuwde het publiek per brief voor het ‘happy end’ van de nieuwe enscenering van Strauss’ Salome door Peter Konwitschny. Johannes de Doper wordt wel onthoofd, maar blijft toch leven. En Salome, die zijn afgehouwen hoofd op een zilveren schotel wenste als beloning voor haar sluierdans, wordt niet gedood door haar stiefvader Herodes.

Na een jarenlange depressie presenteerde de Duitse topregisseur Konwitschny gisteravond weer een nieuwe productie, waarvoor de internationale en vooral Duitse pers in groten getale naar Amsterdam was gekomen. Het optimistische slot – ‘weg met dood en ellende, liefde overwint alles’ – is inderdaad totaal anders dan de Salome die Oscar Wilde en Richard Strauss zich voorstelden.

Namens hen liet Konwitschny aan het slot een acteur in het publiek roepen: ‘Fout, die vrouw moet dood’. Het premièrepubliek was enthousiast. De rest van de wereld zal er ook van opkijken: deze productie gaat nog naar Tokio en Göthenborg. En wellicht ook naar Moskou en Leipzig, waar Konwitschny werkt bij de opera.

Harry Kupfer, wiens Salome-enscenering tussen 1988 en 2002 vier keer in Amsterdam was te zien, toonde het weerzinwekkende perverse drama in een koele esthetische omgeving. Nu wordt de liederlijke decadentie aan het hof van Herodes door Konwitschny breed uitgemeten rond een Avondmaalstafel zoals Leonardo da Vinci die schilderde. De Johannes de Doper van Alfred Dohmen is nog over van de laatste Kupfer-Salome.

Hier, op een rommelige afterparty zonder God en gebod, kondigt Johannes de Doper de komst van de Messias aan. Salome’s moeder Herodias neukt met iedereen onder en op de tafel en vergrijpt zich ook aan Johannes. De hoofdbeveiliger Narraboth wordt vermoord, aanleiding voor een homofiele en necrofiele gang bang. Herodes (Gabriel Sadé) vraagt om wijn, Johannes geeft hem een fles en begint zelf ook te zuipen. Als zijn hoofd is afgehouwen loopt hij ermee rond, tot het naar de hemel zweeft.

Deze Salome is een absurdistische comedy. De humor herinnert aan de Christusfilm The Life of Brian van Monty Python, de niets-is-gek- genoeg-sfeer rond Herodias lijkt op Absolutely Fabulous. Salome’s sluierdans is een MTV-clip.

Het probleem is dat alles bij voortduring zwaar over de top is. Er is geen focus, telkens gebeuren drie dingen tegelijk. De sensuele muziek, gespeeld door het Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Stefan Soltesz, raakt op de achtergrond in een overmaat aan vocale expressiviteit.

De uitbundige Herodias van Doris Soffel groeit uit tot de hoofdrol. Als Salome kan de Zweedse Annalena Persson zich pas echt laten horen in haar extatische liefdesscène met Johannes. Daar herleeft het meisje in haar, daar bloeit dan voor het eerst in de Salome-historie iets moois op.

Op deze manier kan Konwitschny nog tal van opera’s opvrolijken: Aida, Tristan und Isolde, Norma, La traviata, La bohème, Carmen, etc.

Vrijdag in het Cultureel Supplement een interview met Konwitschny.