Macht en manipulatie

Wat is er aan de hand met de kwestie-De Roy van Zuydewijn dat de premier steeds maar doet uitglijden? In zijn uitgelekte correspondentie met de Nationale ombudsman weigert de premier hem op vrij hoge toon toegang tot het Kabinet der Koningin. Zijn formele argument is dat dit stafbureau geen ‘bestuursorgaan’ is. Hoewel in een debat in Tweede Kamer in 2003 juist is vastgesteld dat dit kabinet wel volledig onder de ministeriële bevoegdheid moet vallen.

Kennelijk heeft de premier nog steeds redenen om het handelen van dit onderdeel van de overheid buiten democratisch toezicht te houden. Waarom? En waartoe obstakels opwerpen als openheid gewenst is? De zaak is ernstig genoeg.

Aanvankelijk liet de kwestie met Margarita en Edwin de Roy van Zuydewijn zich aanzien als een sterrenslag rond een Oranjehuwelijk. Maar toen duidelijk werd dat de (toenmalige) BVD buiten de ministers om dossiers over een burger lichtte én doorgaf, was het mis. De Tweede Kamer moest er aan te pas komen om de democratische aansprakelijkheid van het Kabinet der Koningin, dat ten minste dubieus had gehandeld, alsnog onder te brengen bij de premier.

Sindsdien zijn de aanwijzingen sterker geworden dat de voor het hof ongewenste echtgenoot van een nichtje van de koningin in zijn beroepsleven is tegengewerkt. De premier geeft in zijn brief toe dat er al in 2001 door het stafbureau inlichtingen zijn verzameld over De Roy. Het gerechtshof Amsterdam stelde eerder vast dat sprake is geweest van „negatief gemanipuleerde aandacht”. Daarmee werd ook de NOS op de vingers getikt. Bij de reportage over het huwelijk van kroonprins Willem-Alexander en Máxima verklaarde de verslaggeefster de afwezigheid van Margarita en Edwin plots uit „financiële problemen”, zonder dat uit te leggen of aan een bron toe te schrijven. De bronnen waren (en bleven) anoniem.

Een dag later was De Roy zijn baan kwijt. Het gerechtshof vond „voldoende aannemelijk” dat anoniem tegen het paar werd geageerd. En de Nationale ombudsman zei uit te zoeken of sprake was van „onrechtmatige overheidsinmenging in het privéleven” van een burger.

Nu kan worden vastgesteld dat in ieder geval de ombudsman zélf wordt tegengewerkt. Het verzoek van de ombudsman „bevreemdt” de premier. Het levert „misverstanden” op, ook over de „werkwijze” van de ombudsman, aldus de premier in zijn eerste brief.

Deze houding verkocht hij gisteren aan de Kamer nog als „volledige medewerking met het onderzoek. Tegelijk schreef hij in zijn brief dat het stafbureau „ten onrechte in een verkeerd daglicht is geplaatst”. Door het enkele feit dat de ombudsman vragen stelt? Hopelijk wordt deze lichtgeraaktheid niet besmettelijk binnen de rijksdienst. Contact met de ombudsman valt niet per definitie samen met reputatieschade. Tenzij Balkenende meer weet dan hij toegeeft. Voorlopig bevreemdt vooral Balkenendes handelwijze. De ombudsman moet zich niet met een kluitje in het riet laten sturen.