Er wordt smerig spel gespeeld

De afgehaakte Afghaanse presidentskandidaat Abdullah heeft geen rust.

Hij werkt nu aan een partij die de oppositie moet leiden tegen president Karzai.

Abdullah Abdullah, de belangrijkste politieke tegenstander van de Afghaanse president Hamid Karzai, is net terug van een weekeinde in de Panjshir-vallei. Hij trok zich terug als kandidaat voor de tweede ronde van de presidentsverkiezing die afgelopen zaterdag zou worden gehouden. Vervolgens werd die ronde afgelast en Karzai tot winnaar uitgeroepen, hoewel zijn campagneteam werd beschuldigd van grootschalige stembusfraude. Abdullah in een gesprek met nrc.next: „Ik heb de juiste beslissing genomen door mee te doen, tegen alle verwachtingen in. Nu hebben de mensen meer hoop. Ik zie dit eerder als een nieuw begin voor mijn doelstellingen en visie voor het land, dan als een einde.”

Abdullah is niet tot rust gekomen. Na de verkiezingen hebben zijn aanhangers de deur platgelopen. Dat werd niet minder toen de omstreden Onafhankelijke Kiescommissie Karzai uitriep tot de ‘gekozen’ president.

Terwijl Karzai worstelt met de concurrerende en vaak tegenstrijdige eisen van zijn achterban en de internationale gemeenschap, legt Abdullah in stilte de fundamenten voor een politieke partij die oppositie moet gaan voeren tegen Karzais regering. Hoewel de macht in Afghanistan is geconcentreerd bij de president, kan de oppositie – vooral via het parlement – tot op zekere hoogte de regering tegenwerken. Het parlement, waarvoor volgend jaar verkiezingen zijn, moet ministersbenoemingen en nieuwe wetgeving goedkeuren.

Thuis in Kabul spreekt Abdullah over zijn plannen voor de toekomst en ontkent hij dat de verkiezingen een nederlaag voor hem zijn geweest. „Nee, dat denk ik niet. Politieke carrières zijn niet gebaseerd op waagstukken. Ik denk dat deze beweging met meer kracht vooruit zal gaan.”

Gevraagd naar de kans dat demonstraties tegen de uitslag van de verkiezingen op gewelddadigheden kunnen uitlopen, of dat mensen in zijn thuisprovincie Panjshir zich uit onvrede over de verkiezingen zullen aansluiten bij de Talibaan, zegt Abdullah: „Ik ben me bewust van de gevoelens en emoties hierover, niet alleen in de Panjshir-vallei, maar bij veel mensen in het land. Het gaat niet alleen over de verkiezingsuitslag; ook tijdens de campagne zagen velen dat het speelveld zeer ongelijk was. Toen kwamen de verkiezingen. En de fraude. En toen de bekendmaking van de overwinning door een orgaan dat zijn geloofwaardigheid was kwijtgeraakt. Voor veel mensen is het geen gedane zaak.”

„Toen dat onwettige besluit werd genomen, kreeg ik telefoontjes uit veel delen van het land. Mensen waren bereid tot actie. Die ideeën heb ik uiteraard in krachtige termen afgewezen. Pas later hoorde ik dat mensen bereid waren de tweede ronde onmogelijk te maken, als die zou plaatsvinden met slechts één kandidaat. Dat zou een grote tegenslag zijn geweest voor het democratische proces.”

„Ik heb heel duidelijk gemaakt dat ik niet opriep tot een boycot en dat de burgers daar zelf over moesten beslissen. Helaas kunnen de mensen in deze situatie hun mening niet uiten, zelfs niet met wettige, niet-gewelddadige middelen.” Daarom kan Abdullah niet uitsluiten dat demonstraties uit de hand lopen, zegt hij.

Abdullah voert nu gesprekken met verschillende politieke leiders en zijn beweging zal, zegt hij, „uiteindelijk” een partij worden. „Nu nog bestaat de beweging uit vele partijen. Pas aan het einde van het verkiezingsproces vulde de beweging het vacuüm dat er zoveel jaren is geweest.”

Abdullah erkent dat sommige aanhangers zich met het oog op machtsposities zullen willen aansluiten bij de nieuwe regering. „Dat is mogelijk, maar het aantal dat zich zal aansluiten bij de beweging zal veel hoger liggen.” Onderhandelen met de regering, of haar zelfs maar adviseren, sluit hij uit. Tijdens het gesprek herhaalt hij meerdere malen dat Karzai de macht te danken heeft aan een onwettig besluit van de commissie.

Hij zelf zal „oproepen tot hervormingen en het ondersteunen van de rechtsorde. We moeten een onafhankelijke kiescommissie hebben en een onafhankelijke rechtspraak, zodat het vertrouwen van de bevolking in het verkiezingsproces wordt hersteld.”

Abdullah staat kritisch tegenover de recente beschuldigingen door Karzais achterban over buitenlandse bemoeienis. Zonder namen te noemen zegt hij dat er „een smerig spel gespeeld wordt”. De internationale gemeenschap, zegt Abdullah, „heeft er goed aan gedaan om het verkiezingsproces te steunen voor zover dat mogelijk was. Ze sloeg echter de plank mis op 22 mei”, toen Karzais termijn officieel ten einde kwam, maar er niet werd aangedrongen op een interim-regering. Volgens Abdullah is het zo mogelijk geworden voor Karzais achterban om overheidsmiddelen in te zetten voor de campagne van de president, en ontstonden zo meer mogelijkheden voor stembusfraude.

„Toen had de internationale gemeenschap de kans om het Afghaanse volk te steunen. Dan zou de wettigheid van het proces hebben kunnen waarborgen. Het was een kans die iedereen gemist heeft. Dat had niet mogen gebeuren. Los daarvan is er erg weinig dat de internationale gemeenschap had kunnen doen. Nu is er een dilemma: er is een roep om verandering bij hetzelfde systeem en leiderschap, terwijl die hebben bewezen bestand te zijn tegen verandering.”

„Ik denk dat de internationale gemeenschap in een moeilijke positie verkeert. Ik begrijp de dilemma’s, maar het probleem is dat we niet nog eens vijf jaar de tijd hebben zoals toen Karzai de vorige keer gekozen werd. In de komende twee of drie jaar zal duidelijk worden of de verslechterende koers kan worden omgebogen.”