Mortiers 'Godenslaap' winnaar AKO-prijs

Erwin Mortier, de eeuwige tweede van het literaire prijzencircus, kreeg gisteravond in Haarlem de AKO Literatuurprijs 2009 voor zijn roman Godenslaap.

„Doodverf is dus niet altijd slecht,” kreeg de uitgever van Erwin Mortier gisteren te horen nadat zijn auteur de AKO Literatuurprijs 2009 in ontvangst had genomen. Mortier gold al sinds de bekendmaking van de tiplijst als de grote favoriet, niet omdat hij in verleden vaak onverwachts door jury’s was gepasseerd, maar omdat zijn WO I-roman Godenslaap bijna unaniem als meesterwerk was onthaald.

Toch was de zoetgevooisde Vlaming er voorafgaand aan de uitreiking niet gerust op. „Ik acht mezelf kansloos,” zei hij aan het begin van de avond voor de camera van het tv-programma Nova, dat verslag deed van de plechtigheid in de Haarlemse Philharmonie. „Ik vind mijn boek te goed voor deze jury.” Drie uur later en vijftigduizend euro rijker sprak hij in zijn dankwoord met vergelijkbare ironie over „de eminente leden van de jury” en vroeg hij zich af: „wie ben ik om hun afgrondelijke wijsheid in twijfel te trekken?”

Mortier kreeg de AKO-prijs uit handen van zijn landgenoot en juryvoorzitter Guy Verhofstadt, de Belgische ex-premier en veellezer die Godenslaap prees als „de eerste grote roman over de Eerste Wereldoorlog” die ook nog eens geschreven was „in een overweldigende en overrompelende taal.” Later op de avond voegde Verhofstadt daaraan toe dat de jury vooral is uitgegaan van de vraag ‘wat is het boek dat gaat blijven?’ De andere genomineerde romans waren Lelystad van Joris van Casteren, Alles nieuw van Joke van Leeuwen, De terugkeer van Lupe García van Carolina Trujillo, Via Cappello 23 van Christiaan Weijts en Caesarion van Tommy Wieringa.

Alle schrijvers waren aan het publiek van boekenbonzen, uitgevers en journalisten voorgesteld door middel van een lofrede op hun boek en een wandeling over een catwalk die door de grote zaal van de Philharmonie naar het podium onder het grote orgel liep. Net als in 1999, toen uitgeverij Vassallucci in Frankfurt voor het eerst een literaire catwalk organiseerde, voelden de auteurs zich er onwennig bij. De Uruguayaans-Nederlandse Carolina Trujillo vertelde naderhand dat ze thuis een ‘heel mooie, glanzend zwart-groene jurk’ had hangen, maar dat ze die niet had durven aantrekken omdat ze bang was dat ze er niet mee zou kunnen paraderen. Nu was ze eenvoudig gekleed „in een oud jurkje en een spijkerbroek” en stak ze af bij het krijtstreeppak van Mortier en de als groovy betitelde beige broek en crèmekleurig overhemd van Van Casteren.

Er waren meer morrende geluiden onder genomineerden en andere aanwezigen. De organisatie had gekozen voor een ‘Walking Dinner’, wat erop neer bleek te komen dat de gasten urenlang moesten staan aan cocktailtafeltjes op het concertpodium. De maaltijd behelsde niet meer dan vier gangen ter grootte van een amuse, zodat een deel van de genomineerden het iets over negenen niet meer uithield. Onder leiding van Tommy Wieringa (grijs pak, wit overhemd, open boord) glipte men tijdens de verkassing naar de Kleine Zaal voor een muzikaal intermezzo de Philharmonie uit om kippepootjes en andere Haarlemse tapas te eten in een belendend café. Waarna er bij terugkomst te midden van een ongemakkelijke stilte een kwartier gewacht moest worden op de televisie-uitzending. Zoals Mortier eerder op de avond al had geconstateerd: „Het lijkt hier wel een lowbudgetverfilming van het eerste hoofdstuk van Vestdijks De kellner en de levenden.”

Lees de recensie van ‘Godenslaap’ plus column over de winnaar op nrcboeken.nl