Griepprik en emoties

Nog in augustus leek het nieuwe H1N1-virus, hier bekend als de Mexicaanse griep, een lachertje. Een pandemie liet op zich wachten en de griep heette niet meer te zijn dan ‘de gewone seizoensgriep’. Hij was niet levensbedreigend, alleen maar erg besmettelijk. Wie de griep had, moest een paar dagen thuisblijven, meer voorzorg was niet nodig.

Zo mild zelfs leek de Mexicaanse griep uit te pakken dat er smalend werd gesproken over minister Klink (Volksgezondheid, CDA), over de voorzorgsmaatregelen die hij bepleitte (zoals handen wassen, werkplek poetsen) en ook over de grote voorraad antigriepvaccin die hij had besteld.

De bekende risicogroepen moesten uiteraard worden ingeënt. Maar voor de rest leken de reacties van zijn ministerie en van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) op de keper beschouwd overdreven.

Zo overdreven waren ze dus niet. Inmiddels begint het lachen ons te vergaan. Er belanden steeds meer patiënten met de Mexicaanse griep op de intensivecareafdeling. Onder de sterfgevallen zijn jonge kinderen.

Dat is opvallend, ook al is de trieste werkelijkheid dat er aan het begin van een griepgolf altijd vooral kinderen komen te overlijden. Doordat ze zich meer in groepen bewegen, zoals in crèches en op scholen, hebben kinderen nu eenmaal meer kans op besmetting.

Inmiddels lijkt er meer aan de hand te zijn, een kwestie van „voortschrijdend inzicht”, om met het RIVM te spreken. Niet alleen begint de Mexicaanse griep zich serieus te verspreiden, juist jonge kinderen zijn kwetsbaarder voor de griep dan aanvankelijk werd gedacht.

Om hen te behoeden en ook om de onrust te verzachten die juist de bedreiging van kinderen met zich meebrengt, is het goed dat de minister de aanbeveling van het RIVM overneemt om het vaccinatieprogramma sterk uit te breiden.

Gelukkig was er al voor 17 miljoen Nederlanders vaccin besteld. Daardoor is het nu geen probleem om alle kinderen tot en met vier jaar te laten inenten. Baby’s tot een half jaar, voor wie geen apart getest vaccin bestaat, kunnen worden beschermd met prikken voor al hun huisgenoten. En dan worden ook nog de risicogroepen (astma en andere longklachten) van de jeugd tussen de vijf en de achttien jaar oud aangewezen voor een automatische inenting.

Minister Klink heeft ook terecht de aanval ingezet op de ongefundeerde argwaan tegen de vaccinatie. Die raast als een dolle door ‘anti-prik’-gemeenschappen op internet, waar wetenschappelijk niet onderbouwde geruchten worden geventileerd, die inspelen op irreële emoties, angsten en complottheorieën. Met een verwijzing naar polio – en dus indirect naar de beruchte kwestie ‘Staphorst’, waar in 1971 kinderen invalide werden die uit religieuze overwegingen niet waren ingeënt – zette hij die achterdocht neer als een schadelijke oprisping.

Veiligheidsrisico’s zijn nooit uit te sluiten, ook niet voor dit griepvaccin. Maar ze wegen niet op tegen de gevaren van de griep zelf.