In Guiyu wokken de vrouwen met arseen

Het stadje Guiyu is de grootste dumpplaats van afgedankte computers en mobieltjes in de wereld. Ook hier jagen de Chinezen naar grondstoffen.

Oscar Garschagen

Baas Chen Yinghong in het Zuid-Chinese Guiyu zet al jaren geen thee meer met het water uit de put of het meertje achter zijn werkplaats waar elektronisch afval in de vorm van computervoedingen, snoeren, keyboards, printerplaten en pc-kasten hoog liggen opgetast.

De vrouwen met vroeg oude gezichten, die op dunne kookplaten moederborden smelten om het lood en koper los te weken, drinken ook alleen nog maar water uit plastic flesjes. Dat doen zij sinds de thee ging schuimen in Guiyu, waar afval in de vorm van zuurbaden en andere chemicaliën tot op de dag van vandaag in riviertjes en beken wordt gekieperd.

Zes mannen met maskers voor hun gezicht verwijderen met schroevendraaiers en hamers al het koper, glas en metaal uit pc’s, playstations, tv’s en mobiele telefoontjes. De bergen wekken associaties op met moderne kunst, in het zonlicht danst lood- en glasstof. De ventilatoren in de muren zijn te klein en te zwak om de lucht in baas Chen’s recyclingbedrijfje, waar de vrouwen lijken te wokken met arseen, gezond te houden. Allemaal hebben zij last van hoofdpijnen, waterige ogen en ruwe kelen. En dat voor vijf euro per tien-urige werkdag.

De Chinese jacht naar grondstoffen vindt niet alleen plaats in Afrika, Latijns-Amerika en het Midden-Oosten, maar ook hier in Guiyu, een stadje in zuidoostelijk Guangdong dat is gevormd door een reeks eeuwenoude dorpen met hier en daar fraai gerestaureerde tempels. Ondanks wereldwijde afspraken (zoals het uit 1994 daterende Basel-verdrag) om de illegale handel in electronische afval te verbieden, komt 70 procent van alle afgedankte elektronica hier terecht via de nabij gelegen havens in de Parelrivierdelta en Hongkong. Guiyu is daarom de „e-waste capital of the world”.

De ruim 7.000 recyclingwerkplaatsen zijn het eindstation van de meeste pc’s, laptops, mobieltjes, accu’s van de wereld. Door ruim 60.000 arbeidsmigranten uit de armste delen van Zuid-China wordt ieder apparaat met de hand ontdaan van kostbare metalen. De arbeidsomstandigheden worden vergeleken met die van de Engelse fabrieken in de achttiende eeuw. Daarom houden de autoriteiten in Guiyu ook niet van journalisten, die, als zij zijn ontdekt in de straten met grote pakken samengeperste playstations uit Hongkong, het verzoek krijgen op te krassen of anders het risico lopen in elkaar geslagen te worden.

Baas Chen, die wel gastvrij ontvangt, is met deze handel rijk geworden, hoewel je dat niet direct aan hem zelf kan zien, maar wel aan de BMW voor de deur en de nieuwe scooters van zijn drie zoons. Zijn arbeiders zijn niet rijk geworden en dat kan je ook zien, want anders zouden zij hier niet meer werken. En nu klaagt Chen. Aan illegale aanvoer van westerse en Chinese elektronica geen gebrek, maar door de economische crisis zijn de wereldmarktprijzen voor grondstoffen (met name koper en staal) fors gedaald. Alleen met de goudprijs gaat het goed.

Maar erger is dat hij moet verkassen naar een nieuw industrieterrein, waar hij huur moet betalen voor de faciliteiten die passen bij een moderne, verantwoorde recyclingfabriek. „Eerst de economische crisis en nu dit, ze maken ons kapot”, moppert hij. De werknemers, vooral de vrouwen achter de chemische kookplaten, vinden de verhuizing prima, maar zijn een beetje bang dat als Chen het niet redt zij hun baan kwijtraken.

Ruim zeven jaar nadat de Amerikaanse milieubeweging het bestaan van Guiyu aan de kaak stelde, lijkt de Chinese overheid ernst te gaan maken met de opruiming van de duizenden chemische fabriekjes in werkplaatsen als die van Chen. Dat ingrijpen zo lang op zich heeft laten wachten, houdt verband met de zakelijke belangen. De verwerkingsindustrie in Guiyu is goed voor 100 miljoen euro per jaar en is een belangrijke bron van lokale en provinciale belastinginkomsten. Dat het afval langs illegale weg China bereikt heeft, was en is nog steeds van ondergeschikt belang voor de autoriteiten.

„Het feit dat er nu actie wordt ondernomen heeft twee oorzaken. Door de daling van de grondstoffenprijzen is er sprake van koude sanering. Veertig procent van de familiebedrijven in Guiyu is failliet gegaan. Een mooi moment om deze industrie te reorganiseren. Een deel van het economische stimulusplan wordt gebruikt om de recycling van elektronica te moderniseren. Dat is nodig omdat China steeds meer van dit soort afval produceert en de metalen goed kan gebruiken. Bovendien, dit soort wantoestanden past niet meer in ons land’’, legt professor Zhang Tianzhu van de School voor Milieutechniek van de Tsinghua Universiteit in Peking uit. Hij noemt de crisis daarom „in zekere zin een zegen”.

De plaatsvervangende partijsecretaris in Guiyu, Chen Xishi (vrijwel iedereen heeft Chen als achternaam), zegt dat bouwplannen voor de nieuwe recyclingfabrieken gereed zijn en dat „binnenkort” met de aanleg van nieuwe industrieterreinen zal worden begonnen. „In 2011 moet in Guiyu helemaal een einde zijn gemaakt aan de milieuvervuiling”, zegt hij als hij heeft uitgelegd dat de buitenlucht tegenwoordig niet meer zwart, maar gewoon grijs is omdat er een einde is gemaakt aan het verbranden van afval, zoals de resten van playstations.

Greenpeace China in Peking wacht af of de plannen voor een grondige modernisering van de (elektronische) afvalverwerking in Guiyu ook werkelijk gerealiseerd worden. Een woordvoerder vertelt dat de belangen van ondernemers en bestuurders in Guiyu zo verstrengeld zijn, dat wat in Peking besloten wordt niet meteen werkelijkheid hoeft te worden. Bovendien is de illegale handel bij gebrek aan een nationaal ophaal- en verwerkingssysteem dermate lucratief, dat hervormingen altijd op tegenwerking stuiten of via sluikwegen worden ontdoken.

China’s bekendste milieuactivist, Ma Jun is optimistischer. „Het heeft lang geduurd voordat het probleem is onderkend, maar er wordt nu wel aan gewerkt. Zo werkt dat in China waar milieuproblemen op steeds grotere schaal worden onderkend.”