Expansie staatsbedrijven zware last voor overheid

TenneT, een minder bekend Nederlands staatsbedrijf, koopt een groot Duits hoogspanningsnetwerk. Welke rol speelt de overheid bij de expansie van zijn eigen staatsbedrijven?

Grote Nederlandse overnames zijn tegenwoordig een overheidszaak.

De Staat der Nederlanden heeft zijn stempel gezet op de financiële sector met een miljardenovername en drie kapitaalinjecties.

Minder aandacht trekt de manier waarop de overheid als aandeelhouder Nederlandse ‘nationale kampioenen’ op de Europese markt helpt. TenneT, Gasunie, Schiphol: allemaal nutsbedrijven met een (bijna)monopolie, met de overheid als kernaandeelhouder. In een aantal van de grootste grensoverschrijdende investeringen van Nederlandse ondernemingen speelt de overheid een rol achter de schermen.

Afgelopen week gaf de staat toestemming aan TenneT, de eigenaar van de Nederlandse hoogspanningsnetwerken, voor de overname van Transpower, een groot Duits netwerk dat nu nog eigendom is van energiereus E.ON. De overname kost bijna 1,1 miljard euro. Daarin zit ook het kasgeld van Transpower.

Vorig jaar steunde de overheid als enig aandeelhouder twee transacties van de Gasunie: de overname van een Duits leidingennetwerk (2,1 miljard euro) en de participatie in het Nord Stream-consortium dat een directe gasleiding aanlegt van Rusland naar Duitsland. Dat is een investering van 900 miljoen euro.

Eind 2008 maakte de rijksoverheid als kernaandeelhouder van Schiphol ruimte voor de eerste buitenlandse aandeelhouder, de Franse semistaatsonderneming Aéroports de Paris, exploitant van luchthaven Charles de Gaulle. Op zijn beurt stak Schiphol ruim een half miljard euro in Aéroports.

Gasunie, Schiphol en TenneT zijn meer dan ondernemingen met een publiek belang, maakte minister Wouter Bos (Financiën; PvdA) eind april aan de Tweede Kamer duidelijk. Voor dit drietal geldt dat het behoud van hun strategische positie óók een publiek belang is. Oftewel: om hun positie te handhaven staat de staat paraat.

De elektriciteitsmarkt is een Europese markt, schrijft Bos. Dat geeft TenneT een vanzelfsprekende internationale rol om vraag en aanbod in het Nederlandse elektriciteitsnet in evenwicht te houden.

Hoe steunt de staat als aandeelhouder deze bedrijven? Bij Schiphol is een keus gemaakt: geen beursgang, wel economische verstrengeling, in casu met een Franse concurrent. Dat lijkt logisch gezien de eerdere fusie (2004) van de belangrijkste gebruikers van de luchthavens, Air France en KLM, waaraan de staat zijn zegen gaf.

Bij Gasunie en TenneT ligt de keus open. Nederland denkt daarbij tamelijk zwart-wit. Een onderneming is in private handen of in overheidsbezit. Mengvormen, zoals die juist bestaan in nutssectoren in Duitsland, Frankrijk, Italië en Spanje, bekijkt Nederland met wantrouwen.

Duitsland en Frankrijk kennen ook publiek-private financieringsbedrijven die een rol als aandeelhouder kunnen spelen. Nederland had de Nationale Investeringsbank, maar die is eind jaren negentig verkocht in de liberaliseringsgolf. De SP deed onlangs voorstellen voor een nieuwe Investeringsbank, maar daar ziet Bos niets in.

Het kabinet zag eerder ook geen heil in het opzetten van een apart investeringsfonds, zoals oliestaten als Noorwegen hebben, om de resterende aardgasbaten te investeren. Zo’n fonds zou de expansie van bijvoorbeeld TenneT en Gasunie kunnen financieren.

De kans dat Nederland extra kapitaal steekt in zijn staatsbedrijven lijkt in het zicht van de beoogde bezuinigingen niet groot.

Ontstaan daardoor kansen voor particuliere investeerders uit de sector? Of voor een of meer beheerders van het Nederlandse pensioenkapitaal? Onder voorwaarden, zoals adequate rendementsverwachtingen, willen zij wel.

Praktisch punt: alleen de Nederlandse staat mag nu wettelijk aandeelhouder TenneT zijn.

De overheid is bij TenneT een doe-het-zelver. TenneT krijgt voor de overname een garantie van 300 miljoen euro. Het doel van een rijke stichting die is gelieerd aan TenneT wordt opgerekt: van risicoloos naar risicovol investeren. Beide maatregelen kosten de overheid geen contant geld.

Op korte termijn is de financiering rond. Dat geeft tijd en ruimte om de aandeelhoudersstructuur op langere termijn te onderzoeken. Het duurde twee jaar voordat de kruiselingse participaties van Schiphol en Aéroports de Paris rond waren, inclusief het akkoord van hun kernaandeelhouders.