Hem jagen ze niet op

Nee, de eerste EU-president is nog niet gekozen.

Die benoeming is een zaak van alle 27 lidstaten, zegt de Zweedse premier Reinfeldt. Hij is leider van de zoektocht.

„Het is niet zo makkelijk als het in media soms wordt beschreven”, zegt Fredrik Reinfeldt over de zoektocht naar de eerste EU-president in de geschiedenis. Het is de Zweedse premier Reinfeldt die deze zoektocht leidt. Zijn land is dit half jaar EU-voorzitter.

Deze week kwamen regeringsleiders voor het eerst bij elkaar, sinds vaststaat dat de EU zo’n president (officieel heet de functie ‘vaste voorzitter’) krijgt. In Berlijn herdachten ze de val van de Muur, twintig jaar geleden. Natuurlijk werd in de marge over de topvacature gepraat.

Maar Fredrik Reinfeldt (44) laat zich niet opjagen. Hij kan nog niemand voordragen, zegt hij in een gesprek met Europese journalisten. Reinfeldt is nu bezig aan iedere EU-regeringsleider te vragen wie zijn ideale kandidaat zou zijn. En daar heeft hij nog wel een paar dagen voor nodig. „Ik ben pas halverwege. Tot nu toe worden er verschillende namen genoemd.”

Uit de woorden van Reinfeldt kan worden opgemaakt dat premier Balkenende, die ontkent kandidaat te zijn maar veelvuldig wordt genoemd, nog niet kansloos is. Belgische media melden al een week dat premier Herman Van Rompuy van België vrijwel zeker is van de baan. Hij zou zijn gevraagd door Berlijn en Parijs.

„Het is belangrijk dat dit een beslissing is van 27 EU-landen”, zegt Reinfeldt. „Niet van twee lidstaten die vertellen wat er moet gebeuren.” De Zweedse premier specificeert niet over welke twee landen hij het heeft.

Verwacht u met één consultatieronde klaar te zijn?

Reinfeldt: „Nee, dat denk ik niet. Maar dan heb ik wel een beeld van wie steun heeft en wie niet. Ik zal proberen een combinatie te maken die iedereen kan accepteren, of tenminste, waar ik de benodigde meerderheid voor kan krijgen.”

Behalve een EU-president zoekt Reinfeldt ook een EU-minister van Buitenlandse Zaken. In het meest waarschijnlijke scenario wordt de president een christen-democraat uit een klein land en de minister een sociaal-democraat uit een groot land.

David Miliband, de Britse minister van Buitenlandse Zaken, werd de afgelopen weken het vaakst genoemd als Hoge Vertegenwoordiger. Maar hij liet dit weekeinde Europese sociaal-democraten weten dat hij geen kandidaat is, omdat hij actief wil blijven in de binnenlandse politiek.

De woordvoerder van premier Brown zei dat de Britse regering Miliband niet zal voordragen, omdat deze de EU-baan niet ambieert. Die weigering is „definitief”, zei Martin Schulz, de leider van de sociaal-democraten in het Europees Parlement.

Schultz voegde er aan toe dat de sociaal-democraten zich nu „sterk maken” voor de Italiaan Massimo D’Alema. Maar deze ex-premier en ex-minister van Buitenlandse Zaken zou onder Oost-Europese regeringsleiders de wenkbrauwen doen fronsen vanwege zijn communistische verleden.

Het afhaken van Miliband is gunstig voor de kansen van Balkenende. Twee personen uit landen die dicht bij de Verenigde Staten staan, zoals Nederland en Groot-Brittannië, zou waarschijnlijk te veel zijn voor andere EU-lidstaten. Het afhaken van Miliband kan ongunstig zijn voor de kansen van Herman Van Rompuy. De Britten spraken in het verleden een aantal keren hun veto uit over een Belgische kandidaat voor een topfunctie in de Europese Unie, omdat die naar hun zin te Europees waren. Met een eigen Britse kandidaat in het spel zou dat deze keer niet zo snel gebeuren.

„De naam voor de ene post bepaalt gedeeltelijk de naam voor de andere post”, zegt Reinfeldt, die niet in wil gaan op namen.

Zweedse politici zijn altijd voor openheid. Wat vindt u ervan dat deze benoeming met zo veel geheimzinnigheid is omgeven?

Reinfeldt: „Er is nu eenmaal besloten om de EU-president niet rechtstreeks te kiezen. Zo staat het in het verdrag. Sommigen klaagden namelijk dat Europa dan te veel op een staat zou gaan lijken. Maar de 27 regeringsleiders die beslissen over de EU-president zijn wel allemaal democratisch gekozen. We kunnen alles niet totaal open doen, alsof dat geen repercussies heeft voor landen. We hebben het over mensen die belangrijk zijn voor landen en dat heeft gevolgen voor het proces.”

Wat bedoelt u daar precies mee?

„Het is mooi om te pleiten voor totale transparantie. Maar het is niet zo simpel als je premier bent van een land. Wat als je níet gekozen wordt? Wat zeg je dan tegen je bevolking? Dat je kandidaat was? We willen toch niet dat er straks regeringen vallen. Daarom moet ik voorzichtig zijn. Ik wil eerst zien wie er duidelijke steun heeft. En daarna zal ik vragen wie er daadwerkelijk kandidaat wil zijn. Ik weet precies wat er anders gebeurt. Dat kan het einde betekenen van de carrières van mensen.”

Wat u beschrijft is precies wat er in Nederland dreigt te gebeuren. Duurt de procedure niet te lang?

„Maar dan moet ik er aan herinneren dat het proces van namen noemen is begonnen voordat de ratificatie van het Verdrag van Lissabon was afgerond. Ik had die volledige ratificatie nodig en dat gebeurde pas vorige week dinsdag. Wie is er begonnen namen te noemen? Ik niet. Ik heb niets gezegd over geen enkele kandidaat. Maar ik begrijp de medialogica.”